Afgang
Wie ooit op het lumineuze idee gekomen is, weet ik niet precies, maar het
is ondertussen al een paar jaar dé te gaaf-kicken-tof activiteit vanuit La
Paz. Een mountainbiketour over de gevaarlijkste weg van de wereld, die
loopt van La Cumbre naar Yolosa met een daling van een kleine 4000 meter
over een afstand van 65 kilometer. De meest enge verhalen doen de ronde.
Van de statistiek: het is de weg waar(op? van?) gemiddeld iedere twee
weken een voertuig het ravijn in stort. En fietsen met kapotte remmen en
vervolgens in het ravijn duikelende toeristen die het al dan niet
overleven, tot elkaar passerende trucks die je van de weg drukken als je
de locale voorrangsregels niet respecteert (hetgeen mij volledig terecht
lijkt, maar wie ben ik?) Het ziekenhuis in Coroico schijnt een van de
beste in Bolivia te zijn.
Mooi, reden genoeg om het zelf eens te gaan ervaren; zo moeilijk is
fietsen nu ook weer niet en het idee dat je niet hoeft te trappen, wat zeg
ik: alleen maar hoeft te remmen maakt mij bij voorbaat al helemaal blij.
Sportief zijn zonder inspanning, dat lijkt mij duidelijk: dat wil iedereen
toch?
Zodoende heb ik het er voor over om om zes uur ´s morgens op te staan en
na het overbekende opstaans- en inpakritueel om zeven uur de deur uit te
gaan. Stipt acht uur vertrekt de club namelijk en mijn nuchtere maag
schreeuwt om vulling. Hoe toevallig is het verzamelpunt een café in de
stad. Dat die nog niet open is en we dus niet om acht uur maar om kwart
voor negen vertrekken zal niemand verbazen.
Na een bustocht (fietsen op het dak) van een uur staan we op de La Cumbre
pas. Fietsen van het dak, oranje veiligheidsvestjes aan en jawel, ook mijn
meest favoriete en minst flateuze kledingsstuk: de helm, is weer van de
partij! Denk niet dat we zomaar kunnen vertrekken. Oh nee, eerst een
briefing waarin alle gevaren toegelicht en spelregels uitgelegd worden.
Samengevat als: het is gevaarlijk want de weg is steil, heeft geen
vangrail en het ravijn is diep. Daarnaast: wie eikelt wordt subiet in de
bus gezet. No mercy. Twee dagen geldden was er namelijk nog een gast
vijftig meter naar beneden gepleurd en alhoewel hij het overleefd had zat
de schrik er, in ieder geval bij onze gids, goed in. De Boliviaanse gids
sprenkelt nog een halve liter alchohol (roken verboden) voor onze fietsen
uit ter doop voor een behouden tocht en dan kunnen we er van door.
Het eerste stuk is geasfalteerd en gaat als een tierelier. Het is de Tour
de France in optima forma en de wielerploeg valt dan ook in verschillende
gradaties van een moorddadig tempo de berg af. Al snel zijn we in de
wolken; een mix van damp die in het dal hangt en van de brandlucht die van
de remmen afkomstig is. Ik besef mij waarom ik nooit een grote fan van
voornoemde sport geweest ben; dit gaat echt hard en ik blijf hard gaan
want de weg gaat immers alleen maar in Boliviaanse haarspeldvorm naar
beneden. ´Pompend remmen´ leer je tijdens een van je eerste rijlessen en
zo deed ik dat dus ook hier maar. Het voorkomt in ieder geval dat ik met
het huidige adrenalineniveau in mijn lijf, beide handremmen compleet naar
zijn grootje knijp.
Vrij snel gewend, begint de kick te komen. Dit is echt onwijs gaaf! Je zit
op de fiets en gaat net zo snel als je zelf wilt (best belangrijk voor het
laatste restje controlefreak dat nog in mij huist), zonder al te veel
inspanning (wie blijft hier een efficiency nerd?) vooruit.
De lunch is op de grens tussen het geasfalteerde gedeelte en het
onverharde gedeelte. Er staat ons dus nog meer uitdaging te wachten.
Inderdaad. Ronde keien her en der in platgereden grond en op een een of
andere manier lijkt er ook minstens twee keer zoveel vrachtverkeer te
rijden. Oeps. Effe concentreren. Waar eerst nog besmuikt gelachen werd om
het advies om niet EN te fietsen EN naar de omgeving te kijken, maar om te
stoppen, af te stappen en dan te kijken, viel bij de een na de ander het
muntje dat het hier toch om een stukje serieus lijfsbehoud ging.
Er zittten schokdempers in/op/aan zo'n mountainbike, maar het kon niet
voorkomen dat je aardig doorelkaar gestuiterd werd. Om te voorkomen dat ik
de komende drie dagen niet meer normaal zou kunnen zitten, heb ik ook maar
aan de nonchalant sportief lijkende houding van staan op de pedalen (zooo
charmant met je kont in de lucht) aangenomen. Net echt.
Afgezien van de adder onder het gras bestaande uit drie keer een stukje
omhoog moeten fietsen, vond ik het absoluut geweldig! Af en toe een
watervalletje over de weg, zodat de weg ineens in een zompige modderpoel
is veranderd en je je angstvallig afvraagt hoe je dit gaat overleven daar
je niet kunt remmen, wel een bocht moet nemen en niet in de bagger noch in
het ravijn wil terecht komen. Het lukt. En dan heb ik het nog niet eens
over die momenten dat je het idee hebt dat de fiets als het ware onder je
vandaan rijdt. Je herinnert je vast wel dat gevoel toen je vor het eerst
tijdens je rijlessen de snelweg op moest en plankgas moest geven om op
snelheid in te kunen voegen. Langzaam zakte je dan onderuit en leek de
hele boel onder je weg te glijden. Dat effect dus.
Ontzettend mooie omgeving, lekker weer en knallen maar. Dat gebeurde na
verloop van tijd met mijn achterband en hoe vervelend voor de gids: de bus
(die als veegploeg fungeerde) reed op dat moment een heel stuk vooruit in
plaats van achteraan. Mij hoor je niet klagen. Ik kreeg namelijk het
scheurijzer van de gids en hij zei nog: ´Pas op, het is een andere fiets´,
maar ik was al weg. Wow! Dit was wel effe kwaliteitje tien keer beter,
zodat ik nu helemaal als een dolle afdaalde. Ideaal!
Niet alleen wij, ook de tijd vloog en om vier uur stonden we in Yolosa;
volledig gespachtelputzt door de bagger. Een opgeluchte gids, een t-shirt,
een bier en met de bus omhoog naar Coroico. Eindpunt bereikt.
Gevaarlijkste weg van de wereld en niets gebeurd. Wat een afgang!
|