Hij heette Brad en bestelde een fles rode wijn...
en nippend van onze glazen keken we dromerig naar Harry Potter. 's Middags
hadden we samen in de zelfde taxi (pick-up truck) gezeten, die ons van de boot
in Tongsala naar Haadrin (mijn plaats van bestemming) had gebracht. Geen van
tweeen wisten we de weg en aangezien we beiden trek hadden, eerst maar eens
wat gegeten om tevens een plan de campagne te maken om een slaapplaats te vinden.
Dit laatste bleek een grotere uitdaging te zijn dan dat ik van tevoren had ingeschat.
Best logisch met Kerst en Full Moon party en Oud en Nieuw voor de boeg. Na een
half uurtje rondstruinen en al het Josef en Maria gevoel te krijgen, hadden
we geluk: een bungalow leeg. Weliswaar duur, maar dat was nog niet eens zo erg;
erger was dat er een tweepersoonsbed in stond. Ehm... ik zei niets. Gelukkig
zijn er niet alleen Nederlanders maar ook Engelsen indertijd naar Australie
gestuurd en deze Brad bleek nog iets van een gentleman in zich te hebben door
te zeggen: 'Ladies first'. Yes! Ik had een slaapplaats. En nu maar duimen dat
hij iets anders zou vinden. Weer geluk; na vijftien minuten kwam hij zijn rugzak
ophalen. Mooi, ik kon eens lekker rustig gaan douchen; daar was ik wel aan toe
na anderhalve dag reizen en temperaturen waar ik echt nog aan moest wennen.
Ik was nog niet nauwelijks schoon, fris en opgedroogd of Brad stond weer voor
mijn deur. Nee he! Afijn, je kunt nog niet zo lomp en/of bot als ik zijn of
je biedt hem een stoel op je veranda aan en kletst wat. Over reizen en wat je
mist (je fam, je vrienden, en rode wijn dus) en al dat soort reizigerspraatjes.
Om een lang verhaal kort te maken: hij vertrok de volgende dag naar het volgende
eiland voor een duikcursus en vroeg of ik met hem mee ging (nee, dus) en we
gingen 's avonds wat eten (met die wijn dus; na twee slokken stuiterde ik bijna
van mijn stoel. Dat was ik duidelijk niet meer gewend) in een eetcafe waar de
illigale dvd's de min of meer meest recente Westerse films laten zien (Harry
Potter dus). Na het ontbijt de volgende dag (ja, hij stond weer voor mijn deur)
moest hij 'helaas' de boot halen. Oke, emailadres kon hij nog wel krijgen, maar
toen was het wel weer genoeg. Bye bye. Geen verrassing dat ik in de loop van
de week nog een email van hem kreeg waarin hij nogmaals probeerde mij over te
halen om naar Ko Tao te komen, maar in mijn allerbeste Engels heb ik hem vriendelijk
(althans dat denk ik) verteld dat ik al een duikcursus had gedaan en op zag
tegen de bootreis (wat waar was) en het hier op Ko Phagnan wel prima naar mijn
zin had en oh ja, nog de beste wensen voor het nieuwe jaar. Daarna nog een tweede
email met een tot ziens in Sydney; nou dat zien we dan wel weer. Einde verhaal.
Ik denk dat ik het schrijven van boeketreeks en doktersromannetje maar achterwege
laat, want echt romantisch schrijven kan ik niet (terwijl ik toch best romantisch
kan zijn...blijkbaar toch moeilijker om je emoties op schrift te zetten).
Altijd blijven ademhalen
is het belangrijkste en dus het eerste wat ik leerde op mijn duikcursus. Bijna
had ik er uit geflapt dat dit in het algemeen toch wel een handige regel was,
maar mijn angst dit de komende drie dagen nog tig keer terug te horen, weerhield
mij er op het laatste moment van. Op het kantoortje van Ko Phagnan duikers werd
kort uitgelegd wat het programma voor de komende drie dagen zou zijn. Dag 1:
naar het zwembad en onderwater leren ademhalen en zo en 's middags terug naar
het kantoortje om de video's met de duiktheorie te bekijken en de schriftelijke
overhoringen te maken. Dag 2 zouden we met de boot naar een duikgebied op zee
gaan en twee duiken maken en wat oefeningen doen. Aan het einde van de middag
was het dan tijd voor ons theorie-examen. Op dag 3 zouden we weer uitvaren en
weer twee duiken maken met weer de verplichte oefeningen.
Wellicht vragen jullie je af wat mij in hemelsnaam bezielde toen ik mij opgaf
voor deze zogenaamde Padi Open Water dive course? Nou ik achteraf ook...
