Hakuna Matada
High cost, low impact is het beleid dat Botswana ten aanzien van tourisme schijnt te voeren. Klinkt mij niet echt backpacker vriendelijk in de oren. Maar goed, je bent er nu eenmaal in de buurt en de lyrische verhalen over het Chobe park maakten mij nieuwsgierig. Nieuwsgierig betekent voor mij: zelf gaan ervaren en zo vertrokken we, Helen & Emiel en ik, naar Kasane net over de grens, in het noorden van Botswana. We deden het geheel in lijn met de wens van de overheid; we hadden namelijk een twee daagse tour geboekt.
Na een redelijk vlot verlopen reis arriveerden we in de Elephant Valley Lodge. Het hoofdgebouw was zo'n heerlijk tropisch gebouw. Donkerbruin hardhouten vlonder en met een heel hoog rieten dak. Heerlijk koel want verder geen zijwand te bekennen. Met een lounge (zithoek dus) en een bar en met een hele lange eettafel. Alles even ruim, schoon en luxe. Ik voelde mij er meteen thuis!
Na een welkomstdrankje met welkomswoordje werden we naar onze slaapplaats gebracht. Een grote tent van zo'n vier bij acht meter, waar je gewoon rechtop naar binnen kon lopen. Twee super-de-luxe eenpersoonsbedden (nu eens gezellig naar elkaar, in plaats van met dat eeuwige tafeltje of nachtkastje ertussen, dat iedereen toch altijd weghaalt), een kaptafel, een rieten kledingkast en een lage tafel om je bagage op te zetten. En dat alles helemaal voor mezelf alleen! Toen werd achterin de tent nog een rits opengezoefd en wie schetst mijn verbazing als daar een complete badkamer uit het niets blijkt op te doemen. In hetzelfde donkerbruine hardhout een meubel met twee hagelwitte wasbakken met goudkleurige kranen. Daarboven een spiegel zo groot dat ik bijna de dieren buiten er in kan zien lopen. Een douche met een straal van heb ik jou daar; koud én warm water, en een keurig Europees toilet maakten dat ik mij de koningin te rijk voelde! Na de 'inspannende' reis van vanmorgen, kregen we nu de tijd om te relaxen en de absolute hoofdattractie van deze locatie te bewonderen: de olifanten.
Op nog geen honderd meter afstand van het terras ligt er een klein meertje waar olifanten, buffels en apen komen drinken en spelen. Dan geloof je je eigen ogen toch niet? Zit je rustig van je jus d'orange te nippen, terwijl er minstens twintig olifanten sneller dan agent orange bomen ontbladeren, meer bagger rondspuiten dan de eerste de beste sleephopperzuiger en stiller lopen dat een vlinder kan vliegen. Ik vind het helemaal goud!
De rest van de dag vliegt voorbij. Na een overheerlijke lunch worden we naar de rivier aan de rand van Kasane gebracht voor een boottocht. Oog in oog met een buffel, massa's olifanten en nijlpaarden (waarom vind ik 'hippo' een veel beter woord voor deze schitterende beesten?) en tig vogels in allerlei kleuren en maten. Ik wed dat als je een echte vogelliefhebber bent, je hier strak uit je dak gaat.
's Avonds een uitgelezen diner in een perfecte Agatha Christie setting. De lange eettafel is sjiek gedekt en alle twaalf passen er precies omheen. Gastvrouw en gastheer in het midden. Aan het uiteinde van de tafel een Engels echtpaar en een (schoon-)zus van oudere leeftijd. Ingevlogen, dure safari's, kostbare kleding en bijpassende sieraden; oud geld. Het Britisch Empire herleefde prompt. Een Frans stel, hooguit eind twintig, net getrouwd en aan de verhalen over de bruiloft te horen, hoefden die ook niet op een duppie te kijken. Dat de overige gasten backpackers zijn, doet er niets aan af. De meesten hebben wel tafelmanieren geleerd. En buiten het kaarslicht is het pikkedonker buiten en hoor je de dieren hun nachtelijke geluiden maken. Koloniaal Afrika; ik kan er in zwelgen...
Na het diner is er een night drive. Het is ondertussen behoorlijk afgekoeld en ik ben blij dat ik mijn fleecejack aan heb. Vanmorgen was er een ieniemienie klein buffalo jong moederziel alleen gesignaleerd. Vanavond hoorden we de hyena's lachen en zag je hun ogen fel oplichten in het schijnsel van de zaklamp. Zij hadden al gezien wat wij vermoedden. Het buffalo jong was dood en zij hadden straks (eveneens) een uitgelezen diner.
Niet tegenstaande het feit dat om helf zes 's morgen opstaan absoluut te vroeg is voor mij, was het een aangename manier van ontwaken. Een zacht 'good morning' gevolgd door een dienblad met een kop thee en twee koekjes. Welk een luxe! Onmiddellijk vlogen mijn gedachten terug naar Brisbane, vorig jaar, waar Oom Eef mij iedere morgen een kopje thee met twee koekjes op bed bracht. Hoe ongelofelijk mooi kan het leven toch zijn.
