Eindelijk stap ik de door de bekende deuren van de arrivals op Schiphol en zie ik Dees, El, Simoon, Esther & Paul, Nard, An en mijn o zo groot geworden nichtje Marieke staan. Moe van drie vluchten in anderhalve dag en uitgelaten van blijdschap, van ik An huilend om de nek. Zoveel aandacht, zoveel emotie; dat is mij even teveel. Zo lang naar uitgekeken en nu bewaarheid.
Tijdens de koffie krijg ik van Dees mijn eerste heuse Hollandse bruine boterham met kaas en met gretige graagte verorber ik deze. Vooralsnog is het niet gek om in Nederland te zijn.
Drie dagen later denk ik er compleet anders over als ik samen met An en Marieke in de Albert Hein van Oegstgeest sta. Het is vrijdagochtend en in mijn ogen abnormaal druk. Karren worden tegen mijn hielen gereden en mensen die opmerken dat ik sta te dagdromen. Ik ben helemaal beduusd. Zoveel spullen, zoveel keuze; ik krijg het er benauwd van en weet niet waar te beginnen. Het is de bedoeling dat ik insla voor de borrel die ik vanavond geef. Laat ik met de wijn beginnen. Als ik wel de witte maar niet de rose kan vinden, krijg ik nog meer de kriebels. Vervolgens vraag ik aan een dame in het blauw of ze mij met de wijn kan helpen. 'Nee hoor', zegt ze, 'ik ben van de melk' en loopt vrolijk door. En dan knapt er iets in mij. Ik begin spontaan te janken en wil onmiddellijk weg hier. Gek word ik van dit drukke, benauwde, gestresste Nederland! Er is echter geen ontsnappen aan. Mijn zus is de rust zelve en troost mij, Marieke achterlatend bij de meneer die een nieuwe smaak yoghurt via proefbekertjes aan de man probeert te brengen. (Zo, laat dat kind maar proeven; hoe zo papkind?)
Als even later de gewenste boodschappen in mijn kar liggen, halen we Marieke weer op bij de papafdeling ('Ik heb haar mond afgeveegd hoor', zegt de proefmeneer nog vriendelijk) en sluiten we aan bij de kassa. Daar begint het volgende gehannes. De snelkassa ernaast heeft niemand in de rij en ik mag daar afrekenen. Maar dat wil ik helemaal niet. De cassiere begint nogmaals te roepen: 'Je kunt hier ook afrekenen hoor!' Ik voel de tranen alweer opwellen. Ik zeg dat we samen met de pasjes doen. 'Maar dat kan hier ook', zegt de snelkassa mevrouw op commanderende toon. Bingo! Tranen rollen alweer over mijn wangen. 'Wat een k%twijven hier', zeg ik hardop. Ik heb het compleet gehad hier. Tijd voor An om in te grijpen. Met de resoluutheid van een generaal zegt ze: 'We rekenen samen bij deze kassa af. Dank u wel!' Hehe, die is stil.
Thuis ga ik op de onderste trede van de trap zitten en even lekker voluit zitten grienen. Sorry hoor; de stress moet er even uit. 'Takkelien huile?', vraagt mijn nichtje verbaasd als ze tegenover mij staat. 'Ja, heel even zeg ik'. Ze geeft mij een kusje. Het is weer over.
Alhoewel heel wat meer bewust van mijn tijdelijke terugkeer nar Nederland dan vorig jaar, blijft het lastig. Het is geweldig om weer met vrienden en vriendinnen af te spreken, maar het kost mij zeker in de eerste weken enorm veel energie. Het zijn de mensen die je al (heel) lang kent en het vervult mij met blijdschap om iedereen weer te zien. Tevens is er het besef, de bewustwording, dat ieders leven gewoon doorgegaan is. Zij het hunne; ik het mijne. Soms doet dat pijn want dan mis ik het leven van vroeger. Het delen van je hartsgeheiemen met je vriendinnen is niet meer het spannende, allesoverheersende van vroeger. Het is een leuk verhaal. Ik mis die intensiteit wel. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat ik daarmij nu een eigen leven heb gekregen en zelf ook een stuk vrijer in mijn doen en laten geworden ben. Alleen daar naar handelen lukt hier in Nederland op de een of andere manier slecht. Ik vind het nog steeds moeilijk om tegen mensen te zeggen dat ik (deze keer) geen tijd voor ze heb. Dat ik (eerst) aan mijzelf moet denken omdat ik anders weer net zo dolgedraaid als vorig jaar het land verlaat.
