All I want for Christmas is
Op de dag dat hier de zomer begint, word ik opgehaald door Rob en
Penelope. Vorig jaar heb ik hun in het vliegtuig van Kathmandu (Nepal)
naar Bangkok (Thailand) leren kennen en zij waren het die mij in Bangkok
op sleeptouw namen. Ze hadden mij indertijd op het hart gedrukt dat als ik
naar Nieuw Zeeland zou komen, ik hen dat absoluut moest laten weten, zodat
we zouden kunnen afspreken. Na wat heen en weer gemail waarin ik mijn
komst naar Nieuw Zeeland aankondigde, zij er op stonden dat ik de Kerst
bij hen door zou brengen, ik mij bezwaard voelde omdat het een
familiefeest is en zij al mijn bezwaren hadden weggewuifd, was het dan
zover. Terwijl ik in het hostel zat te wachten, vroeg ik mij af of ik ze
nog wel zou herkennen. Toen Penelope kwam binnelopen, was dat vraagstuk
meteen opgelost. Geen twijfel mogelijk. Samen liepen we naar de auto
alwaar Rob stond te wachten. Na ook hem begroet te hebben, ging de
achterdeur van de auto op en . verrassing! Een maxi cosi met daarin een
baby: Alice. Ik keek ze vragend en rekenend aan. De trotse ouders keken
stralend terug. 'Ja, dat kan', zei ik, 'maar dat hebben jullie wel snel
voorelkaar!' Dat vonden ze zelf ook wel. Ze hadden express niets gezegd,
want dan zou ik mij helemaal bezwaard hebben gevoeld en waren ze bang dat
ik niet meer zou durven langskomen. Daarnaast had ik vorig jaar in mijn
enthousiasme de zojuist in Bangkok van het postkantoor opgehaalde nieuwe
foto's van mijn nichtje aan hun geshowd en dachten ze dat ik een baby wel
leuk zou vinden. Mwah, ik zou liegen als ik nee zei.
Ik voelde mij de koningin te rijk. Een eigen slaapkamer met een
tweepersoonsbed helemaal voor mij alleen. Geen andere backpackers, geen
wekkers, geen snurkers, geen stinkschoenen en sokken, geen wiebelende
stapelbedden; in een woord: paradijselijk! Ik kreeg enorm goed te eten,
kon uitgebreid mijn was doen, mocht emails en verhalen versturen en ik
moest mij vooral thuis voelen. Dat lukte prima! Heerlijk bijgekletst, hun
foto's van Nepal bekeken (het gisteren en tegelijkertijd jaren geleden dat
ik er zelf was) en Alice aan het lachen gemaakt (wat nou met tien weken
kan een baby niet lachen; dat is puur een kwestie van gevoel hebben voor
[mijn] humor en dat heeft ze).
Ik word meegenomen naar alle familie en vrienden en tegen iedereen
vertellen ze vol trots dat ik uit Nederland kom, zij mij vorig jaar
tijdens hun reis ontmoet hebben en dat ik lid van het koninklijk huis ben
en under cover op reis ben, ter voorbereiding op mijn toekomstige taak
(wat die dan ook moge zijn). Dit omdat Rob en Penelope zogenaamd niet
geloven dat iemand zo lang op reis kan zijn.
En dan is het Kerst.
Rob en Penelope hebben een brunch georganiseerd voor zijn ouders en zijn
zus en zwager. Rob zijn vader komt uit Nederland, heeft een aantal jaar in
Indonesie gewoond en is zo'n vijftig jaar geleden naar Nieuw Zeeland
geëmigeerd. Hij heeft zich al weken op mijn komst verheugd en blijft
praten en vragen. De rest van de fam vindt dat beschamend en ik moet er om
lachen. Het is erg gezellig.
Naar de kerk gaan we niet; we zijn gisteren al geweest. Naar een
kinderdienst om vijf uur 's middags. Alle kinderen waren verkleed als
herder of als engeltje (Alice als schattig engeltje. Nee, ik NIET!) en het
was een groot feest van vals zingende kinderen en elkaars grut bekijkende
ouders. Precies dertig minuten duurde het en het had ook geen seconde
langer moeten duren want stilzitten was er niet bij. Ik wou dat wij
vroeger zulke kerkdiensten hadden gehad.
