In bad,
Je hoeft niet over een Einsteinachtige talenknobbel te beschikken om iets van een vertaling van de plaatsnaam Banos in het Nederlands te verkrijgen. Baden (meervoud van bad) doet het al snel goed. Hier in Banos kun je wandelen, bergbeklimmen, mountainbiken, paardrijden, en meer van dat soort ultra actieve dingen. Of net zoals ik, nietsdoen. Jawel, dat lukt mij zelfs tegenwoordig! Vandaag ben ik zeshonderd dagen op reis en dat gaat gevierd worden. Turbo gaat muy rapido naar de banos. De medicinale wel te verstaan. Bepakt met mijn bikini en een handdoek uit het hostel, toog ik, mij verheugend op dit erg relaxte uitje, naar eerste locatie waar baden zouden zijn. Jawel, er zijn meerdere locaties in Banos; je noemt natuurlijk niet meteen je hele dorp Banos, als je slechts één bad te vergeven hebt. Volgens mijn reisgids zijn er zes. De eerste, genaamd Santa Clara ziet er vervallen en verlaten uit. Het is gesloten. Definitief. Gelukkig zijn er nog vijf over. Ik loop naar de volgende: Banos de la Virgen (Baden van de Maagd). Afgezien van de naam, ziet het geheel er wel aantrekkelijk uit. Ik betaal de entrée en met dat ik door het hek loop zie ik al meteen wat er aan de hand is: Jackie is de enige gringo.
Net doen alsof er niets aan de hand is. Ik loop de kleedkamer in en lees de voorschriften die op de muur hangen. Net als iedereen lever ik netjes mijn tas bij het bagagedepot in en ga onder de openbare douche staan, want ik moet mij eerst wassen met water en zeep. Dat ik geen zeep heb, vind ik zelf geen probleem; ik schat in dat ik minstens zo schoon ben als de andere aanwezigen hier. Ondertussen word ik nauwlettend in de gaten gehouden. Lees: wordt mijn nu toch wel definitief versleten bikini zo ongeveer van mijn gat gekeken. Wow een gringo. Die is groot. Die is wit. Het staat nog net niet op hun voorhoofden, maar je hoort het ze denken.
Het water is warm. Zeg maar gerust heet. En troebel. Heel troebel. Ik weet niet wat ik het minst prettige van de twee vind. Ik lees het bord waarop in scheikundige termen de namen van alle medicinale (en daarmee goed voor mijn lijf en leden) delfstoffen, breeduit geschreven staan. Ondertussen probeer ik tegen beter weten in, de hardnekkige gedachte van in het waterplassende mensen weg te drukken. Het lukt niet. Het zal wel aan de temperatuur van het water liggen, die met een serieus schijnende zon eigenlijk net te warm voor het lekker is. Gelukkig ligt het bad naast een rots waarlangs een waterval naar beneden komt storten. Het water wordt via een ingenieuze manier opgevangen en gedistribueerd, zodat je vervolgens onder een ijskoude douche van watervalwater kunt gaan staan. Dat is behoorlijk schrikken, maar erg lekker en het maakt het saunagevoel compleet. Vervolgens duik je dan weer terug in het warme bad om op temperatuur te komen, totdat het weer te warm wordt en je weer naar de douche rent. Noem dat maar eens relaxed; het is voorwaar hard werken.
De baden zijn slechts één meter vijftig diep. Eerst verbaasd mij dat, zo klein zijn de Equadorianen toch ook weer niet. Gecombineerd met de waarneming dat iedereen langs de kant hangt, kom ik tot de conclusie dat ze waarschijnlijk helemaal niet kunnen zwemmen. Tada! Wijsheid komt met de jaren. Prettige bijkomstigheid hiervan (van dat aan de kant hangen, bedoel ik. Ja, dat van die wijsheid ook!) is dat het in het midden van het bad zo goed als leeg is. Ideale plek voor mij om daar rustig in rond te dobberen. Gosh, wat een heerlijk leven.
Eenmaal uitgebadderd, vlei ik mij neer op een ligstoel. Ik kijk naar het behaalde resultaat van het baden en zie tot mijn grote schrik dat ik aan het vervellen ben. Mais non, he? Mijn Mancora-bruin, bladdert hier harder af dan de verf van de gemiddelde voordeur hier. Maar dat is niet de bedoeling! Kom ik volgende week, midden in de zomer, strakwit in Nederland aan. Helaas het kwaad is al geschied. Een blank, zacht perzikhuidje is het resultaat.
Met tegenzin sta ik op, kleed mij weer om en vertrek. De zon gaat onder. Het bad gaat sluiten. Ik loop terug naar het hostel en als uit het niets plopt ineens de herinnering aan mijn eindexamen Nederlands op. Je kreeg voorafgaand aan de bespreking van de literatuurlijst met de boeken die je gelezen had, een gedicht om te verklaren. Het sloeg op het thema dat steeds terugkeerde in de boeken die je gelezen had. Ik kreeg het gedicht: ‘De idioot in het bad’ van M. Vasalis. (Nee, dat is niet dezelfde persoon als de rondtrekkende artiest Vasalis waaraan Remi door zijn vader wordt verhuurd.) Ik had het toendertijd zo in de gaten. Nu vind ik het nog steeds mooi. In bad.
DE IDIOOT IN HET BAD
Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot naar 't bad.
De damp die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.
De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.
Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.
Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.
En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig waterleven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.
M. Vasalis
|