Schouwtoneel
Puno, de naam van de eerste Peruaanse stad die ik bezoek, doet mij vooral
aan de Spaanse versie van Sesamstraat denken, waarin de grote gele dan wel
blauwe vogel (dit schijnt per land te verschillen) een hoofdrol speelt.
Zou het komen doordat mijn zus pas schreef dat mijn nichtje Marieke vol
graagte en gretigheid dit programma ´verorberd´? Het menselijk
brein, of
wat er in mijn geval nog van over is, stelt ons vaak voor raadselen.
Maar goed, ik was inmiddels samen met Chris en Bernardine, een Nederlands
stel op wereldreis, in deze plaats aangekomen. Qua architectuur of
aanverwante esthetiek hoef je hier absoluut niet heen. Het was de gene
zijde van Lake Titicaca die ik er wilde zien en met name de eilanden.
Uros is de naam van de drijvende rieteilanden waar de locals al in
klederdracht en met bergen souvenirs voor hun snufferd op ons zaten te
wachten. Hoe ontieg´lijk toerist kun je je voelen? Aapjes kijken is
er
niets bij. Het leek zo kunstmatig dat ik maar even keihard ben gaan
springen om te testen of het eiland inderdaad wel van drijvend riet was.
Gelukkig, iedereen keek zwaar verstoord op toen mijn sprong een kleine
zeebeving teweeg bracht en er een bijbehorende golfbeweging door deze
gelegrasmat trok, waarmee voor mij het bewijs van drijven en dus echtheid
geleverd was.
De waarheid gebiedt mij te zeggen dat het wel fotogeniek is en ik mij
daarom gelaten overgaf aan dit wereldwijd cultuurvernietigende gedrag.
Verbazingwekkend dat de mensen zich zo gemakkelijk lieten fotograferen.
Waren de Peruanen dan echt zo significant verschillend van de Bolivianen,
die bij het zien van een camera zich meteen al omdraaien of achter hun
(bol-)hoed verschuilen? Ik begreep er niets van.
En op Taquilla van hetzelfde laken een pak. Ik was zo verward dat ik bijna
vergat om foto´s te nemen. Dit kon toch niet waar zijn?
Op de terugweg zag ik het antwoord op mijn vraag. Op het rieteiland waren
de ronde rieten hutjes leeg; de mensen en de souvenirs verdwenen. Op het
ernaast gelegen eiland stonden vierkante huisjes met golfplaten daken en
een zonnepaneel. Daar liepen dezelfde mensen als vanmorgen, maar nu in
Westerse kleding. Einde voorstelling.
* * *
Ze zijn niet blij de leraren, de boeren, de buschauffeurs en de werknemers
in de gezondheidszorg hier in Peru. Om dat kenbaar te maken aan alles en
iedereen, bezetten ze overheidsgebouwen, staken en demonstreren ze. Het
schijnt de afgelopen weken al herrie te zijn geweest en de eerste
slachtoffers zijn al gemeld. Ze eisen ondermeer loonsverhoging en
belastingverlaging. ´s Avonds, vlak na aankomst in Puno, zag ik
televisiebeelden van rellen, stakingen en demonstraties. Het bleek het
relaas van het gebeuren van dezelfde middag in Puno te zijn.
Zittend in het restaurant werden opeens de buitendeuren gesloten. Wat
bleek? Een horde demonstranten kwam, gewapend met potten, pannen en
pollepels, waarmee een oorverdovend lawaai werd gemaakt, door de straat
zetten. ´Logisch dat je je deuren sluit´, grapte ik nog, ´voordat
je het
weet nemen ze al je kookgerei mee.´
Het bleef echter de rest van de avond onrustig. Onwerkelijk. Twee werelden
aan twee zijden van een deur. Op straat de Peruanen met hun onvrede en in
het restaurant de toeristen genietend van hun copuleuze maaltijden en
sterke verhalen. Wie staat op de planken; wie zit er in de zaal?
* * *
Ik heb er nooit mijn statistiekkennis op losgelaten, maar het schijnt zo
te zijn dat als je met een wildvreemde aan de praat raakt, het slechts een
keten van vijf elkaar kennende personen vereist, voordat je een
gemeenschappelijke kennis hebt. Soms zijn er sterkere staaltjes van ´ons
kent ons´ te vertellen.
´s Avonds zaten we, Bernardine, Chris en ik in een restaurantje alwaar
we
ons tegoed deden aan pizza en pasta. We waren niet de enigen en het duurde
niet lang of we raakten aan de praat met het stel dat aan het nabijgelegen
tafeltje eveneens van hun diner zat te genieten. (of ze dat nadien nog
deden, is nog maar de vraag.) We raakten echter in een geanimeerd gesprek,
waarbij de aftastingsvragen van: Hoe lang zijn jullie op reis? Waar ben je
geweest en waar gaan jullie nog naar toe? Soepeltjes werden gevolgd door:
Waar wonen jullie? en Waar werken jullie? Mijn kin hing prompt
onwaarschijnlijk laag in mijn pizza toen haar antwoord luidde: Bij
Berenschot.
In no time werden plaatsen gewisseld, want mijn nieuwsgierigheid was
gewekt. En andersom idem dito. Want was ik niet degene die ooit aan het
prioject had gewerkt waar zij nu aan verbonden was? En was ik ook niet
degene die in de krant had gestaan? Ja, inderdaad, dat was ik. Ik voelde
mij als een kind dat betrapt werd op het stiekem leegeten van de snoeppot.
´Maar vertel eens´, zo was mijn wedervraag, ´Hoe staat het
leven in het
Utrechtse?´ Dat er veel kan veranderen in nog geen twee jaar, bleek
eens
te meer enin een uur tijd, had ik het gevoel weer helemaal bij te zijn met
betrekking tot het reilen en zeilen van mijn voormalige werkgever en mijn
ex-collega´s. Het leek de organisatiekundige case van de 21e eeuw en
een
soap tegelijkertijd en met de gretigheid van een organisatie-adviseur en
voyeur absorbeerde ik de genoemde zetten in het schaak- dan wel
schouwspel. Schaakmat of crime passionel? Alhoewel ik er al bijna net
zolang weg ben als dat ik er gewerkt heb, hou ik er toch een zwak voor.
Ondanks, of misschien juist wel dankzij alles.
Was het Vondel die het schreef? Joost mag het weten. Ik ken alleen de
musicalversie van de afscheidnemende ouderejaars, zo'n twintig tot vijf en
twintig jaar geleden, op de bonte avond van de pedagogische academie (nu
Pabo) waar mijn pa werkzaam is:
Komt en ziet ons aller lot,
Gedragen wij ons niet al te zot?
Het leven is geen schouwtoneel,
Maar uw bestaan, dus neem uw deel.
|