's Middags naar Penelope's moeder in Cambridge. Denk niet dat het met
kerst het aan de andere kant van de wereld er anders aan toe gaat: iedere
familie krijgt evenveel tijd en aandacht met de kerst en ook hier gaat
daar veel gebel en geregel aan vooraf. De voorbereidingen worden nog
opgeleukt door Rob die buiten de barbeque aansteekt om de vis te
roosteren. Twee tellen later staat de bbq in de fik en moet de
brandblusser er aan te pas komen. Of het er in Nederland ook zo aan toe
gaat.
Voor het diner gaat Penelope's moeder voor in het gebed. Ze herdenkt
Penelope's vader die drie jaar geleden plotseling vlak voor de kerst is
overleden en dankt voor al het goede dat ze ondanks dit verlies mogen
ontvangen. Als ze vervolgens afsluit met te zeggen dat ze blij zijn dat
Jackie bij hun aan tafel zit, zo ver weg van huis en familie en dat ze
hoopt dat ik mij bij hun thuis voel, rollen de tranen over mijn wangen.
Ja, ik voel mij heel warm en hartelijk ontvangen en onthaald. Ja, het is
als thuis voelen. Alleen een klein beetje anders. Als ik mijn ogen
opendoe, kijk ik glazig naar mijn bord, vouw langzaam mijn servet op mijn
schoot open, haal diep adem en kijk met uitgelopen mascara ogen en een
trillende glimlach de wereld in en de anderen aan.
Ham? Vis? Twee soorten aardappelen? Drie soorten groenten? Sauzen? Het
kan niet op. Een echt kerstdiner. Net zo volgestopt na als een kalkoen
voor het diner stappen we om tien uur in de auto. Eerste kerstdag is
voorbij; het was een goede; op naar de tweede.
Ook deze kerstdag begint op het gemak. Rond het middag uur rijden we naar
Rob's ouders die ook in Hamilton wonen. Helen en Peter (zus en zwager)
wonen sinds kort in Wellington en logeren met de Kerst bij hun. Een glas
sodawater lijkt mij erg lekker, maar Rob's vader denkt daar duidelijk
anders over. Jackie moet en zal aan de advocaat. Terwijl de rest aan de
wijn zit, neem ik hapjes van mijn advocaat (Bols) met slagroom, terwijl de
heer des huizes minzaam glunderend van de zijne geniet. Ik lijk mijn oma
wel.
Na een uitgebreide warme lunch gevolgd door koffie- en theerituelen,
stappen we aan het einde van de middag weer in de auto en keren we
huiswaarts. Onderweg verklaart Penelope de Kerst officieel als beëindigd
en halen we grappend, opgelucht adem.
Dit jaar is derde kerstdag voor mij stiekem ook nog officieel Kerst. De
slaap nog uit mijn ogen wrijvend en nog in nachtgewaad, blijk ik al wel in
staat om tot tien te tellen en zodoende naar Nederland te bellen. Raar
hoor: hier al ochtend en en met stralende zon rond de twintig graden
terwijl aan de andere kant van de lijn het avond is en je familie in
winterkleren de kerstfilm zit te kijken. Toch wel fijn om ieders stem weer
even te horen. Eenmaal weer op de hoogte van het wel en wee over en weer
gaat het leven aan beide zijden van de wereldbol gewoon weer verder. Aan
de tweede kerstdagkant wordt de film afgekeken en aan de derde
kerstdagkant ga ik eerst eens een rondje wandelen. Ik neem Alice mee want
die is nog niet over de kerststress heen en haar ouders gaan in de tuin
grasmaaien en bomen snoeien. Kerst 2002 is voorbij en ik loop achter een
in wezen wildvreeemde kinderwagen in een dapper brandende zon in een voor
mij nog onbekend land. Met stemmen uit een ver Nederland nagalmend in mijn
hoofd. Ik ben een rijk mens; ik ben een gelukkig mens. Ik heb met Kerst
alles gekregen wat ik gewenst had. Zelfs meer dan dat.
|