Het zit zo. Eigenlijk vond ik het doodeng (en eigenlijk vind ik veel dingen
soort van eng), maar sinds mijn coach Joske mij vorig jaar heeft laten doen
inzien dat dat alleen maar komt door mijn zwaar overdreven hang tot perfectie
(als het geen 10 is of kan worden, laat dan maar, dan hoef je er niet eens aan
te beginnen), zijn er toch een paar dingen veranderd. Ik mag van mijzelf gewoon
dingen proberen en ik mag fouten maken en daar weer van leren en het gewoon
nog een keer proberen (of niet), zonder mij daar ongelukkig, schuldig of mislukt
onder te voelen. Voor het merendeel van jullie (normaal? ontwikkelde mensen)
is dit waarschijnlijk de gewoonste zaak van de wereld; voor mij een van de pijnlijkste
leermomenten in mijn leven. Persoonlijk vind ik het dan ook magistraal dat het
haar gelukt is om een stronteigenwijs, bijdehand gebekt en altijd nadenkend
element als ik tot dit inzicht te laten doen komen. Vanaf deze plaats nogmaals:
Joske, enorm bedankt!
Eng of niet, ik kon het toch gewoon proberen? Hier had ik een goede kans: tijd
genoeg en voor een schappelijk prijsje (best belangrijk als backpacker); wat
wil je nog meer?
Zo stapte ik dag 1 (als eerste, maar dat is logisch...) het kantoortje binnen
en maakte kennis met mijn duikinstructrice: Adriana (een Duitse). nu kon het
niet meer stuk; mijn Opa Bouter heette immers Adriaan en alhoewel ik hem helaas
persoonlijk nooit gekend heb, stond hij bekend als een krachtig persoon (al
was het alleen maar om de rake klappen die hij kon uitdelen). Een uurtje later
stonden we met zijn vijven (mijn mededuikcursisten waren: Vera (uit Duitsland)
en Eric en Donato (beiden uit Canada) aan de rand van het in een van de duurdere
resorts gelegen zwembad. We kregen eerst wat tekst en uitleg en mochten ons
toen in ons wetsuit en jack (waarop de rug een duikfles met (te) veel slangen
voor ademhaling en lucht en dieptemeting bevestigd was) hijsen. Het meest belachelijke
aan het geheel vind ik wel de riem met de gewichten. Dit is nodig omdat je anders
blijft drijven. Ter bepaling van het aantal benodigde gewichten had Adriana
naar mijn gewicht gevraagd. Op zo'n moment klinkt 58 wel heel leuk, maar het
idee dat je dan zoveel gewichten zou krijgen dat ik met een kilo of 6 gelogen
(en dus meer) meteen als een baksteen naar de bodem zou zakken, zag ik niet
echt als het ideale begin van deze cursus. Ik had netjes zestig tot vijf en
zestig opgegeven (en nu maar hopen dat dat juist was, want wanneer heb ik voor
het laatst een weegschaal gezien? Juist 16 september, om te wegen hoeveel ik
met en zonder rugzak woog). Wie schetst ieders verbazing toen ik een gewicht
meer nodig had! Dat lag aan mijn ademhaling; die was nog niet regelmatig genoeg,
zei Adriana. Me dunkt, maar wat denk je van mijn longinhoud an sich? Wie was
twaalf jaar oud en net tot Jackie Turbo gebombardeerd toen we bij biologieles
een proef ter bepaling van onze longinhoud gingen doen? En wie was er toen degen
die iedereen (ook die gasten van al bijna twee meter lang en met baard in de
keel) er letterlijk uit blies? Ikke! Dat dat logisch was als je zo'n grote bek
had als ik, mocht de pret niet drukken; integendeel. Ik vond dat extra gewicht
daarom helemaal niet vreemd.
Anderhalf uur lang speelden we als een stel trage padden op de bodem van het
zwembadje, daarmee het zwemmen voor de gasten van het resort onmogelijk makend.
Echter zij bekeken ons op hun beurt alsof we marsmannetjes waren, en zo zagen
we er ook uit, dus volgens mij hoefden ze niet eens meer in het water.
Met ademhalingsmondstuk, zonder, met masker en zonder (en blijven ademhalen
he!), drijven, zinken en zwemmen; alles gedaan. Hierbij werden we steeds gerustgesteld
en gecomplimenteerd door Adriana, die dat echt geweldig deed door steeds tegen
ons te zeggen: "And you, my love, should take care of..." en "My
darling, listen, if you do this.." Het klinkt simpel, maar zelf stond ik
versteld van het psychologisch effect ervan.
