Nederlands - English
De wereldreis van Jackie Turbo

Menu
Kaart
Reisverslagen
Reisinformatie
Planning
How it started...
Gastenboek
Media
Fotoalbum
Post & e-Mail
Links
Annapurna, Nepal

Reisinformatie
   Vorige plaats Pokhara   Routebeschrijving Nepal   Volgende plaats Pokhara   

AankomstZondag, 25 November 2001Printer versie
VertrekDonderdag, 6 December 2001 
Laatste updateVrijdag, 21 December 2001 

Niets is te dol voor een mol met lol
(van eindeloos afzien tot oeverloos zweten)

Twee dagen van te voren een donsjack en een slaapzak gehuurd voor weinig. Over de eerste twijfelde ik nog, maar je kent de Bouter: kou = killing dus toch ook maar erbij. Dag ervoor tasje gepakt. Luxe dat we dragers hebben, maar ook voor hun geldt: travel light (max 10 kg.). Zelf de dag ervoor met Jolette een legstretcher (benenstrekker) gewandeld en ik wist dus meteen dat iedere gram er 1 teveel was! Dat resulteerde zelfs in het verwijderen van Beone (jaarclubbij) van mijn kleine rugzakje. Echter protest van haar kant; ze zat prompt klem tussen de rits van mijn grote rugzak. Je raadt het al: ze hing prompt weer aan mijn kleine rugzakje (zij: verwend nest, ik: te toegeeflijk). 's Avonds nog even de benen gladgeschoren (je weet immers nooit wie je nog tegen komt!) en vervolgens heerlijk relaxed in bed gestapt: alles is geregeld: gids en dragers. Als je niet beter wist zou je denken dat je op vakantie ging.

Dag 1: Afzien

Jackie onderweg de berg opOm half negen zaten we in de minibus naar ons vertrekpunt (Naya Pool). Net op het moment dat ik een beetje misselijk werd van het geslinger van het busje waren we er; dat wil zeggen bij het vertrekpunt. De groep bestaat uit de volgende personen: Jolette (32), Julia (26), Wil (48, van Sunita travel, zie verder reisinfo), Bart (50) en Marike (36) (beiden op vakantie in Nepal), twee gidsen en vier dragers en ik. Het blijft een decadent gevoel die dragers, maar na een uurtje tippelen door de bergen was dat schuldgevoel compleet verdwenen (zo raar!). Het zweet gutste over mijn gezicht, mijn rug, vanonder mijn oksels en onder mijn rugzak voelde ik een grote natte kledder, hetgeen even tevoren nog een schoon, droog t-shirt voorstelde. Zon vol op de kop, dus lekker broeien maar. Als we pauzeerden voelde je de koele bergwind door je natte kleding blazen en de verkoudheid opkomen. Een fleece jack biedt enige bescherming en that's it.

Om een uur of drie waren we op onze eerste overnachtingsplaats. En wat denk je? Als we nog 1,5 uur zouden doorstappen, dan hadden we een rotstuk gehad en zou de volgende dag een stuk gemakkelijker worden. Afijn, dag 1, iedereen voelt onder in zijn schoenen nog wel iets van energie en wie wil er nu 'al' stoppen?

Ik heb het geweten: 3000 traptreden steil naar boven en geen recht of vlak stukje te bekennen! Kijk, ik ben al geen fan van een uurtje fitness (maar het gevoel erna is zo lekker) dus je kunt je wel ongeveer voorstellen hoe ik naar boven ben gekropen. Weinig Jackie en al helemaal geen Turbo meer! De warme douche in de lodge is dan werkelijk een geschenk uit de hemel, en toegegeven, de voldoening is erg groot. Het bord spagetti heb ik verslonden en om half acht viel ik om van de slaap en ben ik in mijn slaapzak gekropen. Einde dag 1; nog maar 12 te gaan.!

Dag 2: F$&k steps

Om 6.30 uur opstaan, 7.00 uur ontbijt en 8.00 uur vertrek. Geheel tegen mijn verwachting in gingen we WEER traplopen! Het was 9.45 uur toen we onze eerste pauze hadden en ik alleen nog maar, amechtig hijgend, kon uitbrengen: F$&k steps; ik doe het niet meer!!! 'Zo, dat is eruit', merkte Jolette doodleuk (nou ja, leuk) op.

Een uur later, met nog meer traptreden, lipe ikmij af te vragen of dit nog leuk was en creeerde daarmee meteen een definitieprobleem voor het woord 'leuk'. Ik besloot het in de groep te gooien en de tegenvraag was of ik het lekker vond (hoe kom je erop???)

