Eseta
Met een postcard picture van hagelwitte stranden, wuivende palmbomen en
een azuurblauwe zee in mijn gedachten, stapte ik opgetogen in het
vliegtuig. Dáááág land van de lange witte wolk, van Lord of the Rings en
the America´s cup. Genoeg voor nu tot een volgende keer. Met je luie
hadewiets op het strand liggen, dat is wat ik ga doen. Niets meer, niets
minder.
Welk een desillusie als de landing in Nadi gepaard gaat met thunderstorms
en regen, veel regen, heel veel regen... Als donderslag bij heldere hemel
slaat mijn humeur van paradijselijk zonnig, om in een grote
teleurstelling. Dat is waar ook. Het is regenseizoen hier. Helemaal
vergeten dat dat ook de hele dag kan duren, in plaats van de gebruikelijke
bui tussen vijf en zes uur in de middag. Eenmaal buiten wordt mij
onmiddellijk gevraagd in welk hotel ik verblijf en als ik zeg: ´Weet ik
nog niet´, word ik vervolgens vakkundig meegelootst met een tante van een
vaag reisbureautje. Haar hele verkooparsenaal komt uit de kast zetten,
maar het enige wat ik wil, is een backpackers. Degene waarmee ze
uiteindelijk op de proppen komt, klinkt niet erg veelbelovend. Ik wil
opstappen en de bus nemen, maar de bus rijdt niet. Zegt ze. Hmmm, alhoewel
ik er geen klap van geloof, weet ik één ding zeker: het is zondag hier en
voor zover er hier al door de week gewerkt wordt; op zondag in ieder geval
absoluut zeker niet. De stromende stortregen maakt het geheel niet echt
aantrekkelijk. Te moe en te teleurgesteld in alles (als ik ergens van baal
dan doe ik dat met heel mijn ziel en zaligheid) besluit ik toe te geven en
zo rijd ik een uur later naar hun backpackers. Een ander slachtoffer heeft
zich complete tours naar de eilanden laten verkopen en ik troost mij met
de gedachte dat het dus nog erger kan. Het valt allemaal wel mee, maar ik
slaap slecht omdat ik rust wil; een plaats waar ik langer kan blijven en
mij nergens druk om hoef te maken.
De volgende ochtend zit ik om negen uur in de bus naar Nadi downtown. Daar
aangekomen, kom ik er achter dat de klok een uur terug gaat als je vanaf
Nieuw Zeeland naar Fiji vliegt, daar Nieuw Zeeland aan zomertijd doet en
Fiji niet. Ondertussen regent het, alsof het de gewoonste zaak van de
wereld is, nog lekker door. Ik probeeer een reisbureau te bellen dat ik
van andere reizigers getipt gekregen heb, maar alle lijnen zijn bezet.
Backpacker resorts op de eilanden zijn ook onbereikbaar en moedeloos hang
ik op. Wat nu??? Had ik mij zó verheugd op Fiji (misschien wel teveel) en
dan heb je dit! Regen, rip off´s; het is nog erger dan India. Komt dat
door de grote hoeveelheid Fiji Indians alhier (en hun muziek, winkels en
eten) of ligt dat aan mij?
Ik stap een reisbureautje binnen en weet dat ik wederom mijn ziel aan de
duivel ga verkopen, maar ik wil nu eenmaal naar de Yasawa´s en als ik het
dan zelf niet kan regelen, dan maar via de Fiji toeristenmafia. Het lukt
en ik kan dezelfde dag om één uur met de boot naar Wayalailai. Héhé,
eindelijk gebeurt er iets. Vanaf het reisbureautje, waar mij tig keer
gevraagd wordt of ik echt niets wil eten of ansichtkaarten wil kopen en ik
met een vette glimlach resoluut blijf bedanken (pertinent weigeren is
wellicht een betere omschrijving) word ik inderdaad opgehaald door een
minibus. Tot zover lijkt alles naar wens te gaan. Tusssenstop op het
vliegveld waar twee gasten en een stel instappen. Op weg naar Lautoka. Dat
wil zeggen, zodra de minibus wil starten. Dat wil ie absoluut niet (meer)
en de klok neigt rapido naar één uur te gaan (mijn horloge heb ik
inmiddels met de klok in Fiji gelijk gezet).
Wederom ben ik getuige van het fenomeen Fiji-time, wat zoveel betekent als
heel erg zee´r veel ontzettend langzaam. Tijd is inderdaar een uiteremate
elastisch begrip in deze contreien. Ik begrijp ook meteen dat ik even moet
schakelen en dat gaat vlotjes. Ik noem het: de Azie-modus. Zou ik mij
bijna verantwoordelijk voelen voor het halen van een boot. Ben je gek!
Afijn, na een stuk of drie pogingen van bus aanduwen met tips van de twee
Zwitserse gasten (´versnelling in zijn twee zetten!´ Maar die blijkt zo
ongeveer in zijn drie te zijn vastgeroest en als die loskomt, staat hij
prompt in zijn een. Ik onderdruk een hardgrondig Arrrrrggggghhhhh. Begrijp
je nu waarom ik naar een strand wil?) stappen we over op een andere bus.