Toen vond ik het welletjes. Met een dagtemperatuur van 35 graden celsius had
ik het KOUD en wilde ik UIT het WATER. Dat bleek goed aangevoeld te worden,
want we waren klaar voor vandaag. Nadat we ons aangekleed hadden en alle zut
in de pickup truck hadden gedumpt, reden we weer terug naar het kantoortje.
Lunch besteld en plug die videobanden er maar in. Alhoewel het de nodige uurtjes
in beslag nam en ik na vijf uur ook zeker vierkante oogjes had, had ik nul fout
in mijn overhoringen. Ik zeg, theorie is over het algemeen niet mijn grootste
probleem. Om zeven uur 's avonds was het afgelopen en ik heb op weg naar mijn
bungalowtje (ik was inmiddels verhuisd naar een stuk gezelliger en goedkoper
huisje) nog een bord spagetti met seafood verorberd en ben toen zo mijn bed
ingedoken (dat had ik immers vandaag geleerd...) Ik was compleet, totaal, geheel
uitgeput.
Dag twee stonden we om acht uur klaar om op de boot te stappen; duikflessen
en slangen en duikkleding (wetsuit, duikbril, duikjack en flippers) mee en uitvaren
maar. De boot is een miniveerbootje met beneden een ruimte die voor de helft
door de motor in beslag genomen wordt en waarvan de andere helft plaats biedt
aan alle duikspullen. Zoals je op de kleuterschool je eigen haakje had met je
naam erboven, zo had je hier, met naamplaatje en al, je eigen plaatsje waar
jouw spullen klaargemaakt en gezet konden worden. Dat prepareren is een serieuze
zaak, want je moet immers (kunnen) blijven ademhalen. Daarboven een dek met
de stuurhut, die verboden terrein is omdat de Thaise kapitein niet van gezeur
houdt, en een hele lange tafel met banken er om heen. Deze ruimte is overdekt
met plastic doek, maar is in tegenstelling tot beneden, verder open. De trap
aan de stuurhut leidt naar het dak er van dat tevens als zonnedek dient. Nee,
met de boot was niets mis.
We zouden in eerste instantie naar Sea Rock (een rots in de zee met koraalrif)
gaan; een duikplaats die beroemd is om zijn fantastische onderwatergebeuren.
Helaas te hoge golven, zodat we omkeerden en in de baai van een eilandje terechtkwamen.
Daar was ik niet bepaald rouwig om want de baai had een strandje en in het ergste
geval liep ik het strandje op, zo had ik bedacht. Of het praktisch haalbaar
zou zijn, liet mij op dat moment koud. Van al dat heen en weer gevaar was ik
alleen maar zenuwachtiger geworden en vlak voordat we het water in moesten,
stroomden dikke tranen over mijn wangen. Ik was bang; doodsbang. Toch het water
ingegaan. Op zich ging alles volgens het boekje en daarmee goed. Ik weet niet
hoe lang ik het volgehouden heb, maar ik vond het niets. Waar ik boven water
in een MTV wereld terecht was gekomen, had ik onderwater op Discovery gehoopt.
Het was echter meer te vergelijken met de sneeuw die onze zwart-wit tv thuis
te zien gaf, vlak voordat hij halverwege 1976 definitief de geest gaf (gelukkig
kregen we er toen een kleuren tv voor in de plaats!). En dan met zijn vieren
aan zo'n knullig koordje afdalen terwijl je elkaar amper ziet. Nee, besloot ik,
dit was niets voor mij en ik ging weer 'naar boven'. Onderwater is het lastig
huilen, dus dat deed ik toen maar toen ik rillend op het bankje (bij mijn eigen
naamplaatje) kon bijkomen van de schrik. Adriana had die dag de honneurs aan
James gegeven omdat ze zelf last had van haar oren en neus en dat is verre van
handig met duiken. Ze begreep precies hoe rot ik mij voelde, want haar eerste
duik was zo mogelijk een nog grotere ramp geweest. ze stelde voor om na de lunch
met zijn tweeen te gaan duiken. Zo gezegd, zo gedaan. En wat denk je? Dat ging
als een tierelier (nou ja...) Handje-in-handje, type lamme helpt de blinde [waarbij
ik beide vertegenwoordigde] zwommen we in het rond. Ja, leuk hoor dat anderhalf
stuk rif en die drie en een halve vis die we zagen, maar echt freaking out
was er nog niet bij. Braaf mijn oefeningen gedaan en ook het theorie examen
aan het einde van de middag was geen probleem. Zodoende sloot ik de dag als
nog met een behoorlijk voldaan gevoel af.