Ehm. a) lekker definieer ik sowieso anders dan leuk, want leuk hoeft niet altijd lekker te zijn en andersom meestal wel (anders doe ik het niet) en b) voldoening vind ik ook anders dan lekker. Iets GEEFT voldoening en iets IS lekker. Prompt hadden we pauze; dat was tenminste leuk, lekker en gaf voldoening.

Alsof het nog niet genoeg was: 's middags NOG MEER trappen. Dat is niet leuk. Asociaties met Pinokkio's soepele tred kwamen al steeds meer opborrelen.

Hoe het kwam weet ik niet, maar we hebben het de rest van de dag over eten gehad: van hagelslag, slagroom en drop, tot aardappels, spinazie, biefstuk, salade nicoise, witte wijn, rode wijn, rose en nog meer wijn. Chocolade, bruine boterham met kaas, spruitjes en geitenkaas (met honing, op salade) ontbraken ook zeker niet. Ja, buitenlucht maakt hongerig! Rond een uur of drie in Gorepani. Lekker weer douchen in de lodge* waar we** zouden overnachten en 's avonds weer heerlijk koolhydraten (in de vorm van macaroni dit keer) zitten bunkeren (over voldoening gesproken) en daarna weer linea recta de slaapzak in. Ik heb de klok niet eens acht uur horen slaan.

Hoe zo'n lodge er dan uit ziet?

Van hout dat is afgezet met golf- en zinkplaten en knalblauw geschilderd. Beneden is de gezamelijke eet- en leefruimte en boven of in een naastgelegen gedeelte de kamertjes met meestal twee of drie bedden per kamer. In de slaapruimtes is het niet verwarmd en naarmate je verder gaat heb je er eerst wel, maar later geen electriciteit (licht) meer. Maar de matrassen zijn nog soort matrassen en geen Indiase strozakken (en dat scheelt). Het koude kraanwater (warm is alleen om te douchen en in zeer beperkte mate) komt rechtstreeks uit de bergen, met het gevolg dat je minimaal water gebruikt om te voorkomen dat het glazuur van je tanden springt, je gezicht voor de rest van de dag in een verwrongen, bevroren glimlach blijft staan en je handen meteen over tien dooie vingers beschikken. (Men zegt dat je niet stinkt als je zoveel beweegt en zweet, dus daar houd ik mij dan maar aan vast.) Gelukkig stoken ze beneden wel. Rond het haardvuur in de potkachel, doet een
ieder zich vervolgens tegoed aan appeltaart, thee, toast met yakkaas (ja(k)ja(k), ikke dus!) of soep.

** Hoe vindt de rest van de groep het?

Voor Bart en Marike is het vakantie. Als echte West-Friezen (blond, rond en sterk) stappen ze onverstoorbaar door en in tegenstelling tot mij, geen gescheld en geen geklaag. Broodje nuchter en met humor. Jolette is een geboren optimist, blijft de gehele dag gedag zeggen tegen iedereen die we tegenkomen, terwijl mijn zeemleren lap bij iedere stap mijn linker dan wel mijn rechter neus van mijn wandelschoen aflikt. Julia's humeur volgt meer het patroon van de onze route door de bergen: met pieken en dalen. Voor mij heel herkenbaar en van tijd tot tijd doe ik lekker mee, alhoewel mijn amplitude toch wel wat kleiner is. Wil, leader of the gang, had een goede wandelgang, maar een mindere stoelgang en liep (heel verstandig!) in haar eigen tempo. De gidsen en dragers lachen zich volgens mij helemaal blauw om ons en ons afzien (had dan ook twintig in plaats van tien kilo in die rugzak gestouwd!)

Dag 3: Poon Hill

Je verzint het niet: 4.30 uur opstaan om in de vrieskou jezelf aan te kleden en je een berg op te slepen om een mooie zonsopgang te zien. En toch doe je het; zelfs zonder ontbijt! Met thermokleding (dank je Sjaan), gewone kleding en donsjack aan strompelde ik, terend op een halve mandarijn en een halve snickers, als een zombie annex michelinmannetje achter de gids aan, de beroemde berg Poon Hill op. We hebben het dan wel over 300 meter stijgen tot 3200 meter. Daar moet je dus niet over nadenken op dat moment. Gewapend met vier camera's bereikten we een uur later de top en zagen de dageraad al. Het was 6 uur en we hebben tot 7 uur staan koukleumen en genieten van al het moois dat de natuur je dan schenkt: oranje zon en strijklicht op de met sneeuwbedekte toppen. Magnifiek!