Wie nog nooit de film 'the Lion King' gezien heeft, heeft nú de kans om te stoppen en deze film te gaan kijken, alvorens hier verder te lezen (en nadat je, net als ik, een traantje weggepinkt hebt bij het horen van Elton John's titelsong 'the circle of life').
Het Chobe park in Botswana ís namelijk the lion king. Het is er ruim, stil, ruig, droog, geel, bruin, groen en in eerste instantie geen klap te zien. 'Is dit het nou?', vraag ik mij, peinzend in de open jeep gezeten, af. Ben ik dan echt zo'n a-natuurlijk tiepje dat straks in Nederland moet gaan bekennen dat Afrika 'best interessant' is, maar ik er diep in mijn hart geen reet aan vond, omdat ik nu eenmaal niet warm of koud word van het een half afgevreten struik in de middle of nix? Ik zou het bijna gaan geloven.
Daar verschijnen echter de eerste impala's. Dit zijn soort bambi hertjes, maar in plaats van stippen hebben ze waterlijnen. Zo vind ik dat althans. Het lijkt namelijk net of ze te lang in het water hebben gestaan en de verschillende getijdelijnen op hun lijven afgetekend staan.
Vervolgens, out of the blue, de giraffen. Deze in de hoogte doorgeschoten paarden, vind ik geweldig! Zo rank, zo gracieus. Het is lachwekkend en schitterend tegelijk als ze lichtvoetig weggalopperen.
Jawel, daar zijn ze weer; de reuzen op fluwelen voeten: de olifanten. Mijn absolute favoriet. Vanwege hun ongekende lompheid? Hun destructieve vermogen? Hun grenzeloze vraatzucht? Hun onvergeeflijk geheugen? Of vanwege hun zachtaardige karakter? Hun matriarchale familielijn? Hun leven in klein familieverband? Ik zou het echt niet weten.
Zebra's zijn zo'n stuk mooier in het echt dan op een plaatje. Het streeppatroon en ondanks het voornamelijk zwart-wit toch de kleuren variatie daarin. Met een huid die lijkt op die een een marsh-mellow, zou ik ze zo graag even met mijn duim op hun huid willen drukken. Aapjes (velvet monkeys) en baboons (zeg maar: middelgrote apen met soort hondensnuit) vechten, vlooien en flirten met elkaar. Do I need to say more?
Buffalo's vind ik typisch Engelse beesten. Met die rare manier waarop hun horens aan hun kop vastzitten, lijkt het net die pruikenparade uit het Engelse regeringswezen van weleer. Of rechters. Die pruiken waarvan je bij het zien al moet niezen en jeuk krijgt terwijl je aan vlooien denkt. Je kan echter denken wat je wil; een buffalo verblikt of verbloost niet. Kudu; kan zo'n beest niet gewoon 'hert' worden genoemd? En een steenbok is trouwens ook maar een klein opdondertje. Nooit geweten. Hoe koninklijk een leeuw kan zijn, besef ik pas als ik ze in het echt zie. Ondanks hun passieve houding als we ze in hun siesta tijd zien, stralen ze iets elitairs uit. Het maakt dat je denkt: oké, oké, ik doe als niets meer, als je dat wilt.
En dan opeens gil ik het uit: Hakuna Matada!!! Het is dat 'zwijntje' uit de gelijknamige song uit de film de Lion King. Dat blijkt hier een warthog te heten. En raad eens wat? Ze lopen net zo grappig als in de film!
Nu begin ik langzaam te begrijpen wat mensen zo mooi aan Afrika vinden. Nadat je je gerealiseerd hebt dat de mensen van discovery channel en national geographic met dezelfde apparatuur als waarmee je vanaf de aarde de achterkant van Saturnus kunt bestuderen, deze beesten filmen en fotograferen, zet je gewoon die horde zwarte stipjes op de foto en zegt later gewoon heel laconiek dat het buffalo's zijn. Wie ziet op die afstand nu nog het verschil tussen een olifant en een buffalo? En wat doet het er toe? Anderzijds heb ik ook wel de neiging gehad om te vragen of een giraffe een stapje achteruit kon doen. Zo paste hij met geen mogelijkheid op de foto. Het zijn de ongemakken die je voor lief neemt. Sterker nog, die het echt maken. Jammer dat je ze niet kunt aanraken, aaien, knuffelen. Ze zijn zo puur; schoon en vies tegelijkertijd.
Dan zit de dag er al weer op. Terug naar de lodge. Nog een keer dineren in stijl, baden in luxe. Gaan slapen in een bed van een kwaliteit die je nooit van je leven in een dorm zult vinden. Geritsel in de bush waarbij je even niet denkt aan de verwoestende kracht van een olifant, hippo of buffalo, die mogelijk nu over een aanvalsplan ten aanzien van jou tent aan het prakkezeren is. Om tenslotte in een diepe slaap te vallen. Zonder zorgen. Want dat betekent het immers. Hakuna Matada.
|