Dag drie. Aangezien het vandaag eerste kerstdag was, was de boot voor ons,
want wie gaat er nu op eerste kerstdag duiken? Deze keer ging ik weer met de
anderen mee 'naar beneden' en zonder dat ik er echt erg in had, gleed ik op
17 meter diepte over de bodem van de zee. Dat verzin je inderdaad niet; effe
iets anders dan bij je ouders op de koffie gaan, zeg maar. 's Middags nog een
duik met kompasoefeningen en nog wat gerommel en toen we weer op de golven ronddobberden,
werd ik gefeliciteerd door Adriana; ik had zojuist mijn duikbriefje gehaald!
Met gepast enthousiasme in de vorm van geluidsgolven, heb ik waarschijnlijk
het ecologisch evenwicht aldaar voor minstens de komende vijf jaar verstoord,
maar dat kon mij echt niet boeien. Ik had zojuist mijn diploma A voor onderwaterzwemmen
gehaald en dat kon niemand mij meer afnemen!
Kan niet bestaat niet
Dat Kerst er dit jaar er voor mij anders uitzag dan voorgaande jaren hadden
jullie vast al wel begrepen. En dat heeft ook zo zijn kanten. Voor mij
begint Kerst eigenlijk altijd al op de 24e. Niet 's avonds, nee, 's morgens
al. Waarom? Omdat ik op die dag altijd precies en-een-half-jaar ben. Dit
jaar dus 32 en-een-half jaar. Echter, sinds vorig jaar heeft deze dag er
nog een hele speciale betekenis bijgekregen. Toen is mijn Oma, Jannetje
Nederlof - de Koff op 95 jarige leeftijd, overleden. En af en toe mis ik
haar zo vreselijk. Hoeveel keer en hoeveel weken hebben An en ik wel niet
bij Opa en Oma gelogeerd? En hoeveel plezier hebben we daar wel niet aan
gehad? Heel veel! En hoe blij was Oma iedere keer weer (Opa was toen al
overleden) als je langskwam [Oh Jacqueline, wat ben je groot / mooi / heb
je mooie kleren aan!]. Terugdenkend aan deze goede tijden herinnerde ik mij
opeens het volgende voorval. Ik was een jaar of acht en Opa en Oma
logeerden bij ons. Oma zat achter de naaimachine nieuiwe kleren voor An en
mij te maken. Oma en ik kletsten wat en waar het over ging zou ik echt niet
meer weten. Wat ik wel weet is dat Oma op een gegeven moment zei: 'Kan niet
bestaat niet'. Blijkbaar had ik beweerd dat ik iets niet kon (toen had ik
er dus al last van) en dat ging er duidelijk bij Oma niet in. Ik schrok mij
naar en vond Oma prompt zo lief niet meer. Ze liet mij immers ter plekke in
de steek (althans zo voelde ik dat) en dat kwam hard aan. Nu, jaren later
uitgerekend op deze memorabele dag, ga ik voor het eerst op zee duiken en
klinkt het in mijn hoofd: 'Kan niet bestaat niet'. Dank u wel Oma, u had
helemaal gelijk en ik zal het nooit meer vergeten.
Eerste Kerstdag lag ik overdag, net als de dag er voor, onderwater te
spartelen. 's Avonds ben ik voor het eerst kennis gaan maken met het
partygebeuren hier in Haadrin op Ko Phagnan. Om een uur of twaalf was het
al erg druk op het strand en ik raakte aan de praat met wat medereizigers.