Totaal verkleumd ben ik, de rest volgend, de berg weer af gestruind*. En de beloning? Een heerlijk ontbijt. Daarna lijkt het alsof er een volgende dag begint. We vertrokken met volle buik rond de klok van tin op weg naar onze volgende stop. Gelukkig niet te lang en door een heel mooi stuk natuur met watervallen en bos en een strak blauwe lucht. Om een uur of drie waren we in Tadapani. Ook hier weer een heerlijk hete douche (moest zelfs koud water toevoegen; nou dat zegt wat!) en een goed 'slaapkamertje'. Vervolgens het ondertussen bekende ritueel van met alle gasten theedrinken en eten in de gezamelijke dining hall. Net een grote familie! (Dat betekent voor mij heerlijk mensen kijken; Duitsers blijven onbeschofd, Engelsen heel vriendelijk en beleefd, Amerikanen en Australiers schreeuwen en met Nederlanders is het stapsgewijs integreren. Het is stereotypisch,maar zo lekker cosy als het weer aan een grote eettafel van 4 bij 8 meter bevestigd wordt!) En. deze marmot dook strak om 8 uur weer haar donsslaapzakje in.

En waar doe je het dan allemaal voor?

Uiteindelijk voor het bereiken van de Annapurna Base Camp (ABC). Daarnaast was ik zeer benieuwd naar hoe ik zo'n trekking zou vinden en dat kun je zelf wel uit de verhalen opmaken denk ik. Verder verbaas ik mij over de schitterende uitzichten op de reuzen van de Himalaya, afgewisseld met kristalheldere beekjes en watervallen **. Het ene moment waan je je in Zwitserland, dan weer in de Ardeche en vervolgens in een Spaans berglandschap. Onbeschrijflijk wat een (ondanks het toerisme) ongerepte rauwe natuur. Afgronden waar je hoogtevrees van zou krijgen (o ja, dat is waar ook, dat had ik, maar ik loop er nu vrolijk langs) , bossen, varens en bloeiende afrikaantjes; alles lijk je er te kunnen vinden.

** Het volgende liedje geeft het treffend weer:
Onder gedonder,
stortend naar onder,
woest woelt het water,
machtig en puur,
oeroude bomen,
krachtige stromen,
zingen in de natuur.

Dag 4: Vergeten

Een dag met opstartproblemen. Ten eerste stonden we al op gemak op (half acht; uitslapen!). Vervolgens gingen we nog eens uitgebreid gezellig afscheid nemen want vandaag ging de groep zich opsplitsen. Bart, Marike en Wil gingen langzamerhand op Pokhara aan en Jolette, Julia en ik gingen met een gids en twee dragers verder; op naar ABC!

We waren nog geen half uur onderweg (en aan het afdalen voor de verandering) toen Julia verschrikt uitriep: 'Mijn was hangt nog aan de waslijn!' Oh nee, denk je dan en het daaropvolgende groepsdynamicaproces is altijd de moeite van het observeren waard, want WIE gaat de was ophalen? (Ikke niet, dat moge duidelijk zijn). Gelukkig heb je dan een drager die de bagage neerlegt en als een koyote de berg weer ophuppelt, terwijl wij lekker zaten te genieten van het zonnetje. Een half uurtje en hij was al weer terug (kun je effe het verschil in tempo zien.).

Onderweg kwamen we ook nog een (semi-) yak tegen. 's Avonds hadden we bijna een echte hamburger; half yak, half Jolette. De eerstgenoemde vond het geknipoog van de klikdoos van laatstgenoemde namelijk niet zo aangenaam en schaakte haar bijna. Na de eerste schrik weer lekker doorgestapt en om een uur of twee waren we in 'al' in Chomrong, waar we zouden overnachten. Een middagje vrij dus. Douchen, soepje eten, sterke verhalen opschrijven, eten, kletsen met Zwitsers die in een dag echt naar ABC gecrosst waren en nu weer met een noodgang terug waren gekomen. Je kunt ook overdrijven; ik skate ze er zo uit; die berggeiten! Tot slot kwamen we er ook nog achter dat onze gids op Tom Cruise lijkt; ergo, zo'n trekking is zo erg nog niet.

En dan nu de overige feiten

  • Temperatuur: overdag in de zon: zweetheet, 's nachts (dat is van vijf uur 's middags tot de volgende ochtend negen uur) : (diep-)vrieskoud met het ijs op het mos. Gelukkig heb ik mijn thermo-onderkleding.
  • Eten: goed, genoeg en met iedere plaats verder van Pokhara en dichter bij ABC stijgen de prijzen met vijf tot tien procent. En dat terwijl ik juist steeds meer trek krijg!

