Mensen, mensen, wat een mensen
Het is gewoonweg niet te geloven hoeveel mede-reizigers ik ondertussen alweer
ben tegengekomen in de afgelopen weken. Om maar even een indruk te geven hoe
supergezellig reizen toch is, de volgende greep uit de emmer van reizigers die
over de wereld is leeggegooid. Op het station van Mumbai (Louise), in de trein
naar Goa (een compartiment van 6 personen vol backpackers; nog nooit met zo'n
veilig gevoel in de trein geslapen), op het station van Margoa (waar je de riksja
met een Nederlands stel pakt, uitstapt, goeie reis wenst, gedag zegt en ieder
weer zijns weegs gaat), In Colva (drie Nederlandse meiden; 15 minuten kletsen
en zij vertrekken weer omdat ze de trein moeten halen). Vervolgens in de trein
naar Hampi (Alistar, naam past goed bij de criminelen die in de omgeving van
Hampi rondwaren), in Hampi zelf alleen maar Deutsche Leute (Lisa, 42 jaar en
al min of meer 20 jaar op reis, Elli en haar reispartner die 3 maanden op een
koffieplantage in de buurt van Mysore gaan werken, maar geen malariapillen slikken,
want als het zo moet zijn, dann soll es so sein...).
In de trein van Hampi naar Margoa spreek ik lekker Frans met een viertal Fransen
(twee stellen) die tien maanden op reis zijn (en ik krijg de complimenten voor
mij Frans! Yes! Ehm...Oui). Daarnaast word ik geacht Duits te spreken tegen
het stel dat ik in Kovalam op het strand kennengelernt hat (You are from Holland;
then we can speak German! Ach so, daar sta je dan met je goeie gedrag...)
Je komt ook mensen meer dan 1 keer tegen. Een Duits stel dat ik op de boot
van de backwatertrip ontmoette, zag ik een week later weer in Kovalam op het
strand. Zo ook een Israelisch meisje (Liat) die mij de weg naar en in Kovalam
wees en die doodleuk ineens in Varanasi in hetzelfde hotelletje als ik bleek
te zitten.
In Orcha ontmoette ik Andrew (mister A. uit het gastenboek) met wie ik vervolgens
in Khajuraho en Varanasi ben opgetrokken. Erg gezellig; Engelsen hebben echt
wel gevoel voor humor,maar ook weer goed dat hij naar Calcutta ging en ik naar
Nepal.(Nee, weer niets gebeurd. Dat maakt het reizen voor mij ook zo aantrekkelijk:
niets moet, alles mag en kan)
In Varanasi Jolette en Julia ontmoet en ik kan niet anders concluderen dan
dat Nepal het land van de J's is, want wie kwamen we nog meer allemaal tegen?
Jan en Sjaak (schrijf je vast als: Jacques), Jouke en Jolanda; hoe zat dat ook
alweer met dat toeval? Tot slot moet ik toegeven dat ook ik mij wel eens afvraag:
Wordt er nog wel gewerkt in deze wereld of is iedereen op reis?
|