Dat het toch een ander slag reizigers is wat hier verblijft, had ik al
gemerkt; meer kliekjes en meer types die twee maanden op Ko Phagnan
feesten, dan weer naar huis gaan en dat dan reizen noemen. Daarnaast ben ik
die avond wel een keer of vier, vijf gefeliciteerd. En wel omdat ik ab-so-
luut de meest 'coole' tante van allemaal ben (ondanks mijn No thank you, I
don't smoke, wat natuurlijk ontieg'lijk suf is, maar ook wel weer wordt
begrepen als je zegt dat je uit Holland komt. Daar mag immers alles en dan
is het ook niet meer spannend en zo en hoef je er ook niet voor naar Ko
Phagnan af te reizen.). Hoezo dan 'cool'? Rhm.. tsja laat ik het zo zeggen:
er zijn veel reizigers, heel veel reizigers op deze wereldbol. De meesten
zijn net klaar met hun studie of komen uit dienst (in Israel moet iedereen
in dienst) of hebben met een paar vage baantjes wat geld bij elkaar gespaard
en kunnen nu een paar maanden weg. Ze zijn hun reis wel vaak alleen
begonnen, maar hebben zich vaak aangesloten bij andere reizigers en reizen
in groepjes verder. Maar iemand die een heuse hypotheek en een heuse baan
en een heus auto heeft en simpeltjes [zo denken ze; ze moesten eens
weten...] haar huis verkoopt en haar baan opzegt, nog nooit alleen gereist
heeft, laat staan met een rugzak, die een enkeltje Delhi koopt (wie BEGINT
er nu in India???) en zegt: "Hallo wereld, hier ben ik", ja zo iemand
is
blijkbaar behoorlijk cool en dus een felicitatie waard. Rare lui die
extacyhappers hier. Na een paar uur rondgesprongen te hebben, was het weer
mooi geweest (ik ben ook geen 18 meer).
Tweede Kerstdag heb ik compleet niets gedaan: op het strand gelegen,
gelezen, geslapen en mijzelf op een heerlijke verse vismaaltijd getrakteerd
en genoten van het goede leven.
Of ik mijn dat geen moment allen gevoeld heb deze kerst? Ja natuurlijk wel.
Wat denk je dat er door mij heen gaat als ik het nummer: 'One more time'
van Daf Punk hoor? Dit Koninginnedagnummer van het jaar 2001 waarmee een
nieuwe periode in mijn leven aanbrak; dankzij Dees leerde ik die dag weer
opnieuw wat 'leven' is (en drinken, maar dat is inherent aan Koninginnedag)
doet mij iedere keer als ik het hoor weer opspringen van vreugde. Zo ook
hier op dit party-eiland. Tegelijkertijd mis ik dan ook wat: mijn
vriendjes, vriendinnetjes en familie. Dat voelt op zo'n moment stevig leeg
en doet mij een keer heel diep ademhalen.
En als je alleen achter je kerstmaal zit, denk ik terug aan de tweede dag
van de trekking in Nepal. We zitten met zijn allen aan tafel, als ik van
uit mijn ooghoeken ineens een zoeven nog lachende Francaise van een jaar of
vijf en dertig in tranen zie. Razendsnel schieten de gedachten door mijn
hoofd: wat kan er aan de hand zijn? Zojuist zat ze nog te lachen? Ik besef
dat ik even te voren onbewust het geritsel van papier heb gehoord en in
een 'split second' weet ik wat er gebeurd is: lachen, kadootje uitgepakt,
ten huwelijk gevraagd, ring. Ik kijk naar haar hand en val bijna achterover
van verbazing; dat is niet zomaar een ring! dat is een enorme gouden ring
met enorme edelstenen! Ik kijk haar aan; ze lacht al weer. 'Ja, zij wel...'
is wat er op dat moment door mijn hoofd schiet.
Of die andere keer dat de volgende tamelijk sinistere gedachtengang
opborrelt uit de donkere krochten van mijn onderbewustzijn. Hoe grappig is
het als ik, die zelf zo graag kinderen wilde, omgeven is door bloeiende
baarmoeders, maar zelf hopeloos verstek laat gaan? Waar de eerste
aankondiging (ik ben zwanger) nog aankomt als een vriendschappelijke por
tussen de ribben, werden de daarop volgende aankondigingen steeds
venijniger en veranderden vervolgens via een stomp in de maag naar een klap
in het gezicht. Het summum was vorig jaar de aankondiging van mijn zus.
Deze heeft mij knock out geslagen en resulteerde letterlijk in een
bloedneus die zijn weerga niet kende [Hoe kon dat nou? Ik was toch de
oudste? zei het kleine stemmetje diep in mijn binnenste].
Ik besef mij dat de kans alleen maar groter wordt dat het moederschap wel
eens geheel aan mij voorbij kan gaan [alhoewel; mijn Oma was 40 toen ze
haar eerste kleine, mijn moeder, kreeg]. De eerste keer dat deze
gedachtengang in mijn hoofd opborrelde, kromp mijn maag ineen van pijn en
zelfmedelijden. Vervolgens heb ik mij gerealiseerd dat het leven zo kan
lopen en dat een kind voor mij niet het 'ding' mag zijn dat, door zijn/haar
totale afhankelijkheid en hulpeloosheid, je behoefte aan onvoorwaardelijke
liefde bevredigt. Het beangstigt mij dat als dat wel zo zou zijn het
volgens mij nooit kan opgroeien tot een volledig zelfstandig persoon en
altijd het gevoel zou hebben zijn/haar moeder te moeten verantwoorden of
zelfs 'terugbetalen'. En dan is het ook prompt geen sinistere grap meer,
maar een van de vele wendingen in het leven die zich uiteindelijk ook ten
gunste van mij zal keren.