Dag 5: Over de helft

Geloof het of niet; we komen met nog drie dagen te gaan naar ABC, bijna in het trekking-ritme! Half zeven opstaan, zeven uur ontbijt en acht uur vertrekken. Het meest frustrerende aan een trekking is dat je NIET efficient loopt. En dat is incasseren voormij. Je loopt namelijk eerst een stuk omhoog en vervolgens het hele takke end weer naar beneden! Quite exhausting en dan hebben we het nog niet eens over al die kinderen (waar komen ze toch vandaan?) die niet alleen naar Beone kijken, maar haar compleet van mijn rugzak afwillen rukken (vermoorden, in mijn ogen).

Wat we dan de hele dag doen? Nou, eh, kinderliedjes zingen (ik ben tenslotte met twee meiden uit het kinderdagverblijfgebeuren op pad), begintunes van kinderprograma's zingen (eindelijk wordt deze kennis van mij gewaardeerd!) en af en toe wat babbelen; over mannen, onze spijsvertering [let's talk about shit, baby. Naar analogie met de bekende song; let's talk about sex, baby).], of wat we gaan doen als we weer in Nederland zijn. Echter, we stijgen over het algemeen en we hebben alleen adem over als we dalen; het overgrote deel ploeteren en klauteren we eigenlijk zwijgzaam door de Himalaya.

Iedere keer weer is het een blijde verrassing als je achter een berg een paar blauwe lodges ziet liggen die tesaam het volgende dorpje voorstellen! Helemaal als er dan een German Bakery blijkt te zijn die soort van BRUINE broodjes met KAAS verkoopt. Banzaai! Bunkeren. Drie uur 's middags klokken we vandaag als we onze volgende overnachtingsplaats bereiken. Nog wat gezelligheid erbij in de vorm van twee voormalige studenten (als ik mezelf ook zo mag noemen) en weer ouderwets gelachen, slap ge-o.h.-ed en vaag studentikoos gedaan. Waarschijnlijk had ik al last van te weinig zuurstof, want toen ze zich voorstelden als Jan en Sjaak, zei ik dus meteen: 'Daar geloof ik niets van!' Bleek het toch zo te zijn.

Wat wel weer een hele belangrijke ervaring voor mij was, was eht volgende: Ik ben niet de enige die de begintunes van kinderprogramma's uit het hoofd kent! Sjaak en Sjak hebben gezelli saampjes in de dining hall van onze lodge, na het eten zitten zingen van Bolke de Beer, Barbapappa, Peppi en Kokkie en Q&Q. Jaja, dat reizen verrijkt zo enorm!

Dag 6: Buffelen van 2700 naar 3700 meter

Oke, toegegeven, ik overdrijf vaak, maar vandaag niet. Vandaag hebben we, van acht tot drie uur echt doorgebuffeld! We zijn van 2700 naar 3700 meter gestegen (met al zijn ups en downs). Gelukkig heeft niemand last van hoogteziekte*. Het is wel af en toe doorbijten als de een vrolijk loopt te kletsen en jij het koud krijgt van het zweet op je rug dat door de koude berglucht afgekoeld wordt omdat je even in de schaduw loopt. Of als de ander net even in een ander tempo loopt dan jij en jij net zelf in je ritme zit en je elkaar dus voor de voeten loopt. Opvallend genoeg hebben we tot nu toe niet echt ruzie gehad. We spreken de dingen uit en nemen eventueel onze eigen tijd. Heel sociaal allemaal. Ik ben echt de asociaalste van alledrie. Tot slot: de temperatuur is aam het einde van de middag al rond het vriespunt en binnen wordt de kerosine kachel goed gestookt. Vandaag voor het eerst niet gedoucht. Dit werd afgeraden door onze gids omdat het te koud is. Blijkbaar vinden anderen dat ik minder erg stink dan dat ik zelf ruik/denk. Morgen nog maar twee uur trekken en dan zijn we in ABC!

* De normale symptomen van hoogteziekte:

  • Perioden van slapeloosheid. [komt bij mij als marmot nooit voor en nu dus ook niet]
  • Meer slaap nodig hebben dan normaal (10 uur of meer). [kun je wel zeggen; ik heb hier last van een winterslaap volgens mij!]
  • Af en toe verlies van trek in eten. [nooit last van gehad; gek he? Bijna onbegrijpelijk (ahum)]
  • Levendige en wilde dromen als je op 2500 - 3800 meter hoogte bent. [en niet alleen op deze hoogte.]
  • Onverwachte momenten van kortademigheid, dag en nacht. [ik altijd...]
  • Onregelmatige ademhaling waarvan je wakker kan worden. [dat nu ook weer niet.]
  • Het gevoel dat je even op adem moet komen tijdens het trekken vooral boven 4000 meter. [even???]
  • Een loopneus. [permanent; ik had beter met mijn neus kunnen lopen!]
  • Vaker naar de wc moeten. [ik leek soms wel incontinent]

En hoe zit het nu verder met de gezondheid?

