Knocked of her bicycle
Het was een mooie najaarsochtend in februari dat ik wederom in
Christchurch was en besloot op één van de fietsen van het hostel naar het
centrum te gaan. Lopen had ook gekund, zo ver was het niet, maar af en toe
op de fiets is ook wel lekker.
Keurig links rijdend, peddel ik voort over het asfalt. Ik bedenk mij wat
ik allemaal in de stad wil regelen en doen en wat ik verder nog nodig heb.
WOW !!! KNAL, BAF, BOINK!!! Het is gebeurt voordat ik er erg in heb.
'G**v%^&**, kl#$tz!k, kun je niet uit je doppen kijken?', scheld ik van de
schrik in een van woordarmoede overlopend Nederlands. De man die zojuist
zonder achteruit te kijken, de voordeur van zijn geparkeerde auto geopend
had, kijkt mij gapend aan. 'Are you alright?", vraagt hij stamelend.
Ik had tussen zijn geparkeerde auto en de auto die netjes achteraan in de
rij voor het verkeerslicht stond te wachten, door willen rijden. Echter,
zover was ik nooit gekomen. De plotsklaps openzwaaiende deur had ik nog in
een flits gezien en 'wow' was alles wat ik nog had kunnen uitroepen,
voordat ik op de achterkant van de laatste in de rij wachtende auto's was
geknald; wat zeg ik, gelanceerd. Het lijkt geen toeval (maar oordeel zelf)
als blijkt dat de auto waar ik op geknald ben, een politie-auto is. Oom
agent staat dan ook onmiddelloos op de plaats van het ongeval en helpt mij
onder mijn fiets vandaan. Op zich leef ik nog aardig en alhoewel ik sta te
trillen op mijn benen, ben ik dus zogezegd met de schrik vrijgekomen. Mijn
broek heeft een paar enorme winkelhaken opgelopen en in mijn
linkerscheenbeen zit een diepe snee, waaronder zich al snel een ei vormt.
Mijn fiets is, net als de politiewagen en de deur van de andere auto,
heel. Mijzelf in de kreukels en al het materiaal heel; wat kan ik toch
keurig brokken maken. Het wordt mij even te veel en leunend op de
schakelkast van de stoplichten (dat is zo'n lekkere hoogte), brul ik het
uit. Even de stress eruit janken. Oom agent neemt intussen de gegevens van
de man-die-niet-uit-zijn-doppen-keek-op en als ik mijn tranen gedroogd
heb, wordt mijn fiets achter in de klep van de politieauto gedaan en mag
ik voorin instappen. Op weg naar de eerste hulp.
Bij de balie vraagt de dienstdoende verpleegkundige wat er aan scheelt. Ik
zeg: 'I fell off my bicycle.' Oom agent vindt dit duidelijk de
understatement van het jaar en komt van rechts over de balie leunend,
aanschuiven en zegt tegen de verpleegkundige: 'Actually, she was knocked
off her bicycle!'. Zo is het maar net en de mevrouw knikt betekenisvol. In
de behandelkamer worden de wonden (ik blijk ook nog op elleboog en heup
het nodige gebutst te hebben) schoongemaakt en krijg ik een enorm speciaal
soort pleister op mijn been. Als ik vertel dat ik uit Nederland kom,
kunnen de arts en nog twee verpleegkundigen hun lachen niet onderdrukken.
'Nederland?', vraagt de arts, 'maar dat fietst toch iedereen?' 'Ja, en?',
denk ik, maar ik zeg: 'Ja, inderdaad, maar dit is mij in al die dertig
jaar nog nooit overkomen!' Tot slot krijg ik nog een gebruiksaanwijzing
voor de pleister en het behandelen van de wond mee. Je kent dat wel: niet
nat maken, dus douchen kan ik voorlopig ook wel vergeten. Dat zal weer
lekker stinken worden!
Oom agent heeft geduldig zitten wachten en vraagt hoe ik het hele ongeval
verder wil gaan afhandelen. Het kan een juridisch verhaal worden, maar kan
ook voor de snelle weg kiezen: contante centen. Ik voel mij verder oké,
dus kies voor cashen. Ik wil namelijk wel een nieuwe broek. Mijn blauwe
Oom stelt voor dat ik dan uitzoek hoeveel een nieuwe broek kost en dat aan
hem doorbel (yep, shoppen op commando!). Vervolgens zal hij met de iets te
snel deuren openzwaaiende man contact opnemen en hem een cheque met het
geld naar Hamilton (het adres van Rob en Penelope) laten opsturen. Ik stem
in. Het is Nieuw Zeeland tenslotte en daar gelden mondelinge afspraken nog
gewoon. Vertrouwen is hier nog ongeschonden en wie ben ik om dat te
doorbreken?
Waar ik vervolgens naar toe wil. Nou, doe mij maar de stad. Daar was ik
per slot van rekening naar op weg nietwaar? Zodoende sta ik een
kwartiertje later als nog op het plein bij de VVV en de Starbucks Coffee.
Uitgezwaaid door de diender die mij op de valreep nog vertelde dat zijn
twee dochters momenteel voor een jaar in Londen wonen en werken. Hij hoopt
natuurlijk dat als één van zijn dochters zoiets overkomt er zo'n aardige
Oom Bob zal zijn die haar helpt. De arme man. Ik heb hem maar in de waan
gelaten.
De informatie van de VVV kan nog wel even wachten. Jackie gaat eerst eens
aan de koffie. Een sterk bakkie kan ik nu wel even gebruiken. Knocked off
her bicycle; hoe zeg je dat eigenlijk in fatsoenlijk Nederlands?
|