Reizen werpt van tijd tot tijd een ander licht op zaken, waarmee je tevens
vaak linea recta op je zelf gewezen en teruggeworpen wordt. Dat is goed
voor mij, daar word ik [eindelijk] een grote en sterke meid van. En wat
gaat er nu boven een heerlijke huilbui?
Don't divide your life
into weeks, months or years.
Rather divide your day into moments.
Then live each moment
as if it were one full life.
Iedere keer als ik deze tekst lees, maakt het mij weer bewust van het
enorme rijke leven dat ik heb en leid. Iedere dag weer zoveel indrukken dat
je eens in de zoveel tijd even 'stop' tegen je zelf moet zeggen, teneinde
een memory overload te voorkomen. Een dag als ouderjaarsdag is daar heel
geschikt voor. Zittend in mijn strandstoel, uitkijkend over de zee en de
ondergaande zon, laat ik het afgelopen jaar nog eens de revue passeren. Er
is veel gebeurd en er is veel veranderd. Ik kom tot de paradoxale conclusie
dat hoogtepunten soms dieptepunten bleken te zijn en dieptepunten achteraf
hoogtepunten. Zo was nieuwjaarsdag een schijnbaar hoogtepunt; we gingen
ervoor. Twee maanden later, op meer dan 2000 meter hoogte, het dieptepunt.
Het is voorbij, over, uit. De periode die volgt, is het nawoord schrijven
van het boek dat zes jaar besloeg met als absolute dieptepunt het verkopen
van je boeltje: je huis, je bank, je bureau, je eettafel, ja zelfs je bed.
En mijn werk kon ook geen baan genoemd meer worden; ik was overspannen
geweest en voelde dat als een loden kogel aan mijn enkel hangen. Ik had
niets meer. Of toch wel? Ja zeker wel! Ik heb al mijn familie, vrienden,
kenissen en collega's en op zulke momenten blijkt hoeveel jullie voor mij
betekenen en mij waard zijn. Het maakt het besluit om op reis te gaan [ik
heb nu immers alle tijd en wat geld] wel moeilijk, zeker als in de zomer de
zon extra hard schijnt, maar het is nu of nooit. In september, een jaar
nadat ik op de absolute bodem van mijn leven heb gezeten (en dat is dieper
dan 17 meter) en vijf dagen na de crash is het bye, bye, zwaai, zwaai en
stap ik in de nieuwe wereld die reizen heet.
De rest is bekend. En wat er ook mag gebeuren in het nieuwe jaar; dit kan
niemand mij meer afnemen. Al zolange tijd gewild en nooit gedurfd.
Eindelijk geprobeerd; het hoeft niet perfect te zijn.
Voordat een dansende en feestende menigte de laatste seconden van het jaar
aftelt, lig ik nog even op mijn bed, wnat ik was opeens ontzettend moe.
Mijn knie, waar ik uitgerekend op de laatste dag van trekking doorheen ben
gegaan, doet nog steeds zeer en ik heb (als gevolg van airco en
ventilators) een stijve nek en kan mijn hoofd amper draaien. Uit het niets
wellen de tranen op. In eens weet ik het: mijn ouders missen mij. Of
eigenlijk mis ik mijn papa en mama. De pijn in mijn knie is mijn mammie,
die toen ze ongeveer zo oud was als ik door haar knie ging, en wie is niet
bekend met de beroemde sjaal om de nek van mijn vader? Die hangt daar echt
niet voor de show. Nog meer tranen. Ik voelde mij heel erg alleen...
Plotseling vermande ik mijzelf: Ontzettende domme doos dat je er bent. Je
stapt weer in je bekende valkuil en dat gaat nergens over. Heel de wereld
stuurt van uit Nederland emails, post, schrijven in je gastenboek en je
denkt nog steeds dat er niemand van je houdt? Hoe verachtelijk. Zwelgje!