  • Hoofd: alleen de eerste dag last van gehad. Voor de rest gelukkig niet (al je kopzorgen verdwijnen als sneeuw voor de zon in deze schitterende omgeving).
  • Haar: Dank zij de paludrine (anti-malariagif) heb ik last van haar uitval. Gecombineerd met het uitgegroeide, verschoten en nu dus wortelkleurige haar van mij, loop ik er dus weer op mijn allercharmantst bij (not...)
  • Neus: je wordt wel verkouden dus vooral 's morgens loop je lekker te snotteren. Soms snuit je je neus, soms haal je hem op (smeert meteen je droge keel).
  • Schouders: iedere gram in mijn kleine rugzakje is teveel. Beone gedoog ik en per dag 1 snicker is noodzaak. Graag zou ik het soortelijk gewicht van water en fotocamera halveren. Tot die tijd sleep ik maximaal 1 liter water en 1 camera mee.
  • Darmen: zijn in juichstemming. Het schijnt zo te zijn dat de buitenkant van je voetzool staat voor je dikke darm. Die voetzool wordt de gehele dag geprikkeld en ik ben dus trots op de perfecte werking van dit onderdeel van mijn spijsverteringssysteem. Daarnaast loopt iedereen om het hardst winden te laten. Schijnt met de hoogte te maken te hebben...
  • Bovenbenen: beginnen weer spieren te kweken.
  • Kuiten: klapperen nog steeds, maar hebben inmiddels ook een gespierde kern ontwikkeld.
  • Voeten: ik begon met een beetje last van mijn rechtervoet omdat ik er doorheen gestapt ben (travel light? Of hoe bezwijk ik onder mijn eigen rugzak?), maar dat zette gelukkig niet door. Tot nu toe heeft niemand ook maar een blaar. Lang leve de trekkingsokken met links- en rechtsaanduiding. Helaas nog steeds wel steeds hangtieten en hangbillen, maar ik ben bang dat twee weken trekking helaas niet genoeg zal zijn omdat te verhelpen. Life is hard..

Dag 7: It was the first of December, the day I'll always remember

Toen ik (eveneens gisterenavond) in bed stapte kreeg ik ineens een vlaag van verstandsverbijstering:

Vraag: Waar heb ik het meeste hekel aan?
Antwoord: Kou
Vraag: Wat doe ik dan op 30 november 2001 om acht uur 's avonds in een onverwarmde lodge op 3700 meter hoogte in de vrieskou?
Antwoord: Ehm...
En toen wist ik nog niet eens hoe koud het die nacht zou gaan worden.

Na een moeizame wandeling van anderhalf uur hadden we eindelijk ons doel bereikt: Annapurna Base Camp (4130 meter hoog; lekker belangrijk he? Ja dus, voor mij wel!) En wat een machtig gevoel geeft dat! Daarna meteen even praktisch: eerst eens droge kleding aantrekken (ik zweet me gek van al dat 'gewandel') en een pot thee besteld. En als beloning: een heuse snickers. Daar zat ik dan: op een bankje uit de wind, in de zon met mijn thee met snickers tegen de giganten van deze wereld aan te kijken. Hoezo voldoening?

En dan maakt het ook echt niet meer uit dat het 's nachts vijftien graden vriest, het toilet niet meer is dan een gat in de grond waar je naar toe glibbert en de dining hall een tochtige houten kiet is waar het stinkt naar de kerosine, waar de kachel, de keuken, ja alles op gestookt wordt. We zijn de hele dag op ABC gebleven en wat denk je? Natuurlijk komen we weer 'bekenden' tegen: Jan en Sjaak (die volgens eigen zeggen als Herr Flick uit de serie "Allo, allo" door de bergen loopt vanwege een knieblessure) en Jouke en Jolanda die we al vanaf dag 3 gedag zeggen. Dat bedoel ik dus met Kalverstraat. We hebben trouwens enorm geluk gehad want het is de hele tijd helder en onbewolkt geweest. Dit schijnt een unicum te zijn (wij mazzelaars!).

Zonsondergang en zonsopgang op de gevoelige plaat vastgelegd, alhoewel je eigen (visuele) ervaring in geen foto te vangen is. Het geeft tegelijkertijd zo'n machtig en onmachtig gevoel om daar te staan. Je beseft je dan dat je het hier allemaal voor hebt gedaan.

Dag 8: Knieen met schokdempers s.v.p.