Het lukt; met ups en downs. En op de meest onmogelijke momenten voel ik mij intens gelukkig en straal ik als een zonnetje; het andere moment vraag ik mij af wat ik hier in hemelsnaam doe, waar mijn vrijheidsgevoel gebleven is en wat ik uberhaupt met mijn leven moet aanvangen. Op zulke momenten zak ik huilend in elkaar en zoek troost bij An. Mijn zus, die vroeger (volgens eigen zeggen) achter mij aanliep als een kuiken achter moeder kloek (Jacq wist het immers wel), is nu degene die 'in control' is. Met haar acht maanden dikke buik waggelt ze gemoedelijk door het huis en is nog meer down to earth dan ze normaal al is. Een knuffel, een troostend woord en mijn tere kinderzielverdriet is weer over.
De weken vliegen voorbij en de zolderkamer bij An en Inno is ondertussen compleet onder mijn spullen bedolven. Ik voel mij er helemaal thuis. Dan komt het moment dat ik mijn vlucht naar Nairobi zou nemen. Ondertussen heb ik besloten om langer in Nederland te blijven en Kenia en Tanzania te skippen. De nieuwe vertrekdatum wordt 31 augustus.
Eetafspraken, verjaardagen, vriendinnenavonden, koffiebezoeken, jaarclubeten; al met al zie ik toch kans om een groot aantal mensen te zien en te spreken. Gelukkig. Maar ook andere reizigers. Rob en Becky die ik in Nieuw Zeeland heb ontmoet, zijn voor een week in Nederland en komen in Leiden langs. Heerlijk even reisverhalen delen. Chris en Bernadine rijden op weg naar hun eigen huis nog even (om) langs Leiden om lekker even bij te kletsen. En hoe geweldig is het als je met iemand afspreekt die je tot op dat moment alleen nog maar via website en email kent. Die net als ik baan, vent en huis verlaten heeft en alleen op reis is gegaan. Over herkenbaarheid gesproken; een half woord is genoeg. We lachen wat af. Om onze successen om om onze dieptepunten. Het overwinnen en het afzien. Het vertrekken en terugkomen. De vreugde en de pijn.
En hoe dichter de eenendertigste augustus nadert, des te erger het wordt. Het benauwende gevoel. Ik wil weg! Het is heel tegenstrijdig want eigenlijk wil ik niet weg. Het is als zitten in een warm bad. Je weet dat je straks je mooiste kleren aan mag (en wie wil dat nu niet?), maar daarvoor moet je eerst nog uit bad stappen en je afdrogen. En dat is koud! Als ik in de geleende auto over de snelweg rijdt en Berlijn en Kopenhagen op de borden zie, gaat mijn hart sneller kloppen. Bij het bord met Brussel en Parijs zo mogelijk nog meer. 'Zie je wel? Je kunt wel weg uit Nederland!', denk ik opgetogen. De cd vol met jaren tachtig disco muziek die ik in La Paz op de kop getikt heb, draait overuren. Ik word er helemaal vrolijk van. En soms niet. Dan zit ik drie nummers lang op de disco beat te huilen. Van pure onmacht. Zoveel keuzes in het leven en hoe weet je nu wat de juiste is?
Ik zou wel willen gaan stappen, maar durf niet om in mijn eentje Amsterdam in te rijden en alleen een kroeg, club, disco of pub in te stappen. Dus rijd ik maar door. Bij Schiphol kijk ik lonkend naar de vertekkende vliegtuigen. Wat is het toch een mooi gezicht. 'Yes, volgende week ben ik er ook weer hoor!', denk ik hardop.
De laatste week is soort nog wel spannend. Zou ik mijn nieuwe neefje of nichtje nog voor vertrek te zien krijgen? Het nieuwe wereldwonder weet het tot de achtentwintigste te rekken, maar dan heb ik er een neef bij: Sander. Ook deze keer krijg ik geen familielid mee op reis. Dan maar even goed knuffelen, over een paar maanden is hij natuurlijk alweer een hele stoere knul.
Zondag 31 augustus. Het stortregent. Hoogste tijd om te gaan. Op het laatste moment mijn rugzak ingepakt. Verscheurd door twijfel (gaat dat dan nooit over?) stap ik in de trein naar Schiphol. Esther & Paul zwaaien mij uit en daar ga ik dan; wederom op weg. Zes weken Nederland; ik ben er weg van.