Het is waar: mensen hoeven niet de hele dag tegen je te zeggen dat ze van
je houden om te weten dat het zo is. Het is echter zolang geleden dat
iemand je omhelsd en zei dat hij/zij van je hield (en het ook meende). De
klok tikte voort en met een Bacardi Breezer in de hand, stond ik met vele
anderen op het strand. Een graad op twintig, goeie muziek, goeie sfeer en
nog dire seconden te gaan. Drie, twee, een: HAPPY NEW YEAR!!! Daar stond ik
dan met mijn drankje naar het vuurwerk te kijken. Ik had geen zin om naar
die meiden te gaan die ik eerder had leren kennen. Dit was mijn moment,
want ik hield van iedereen en iedereen van mij.
2002, nog nooit een mooier jaartal in mijn leven meegemaakt; zo in balans
(je zou dit jaar maar op 20 februari jarig zijn, he Dees? Dan heb je pas
echt een perfect getal!) Het kan niet anders dan dat het een heel mooi jaar
gaat worden. Langzamerhand vallen de puzzelstukjes van mijn leven inelkaar.
Het wordt mij duidelijk waarom ik een 'talenpakketje' op het VWO heb
gekozen; zo vaak als ik de afgelopen maanden gecomplimenteerd ben om mijn
talenkennis, niet gewoon meer. En waar kan ik mij organisatievermogen en
bemoeizuchtig regelnevendrang beter uitleven dan op ries, waar ik de hele
dag kan regelen en organiseren als ik zou willen [en ook grotendeels moet,
anders kom je nergens]. Tot slot is eindelijk mijn langgekoesterde
schrijfwens uitgekomen en zie hier: nog lezerspubliek ook. Deze zaken
maken, ondanks gemis van champagne en oliebollen, dat ik nog even blijf
reizen. Dit is leven!!!
Ik struin verder over het strand en kom Adriana tegen. We vallen elkaar in
de armen: Happy new year!!! Een Engelsman in vergevorderde staat van gezelligheid,
roept, net als ik langs loop: 'Is there nobody single overhere?' 'Nee', denk
ik en loop vrolijk verder. Uit de luidsprekers klinkt op de bijbehorende techno-beat:
'Do you think, you'd better off alone?' Yes; ik weet het wel zeker.
I know a girl, a girl called Party; Party-girl
Ko Phagnan is het party eiland van Thailand dat vooral bekend is om zijn
Full Moon Party (FMP) en deze maand zou dat op de 29e zijn. Drie keer party
time, met Kerst en Oud en Nieuw erbij, dus ik viel weer met mijn neus in de
boter. Dat ik niet de juiste dresscode had, viel mij al meteen op; alles en
iedereen volgens de 'laatste' mode. Zonnebrillen zo groot als duikbrillen,
gehaakte haarbanden, topjes in badpakstof, heupbroeken, 'pukkel'tassen [zo
uit de zeventiger jaren, maar nu in alle kleuren in plaats van alleen maar
legergroen], teenslippers in alle soorten en maten, kleuren en materialen;
hetzelfde geldt voor de kapsels en voor de heren natuurlijk een sikje.
Tevens piercings in, over, tussen en noem nog eens een paar voorzetsels je
lijf en ledematen, met de Israeliers veruit op kop als meest up-to-date
fashion victims.
Ik had het idee opgevat op te verblijven in Haadrin; het partycentrum van
Ko Phagnan; als je het doet, moet je het goed doen, nietwaar? [Of was ik
dat nu juist aan het afleren...]. Haadrin heeft als prettige bijkomstigheid
dat het op een soortement smalle landtong ligt, met een oost- (sunrise) en
westkant (sunset). De oostkant is de drukke kant, met alle restaurants,
winkeltjes en strandtenten; de westkant de rustige. Westkant en Westland
verschilt niet zoveel en daar ik twaalf jaar in het laastgenoemde gebied
heb gewoond [en zeer schone herinneringen aan overgehouden heb; was immers
ook aan de kust en dat niet alleen], koos ik dus voor deze zijde. Alles
binnen handbereik, want met vijftien minuten ben je het hele dorp rond.
Oke, dit is de setting, dan nu hoe het in zijn werk gaat.
's Morgens is het doodstil in het dorp; iedereen ligt zijn/haar roes uit te
slapen. 's Middags is het nog steeds stil; te warm om iets te ondernemen
[degenen die al wakker zijn,zitten in een internet cafe of 'chill-en out'
liggend in een partij kussens in een eet- en drinkgelegenheid]. De tweede
helft van de middag, ligt een ieder op het strand in een poging het bleke
lijf een beetje van een 'tan' te voorzien. Na de Israeliers, zijn de
Engelsen met de grootste delegatie hier vertegenwoordigd, en de kleur
kreeftrood doet het erg goed hier. Na de sunset bekeken te hebben [dat is
immers de beste reden om nog een biertje te bestellen] wordt er gegeten, ge-
internet, dvd gekeken, van een massage genoten, bij de kapper geknipt,
geverfd (groen en blauw zijn de modekleuren) en gefohnd. Dit geheel loopt
vlekkeloos over in stappen, bieren, uitgaan, party-en of hoe je het feesten
verder wilt noemen. Deze circle of life herhaalt zich iedere dag en de
feestdagen zijn hierop de uitzondering. Hoe dan? Een korte impressie van
een Full Moon Party (FMP).