Vandaag van ABC naar Bamboo, dat is van 4130 naar 2310 meter hoogte in een moordend tempo de "berg" afgerend. Aan het einde trilden mijn beentjes en klapperden mijn knietjes. Want klimmen is 1, maar voor afdalen had ik toch graag wat meer sponsoring van de firma Koni gehad. Over sponsoring gesproken, ik was jullie nog vergeten te vertellen over mijn arme oogjes. Hoe hoger we kwamen, des te dichter ze gingen zitten, als 'prettige' bijkomstigheid van het hoogte- en dus luchtdrukverschil. Gelukkig had ik mij op de valreep nog een Edgar Davids (zonne-)bril aangeschaft (nooit gedacht dat deze nog hetzelfde doel zou hebben) en het wachten is nu nog op een foto van mij op het Naionale Nederlanden gebouw (me dunkt)

Ook wel weer gelachen vandaag. We kwamen onderweg een jongen tegen, duidelijk op de heenweg, want hij keek nog veel te blij en hij rook heel schoon en fris. Onafhankelijk van elkaar snoven we de ongekende blij- schoon- en frisheid op en toen hij voorbij gelopen was keken we hem alledrie na; zo blij, schoon en fris hadden we in dagen niet gezien, geroken of gehad!

In Bamboo eindelijk weer na twee dagen een douche (heet water zelfs! Dat is genieten.) Daarna hadden we weinig puf meer, maar waren we trots op onze sprint. Tijd voor lekker eten (als beloning...).

Dag 9: Gesloopt

Waar ik gisteren nog opgewekt over schokdempers sprak, was het vandaag echt afzien. Met nog stijve knieen en bovenbenen vertrokken we uit Bamboo. Vier uur lang trappenlopen; achterelkaar omlaag, omhoog en dan weer helemaal naar beneden naar de rivier om een dalover te steken en het hele pokke eind weet naar boven. Op een gegeven moment denk je echt niet meer te kunnen. Geen zonnige palmenstrandgedachte kan je meer opbeuren en je gedachten dwalen af...

Wat zou je doen, denken en voelen als je nu weer in Nederland zou zijn? Iedereen weer opzoeken? Denken dat ze je gemist hebben? Iedereen weer proberen blij te maken? Het gelukzalige gevoel ervaren van veiligheid? Gevolgd door de enorme eenzaamheid van het bestaan? Sinterklaas, Kerst, Oud & Nieuw. Een koude rilling loopt over mijn bezwete rug (het zal de frisse bergwind van de Himalaya wel zijn). Ik moet er niet aan denken. Nee, dan is het hier toch beter, hoe afmattend het ook is.

En zo gaat het innerlijke gevecht verder tussen het routinematige, onbewuste, veilige, schijnbaar gemakkelijke en gelukkige levensscenario dat ik volgde en het uitdagende, bewustmakende, onzekere (soms onveilige) en eigenlijk intens gelukkig makende leven van nu. De woede, pijn en het verdriet zijn nog te vers en te diepgeworteld om het gevecht een beslissend einde te geven. Ik wil ook veel te veel en veel te snel. De tijd zal het leren en ik moet meer geduld hebben. Het leven laat zich niet leiden; mijn reis is nog lang niet voorbij. Mijn gedachten dwalen nog verder af naar precies 9 jaar geleden; de dag dat ik afstudeerde en apetrots mijn bul in ontvangst mocht nemen. En naar precies 4 jaar geleden, de dag dat we bij de notaris zaten om ons samenlevingscontract te ondertekenen (voor het huis, want we zouden ons toch maar eens binden...). Ja, dan is er toch wel weer veel veranderd in de afgelopen jaren. Wie had toen kunnen denken dat ik hier nu zou lopen genieten en afzien in de Himalaya? Ik niet in ieder geval. Vanaf nu heeft 3 december weer andere betekenis voor mij gekregen.

Nog een stuk of honderd traptreden en dan gaan we lunchen.

Dag 10: Rustdag?

Hoe interessant is het groepsproces dat zich voltrekt tijdens een trekking als deze. Waar eerst de gids en de dragers 'los' gingen omdat ze alleen nog maar met drie 'jonge' meiden op stap waren en het doel unaniem was (het bereiken van ABC) en alle middelen heiligde, veranderden bepaalde zaken zodra we de terugweg aanvingen.