Een half uur later staan we in het haventje van Lautoka. De regen komt met
bakken uit de hemel zetten en het bootje waarmee wij verondersteld worden
naar een eiland te gaan, danst als een lucifershoutje op de golven die op
hun beurt woest tegen de kade slaan. Ik ben niet snel zeeziek en niet echt
bang op of van water, maar deze combi ziet er wel heel erg onaantrekkelijk
uit.
Gevijven belsuiten we niet te gaan. Te riskant. Terug naar het vliegveld
waar tevens het reisbureautje van de andere vier gevestigd is. Het stel
gaat op eigen gelegenheid verder en de Zwitsers en ik kiezen een
hotelletje aan het strand uit en morgen gaan we dan hopelijk wel naar
Wayalailai.
Het hotel is geweldig! Aan het strand (ook al is het slecht weer), schoon,
vriendelijke mensen en heerlijk eten. Ik ben helemaal gelukkig en dat is
maar goed ook want op dat moment heb ik nog geen idee van wat mij allemaal
nog te wachten staat.
Ondertussen heb ik verder kennisgemaakt met Christian en Roman (de
Zwitserse gasten) en al heel wat uurtjes zitten kletsen, lachen, eten en
drinken. Geloof mij: Zwitsers hebben definitief te weinig zuurstof daar in
die bergen. Mocht iemand mij niet helemaal normaal vinden, dan kan ik je
vertellen: zij zijn echt helemaal gek! Roman heeft twee jaar in Melbourne
gewerkt en loopt als een hele halve Aussi de hele dag ´G´day mate, how´s
going?´en ´Beeeaaauuuty!´te roepen. Christian heeft net tien maanden doot
Australie en Nieuw Zeeland gefietst. Een absoluut bodemprijsticket bracht
hun naar Fiji. En zeg nou zelf: met zijn drieen op het slechte weer
schelden is nog altijd een stuk gezelliger dan in je eentje en prettig
gestoord doen ook. Zodoende.
De volgende morgen krijgen we aan het ontbijt te horen dat de boot wederom
niet vaart vanwege het slechte weer. Dat zijn geen grappen! Het went snel
en ik besluit meteen mijn bed weer in te duiken. Niets slaapt zo lekker
als stortregen buiten en ik droog binnen.
´s Middags vind ik in de lounge van het hotelletje een Amerikaanse Vogue
van meer dan achthonderd pagina´s dik! Alhoewel september 2002 gedateerd,
hoor je mij niet meer de rest van de dag. Even plaatjes kijken.
´s Avonds zien we op het weerbericht dat het een hurricane, cycloon,
orkaan of hoe je zo´n weerselement dan ook definieert, is met de
welluidende naam Eseta die mijn cq onze zonnige vakantie-ideeën compleet
en letterlijk in het water gooit. Windsnelheden van veertig tot vijftig
knopen zeggen mijn geen zier als ik ze van het beeldscherm lees. Wel als
ik naar buiten kijk. Eén zekerheid heb ik: ik kan er niets aan veranderen
en accepteren gaat voor de verandering best snel deze keer.
De volgende dag, het is ondertussen woensdag geworden, begint het hele
circus op nieuw. De boot vaart, zegt men, maar niemand zegt hier ´nee´ als
er ook maar een kans bestaat dat er geld verdiend kan worden. Als het
busje wederom richting Lautoka (linksaf) rijdt, terwijl we met de grote
boot uit Nadi (rechtsaf) zouden vertrekken, weet ik genoeg. Ik heb geen
zin in weer een hele dag heen en weer gesjouwd te worden en gedrieën
besluiten we dat het helemaal mooi geweest is met die als een kat om de
hete brij draaiende kliek hier en we cancellen alles.
Je kunt je ongeveer voorstellen hoe de eigenaars van het hotelletje keken
toen we bepakt en bezakt weer voor de deur stonden. We konden weer in
dezelfde kamer.
Genietend van een bak koffie en de meteorologische situatie in ogenschouw
nemend, concludeer ik aan de hand van de vuilgrijsgroene lucht dat we wel
eens een tik van Eseta kunnen krijgen. ´Vijf minuten´, zegt Roman. ´Da´s
mooi´, zeg ik ´dan kunnen we nog net onze koffie opdrinken.´ Nou nee dus.
Ik heb de laatste ´n´ nog niet uitgesproken of met een absoluut volle
kracht komt er een windhoos binnen zetten die dwars door het hele huis
gaat en de vloer blank zet. Wow! Goed dat we niet in een bootje op zee
zitten!
Ondertussen vullen we, als het regentm de tijd met nog meer sterke
verhalen, koffie en drank. Zo leer je elkaar wel kennen. En de mensen van
het hotelletje ons. Als het droog is, nemen we een duik in het zwembad;
aan de tropische temperatuur van dertig graden mankeert immers niets, of
struinen we over het strand. Ik zie wel hoe het afloopt. Desnoods blijf ik
tien dagen, met mijn Amerikaanse Vogue en koffie binnen handbereik, hier.
Eseta zal toch ook een keer naar huis moeten nietwaar? Hopelijk is dat
eerder dan ik.
|