Het doel van een FMP staat zwart op wit op een A-4 uitgewerkt en hangt bij
de plaatselijke VVV. Samengevat is het doel mensen vanuit de hele wereld
vreedzaam te laten samen zijn, niet gehinderd door cultuur-, rassen-, of
muzieksmaakverschillen. Dit alles onder het genot van een muziekje, hapje,
drankje, snufje, peukje, pilletje. Dat laatste lees je in minder zwart en
wit tussen de regels door.
Het begin van de avond maakte weinig verschil met de andere avonden,
behalve dat de volle maan zich achter de wolken bevond en het om een uur of
tien begon te stortregenen. Ik hoefde die avond echt geen pizzabroodje,
hamburger of pannenkoek meer; soaking wet en vervolgens op de bbq weer fris
en fruitig gemaakt... Overdag had ik grossen feestgangers zien arriveren
op vervaarlijk volbeladen veerboten en rond een uur of twaalf hadden die
zich samen met de reeds aanwezigen op het strand verzameld. Het dansen,
drinken en flaneren kon beginnen. Ik vind het echt geweldig om te zien hoe
mensen overal dansen; van netjes voor de feesttent, via podia en op het
strand tot in de zee. Favo-hippe drankjes zijn: Red Bull, Shark, zelf in
plastic waterflessen meegebrachte 'huiswijnen' en een Bucket of Joy. De
laatste is voor de Engelsen: men neme een klein strandemmertje en giete
daar van iedere fles die je in je bar hebt staan, zeker vijf centiliter in.
Een beetje cola, fanta en/of sprite voor de bubbels erbij en afmaken met
vijf rietjes. Men zette de cocktail midden op de sta-tafel en iedereen
lurke zijn deel {en je hebt zo lekker weinig afwas}.
Naarmate de tijd verstrijkt en de staat van gezelligheid bij de mensen
steeds verder vordert, wordt de zee ook gebruikt om je vriendin in af te
koelen (die vervolgens de rest van de avond als miss wet t-shirt haar op-
of afgang kan gaan maken), om je blaas en/of maag inhoud in te legen of om
gewoon even lekker in te zwemmen... Op een gegeven moment ving ik het
gesprek op tussen twee meiden. De ene verklaarde tegen de ander dat ze
vreselijk nodig moest plassen. De ander adviseerde haar om dat in de zee te
doen [dat doen de jongetjes toch ook?]. Zo gezegd, zo gedaan. Met haar
licht beschonken hoofd ging ze op haar hurken zitten, sjorde aan haar
ondergoed en .... ging met haar achterste naar het publiek zitten. Dit had
zij beter NIET kunnen doen; slechts enkele seconden duurde het voordat de
eerste slimmerik opmerkte dat dit wel een hele echte Full Moon was...
Dankzij alle energizers houdt het merendeel het aardig lang vol. Ik haak
halverwege de nacht af; het is wel mooi geweest; het wezenloosheidsgehalte
waarmee de meesten rond die tijd van strandtent naar strandtent struinen,
kwadrateert iedere tien minuten en het wordt er niet spannender op.
De volgende morgen ben ik weer op het strand om getuige te kunnen zijn van
de after party. Het strand, de dansende, kotsende en plassende mensen; dat
is hetzelfde gebleven. Wat niet hetzelfde is gebleven is de zee; het is
inmiddels hoogwater geworden. Slippers en sandalen (je zou werkelijk een
schoenenzaak kunnen beginnen), lege flessen, hout, touw en de bekende
viezigheid, klotsen op het ritme van de golven tegen de strandtenten op.
Het is tegelijkertijd aandoenlijk triest en ontieglijk grappig om te zien
hoe de laatste piepeltjes, als de volle maan al lang is verdwenen, nog
steeds op de technobeat met bier in hun handen staan te hobbelen, terwijl
anderen in de klotsende zee, in een strandstoel gezeten, liggen te slapen
en het merendeel met het krieken van de dag naar de strandbungalow is
gekropen. Negen uur 's morgens: The Party is over, vanavond is het weer
feest.
|