Het tempo waarin we vortbewegen, het te besteden budget en het idee van trek- en rustdagen blijkt soms te verschillen. Met heftige discussies tot gevolg. Gelukkig komen we er altijd uit en dat is mijn sinziens grotendeels te danken aan het feit dat we geen van drieen van ruzie houden. Ik geeft grif toe dat ik mijn emoties niet altijd in de hand heb, absoluut niet altij even vrolijk, optimistisch, humoristisch en lief ben (eerder het tegenovergestelde) en zeker niet als ik moe, bezweet en koud ben. Daar baal ik dan zelf ook keihard van. Vandag dus een rustsdag die ons uiteindelijk allemaal goeduitkwam (lezen, schrijven, wassen, uitrusten en eten natuurlijk!) Ook mij, die in eerste instantie weer als een Jackie Turbo verder naar Pokhara wilde doorstomen.

· Had ik jullie al verteld hoe primair, basaal en instinctief je van een trekking wordt? Naarmate de lodges primitiever worden (van een met hot shower, naar een met een emmer heet water, naar helemaal niet douchen. Van een betegeld toilet tot een gat in de grond en van normale prijzen tot fl 4,- voor een snickers en fl 10,- voor een pizza (dat is hier duur)), gedraag je je ook zo. Eten, drinken, slapen en warmte zijn voor mij de vier belangrijkste zaken waar het om draait en dan pas schoon en comfort en dat soort zaken. Op zijn tijd lijkt het wel weer een ontgroening (en ook dat was toendertijd vrijwillig en ook daar heb ik geen spijt van gehad) Ik had niet verwacht dat ik dat ik dat zo gemakkelijk zou kunnen accepteren, maar aan de andere kant is het ook logisch; er is niets anders, je kunt niets anders, je moet wel of je het leuk, prettig of aangenaam vindt of niet. Die logica zal ik wel snel opgepikt hebben. Het voordeel is wel dat de terugweg veraangenaamd wordt door weer toenemende 'luxe' en dat is ook erg lekker kan ik je vertellen. Pokhara is in je dromen dan al een paradijsje geworden.

Dag 11: Hungry Eyes*

Met gepaste tegenzin ging ik vandaag op pad. De rustdag had mij goed gedaan, maar ook lui gemaakt. Niet zo'n zware dag vandaag en dat gaf aanleiding om uit volle borst Sinterklaasliedjes te gaan zingen (het was immers 5 december) en het over alle soorten strooi- en snoepgoed te gaan hebben (we hebben het weer eens over eten...). Bij gevulde speculaas moest ik opeens terugdenken aan de tijd op het Zandevelt College toen Lin en ik in ons tussenuur op vrijdagmiddag (heel) vaak naar de markt gingen en in deze tijd van het jaar gevulde speculaas kochten. Het water liep mij in de mond. Gelukkig waren er weer snickers en sprongen we zelfs uit de band met popcorn. Het sinterklaasgedicht (van Sint Jolette) maakte het feestgevoel compleet.

Was het jullie ook al opgevallen? De ontzettende tegenstellingen in Nepal? Met name tijdens de trekking valt het op. De mensen zijn er arm met gescheurde kleding en ongewassen gezichten en kinderen. Maar de vrouwen hebben wel weer nagellak op de tenen en de mannen lopen wel op (Westerse) Teva-sandalen en met trainingspakken aan. Op zoveel mogelijk van deze kledingstukken is Adidas, Reebok of The North face geborduurd en alhoewel de nepheid er vanaf straalt, ziet het er berestoer uit (in hun ogen).

Opvallend vind ik eveneens dat waar je ook komt in de lodges, iedereen Mars, Snickers, Coca Cola, Pepsi Cola en Fanta verkoopt. Ook het eten is erg goed. Maar onze gids en dragers bijvoorbeeld kopen geen mars, want dat kunnen ze zich niet permiteren. Hoe ethisch is het toerisme?

* Negen van de tien restaurantjes die we onderweg tegenkomen heeft deze naam. En aangezien we het best wel vaak (met enig gevoel voor understatement) over eten hebben...

Dag 12: Ik haat dit, ik haat dit uit de grond van mijn hart

Was wat ik halverwege weer zo'n ellendige klim van een oneindig aantal traptreden nog net kan uitbrengen. Ik wil een roltrap; een roltrap net als in de Bijenkorf en met heel veel kadootjes! Ook de laatste dag toch nog afzien; daar had ik niet op gerekend en kwam daarom dubbel zwaar aan. Als beloning boven op de berg TWEE snickers; Jacq en chocolade is en blijft een hele goede combi. Het afdalen was prompt een eitje (nou ja...)

Er dreigde staking en daarom besloten we om nog anderhalf uur langer te lopen (hoe graag wil je naar 'huis'?) om een taxi naar Pokhara te kunnen nemen. Iedereen rook de stal en in een wervelend tempo stormden we door naar beneden. Zelfs onze dragers gunden we geen tijd meer voor een peukenpauze; doorlopen!

En dan voor de notoire autoliefhebbers nog een beschrijving van de taxi. Beeld je in: een hele oude Datsun. Beeld je nog verder in: een nog veel ergere oudere Datsun. Heb je dat? Beeld je dan in dat je voor een schroothoop staat en iemand je vraagt in te stappen. Get it? Juist, nou, in zo'n 'taxi'stapten we dus in. Ik was blij dat we bergafwaarts gingen want anders zet ik er vraagtekens bij of we het ooit gehaald zouden hebben. De motorkap ging open (rommel de rommel) en weer dicht (nou ja, dicht) en de auto zakte 20 centimeter naar rechts (want de stevige chauffeur stapte in). Ik moest onderuit gaan zitten anders stootte ik mijn hoofd en mijn toch al zere knie in een onmogelijke positie tussen bestuurdersstoel en achterbank wurmen om te voorkomen dat ik een van de dragers aanraakte en zich een hoedje zou schrikken van deze onheuse bejegening. Afijn, ook de autogoden waren ons gunstig gezind, zodat we veilig bij ons hotelletje zijn aangekomen.

Wat een blij weerzien met de spullen die je had achtergelaten (en wat een gewicht dat je helaas over niet al te lange tijd zelf weer mag gaan torsen. Kan er echt niets weg???)

Hoe groot is het genot vanje uitgestelde beloning in de vorm van een pizza! Met de film Seven Years in Tibet ( je weet wel met hoe-heet-dat-lekkere-ding-ook-alweer) op de tv en Red, red wine als achtergrond muziek. En het "ik-ben-weer-thuis-gevoel" dat je hebt als je door de straten van Pokhara loopt, ook al is er een avondklok, lopen en rijden er militairen rond en blijken er achteraf die avond drie bommen in de omgeving te zijn ontploft. It's a strange world, want, o, hoe Hollands, kom je Jouke en Jolanda weer tegen en de volgende dag Jan en Sjaak.

Nawoord

Een trekking is louterend; zowel mentaal als fysiek.Nooit gedacht dat het zoveel indruk op mij zou maken en zoveel met mij zou doen. Ik begon met de gedachte: "Het is geen Mount Everest Base Camp (minimaal 21 dagen en naar het hoogstmogelijke trekkinggebied) en geen Annapurna Circuit (minimaal 21 dagen en naar een iets lager gelegen maar nog steeds hoger dan ABC), maar "slechts" Annapurna Base Camp. Het gevoel bij voorbaat al niet voor de tien [in gedachten stond de mount everest base camp voor een tien, de circuit voor een negen en ABC voor een acht] te gaan, maar voor de acht, gaf mij al een schuldgevoel waar ik niet goed mee om kon gaan. Is dit niet alleen maar "fun" in het leven hebben of serieus van te voren inzien dat je geen van de andere twee (heftigere) opties gaat halen? Is het zo erg om slechts een telefoontje te plegen om een trekking te regelen en gezellig je bij een groep aan te sluiten, waarvan je al twee meiden kent en het gevoel hebt dat je het goed met ze kunt vinden? In plaats van alles zelf uit te zoeken en te regelen?

Ik heb er drie dagen over gedaan om te beslissen en ben blij dat ik voor mijzelf gekozen heb en niet voor hetgeen dat ik dacht dan men (jullie?) van mij zouden verwachten. [Ik ben er nog niet helemaal vanaf] Dan maar geen tweede Sir Edmund Hillary (zo'n Everest klauteraar). Dit was zwaar genoeg voor mij. Ik heb gillende pret gehad en al mijn slechte kanten weer langs horen en zien komen (wat kan ik toch schelden en vies kijken!), het koud en warm gehad en vooral verbaasd gestaan over de omgeving. Ik liep WEL in de Himalaya! Blij en trots ben ik teruggekomen, uitgeput en overweldigd door alle indrukken. Het was een magnieke ervaring!!!

 

Foto's

Nepal, Annapurna: abc_bergtop1.jpg Nepal, Annapurna: DSC00001.jpg Nepal, Annapurna: DSC00003.jpg Nepal, Annapurna: DSC00005.jpg Nepal, Annapurna: DSC00010.jpg
Nepal, Annapurna: DSC00011.jpg Nepal, Annapurna: abc_bergtop2.jpg Nepal, Annapurna: foto0001.jpg Nepal, Annapurna: nepal1.jpg Nepal, Annapurna: nepal2.jpg
Nepal, Annapurna: nepal3.jpg Nepal, Annapurna: nepal4.jpg Nepal, Annapurna: nepal5.jpg Nepal, Annapurna: trekking.jpg  


   Vorige plaats Pokhara   Routebeschrijving Nepal   Volgende plaats Pokhara