Same same, but different
Vermoedelijk kent iedereen die in Azie heeft rondgereisd deze uitdrukking
wel. Het wordt te pas en te onpas voor alles en nogwat gebruikt. Zijn er
twee hotelkamers en heb je de eerste gezien en vraag je om de volgende te
mogen bekijken, dan is het antwoord steevast: Same, same. Iedereen denkt er
automatisch achter aan: But different. Je kunt op je klompen aanvoelen dat
die tweede hotelkamer net iets (maar meestal heel veel) anders is. En zo
gaat het met alles: eten, souvenirs, excursies. Als je niet uitkijkt word
je gen....d waar je bij staat en dat is soms erg en soms niet. Sometimes
you win some, sometimes you loose some. In Vietnam hebben ze een leuke
oplossing gevonden om de toeristen en al het overige rondreizende volk
enigzins binnen de gebaande paden te houden (hetgeen met het oog op het
aantal landmijnen dat ook hier ooit als hagelslag op je witte boterham met
boter (wie mist hier wat?) over het land is uitgestrooid en hier nog
stilletjes verzonken tussen de rijstvelden op een beter lot ligt te
wachten, ook best wel een goed idee is). Je kunt namelijk tussen
verschillende soorten vervoer kiezen: de trein (die traag en niet al te
goedkoop is), de locale bus (die goedkoop is, maar waarin iedere keer weer
het laatste record Hoeveel-mensen-dieren-brommers-tassen-koffers-fietsen-
passen-er-in-en-op-het meest-roestige-Russische-model-bus uit het Guinness
Book of records wordt geprobeerd te verbeteren. En dan heb ik je nog niet
eens verteld dat de gemiddelde Vietnamees al voordat de motor gestart is,
over zijn nek gaat; man, vrouw, kind, maakt niet uit!), de locale minibus
(waarin toeristen het hardst afgezet worden en waar ook het aantal
luchtmoleculen tot een minimum cq vacuum gereduceerd wordt) of de
toeristenbus (die je ophaalt bij je hotel, goedkoop, snel en als je geluk
hebt met airco gekoeld is). Geen moeilijke vraag om te beantwoorden als je
vraagt: voor welk vervoermiddel kiest de gemiddelde reizende? Juist, de
toeristenbus. De nadelen zijn beperkt: je ziet iedere keer iedereen weer
terug en je voelt je best wel massa. Wat echter wel vervelend is: ze rijden
maar bepaalde routes. Dat is niet erg zolang jij daar ook heen wil, maar
een keer raden; dat wilde ik niet. Je kunt kiezen tussen HCMCity-Mui Ne-Nha
Trang en verder of HCMCity-Dalat-Nha Trang en verder. En ik wilde: HCMCity-
Mui Ne-Dalat-Nha Trang. 'Is not possible' werd verder zonder enige vorm van
nuancering in mijn gezicht geknald (dit is echt een land naar mijn hart:
straight en zonder pardon; je moet er wel tegen kunnen...). Uitdaging: zeg
noooit tegen Jacq 'is not possible' want dat gaan we dan toch zeker eerst
wel eens even zelf uitproberen.
Vol goede moed stapte ik in Mui Ne in de toeristenbus die naar Nha Trang
ging. Halverwege dit traject zou ik uitstappen en het verder zelf uitzoeken
hoe ik Dalat terecht zou komen. Dat ik bijna net zoveel moest betalen als
naar Nha Trang was omdat ze wel voor de hele weg een stoel voor mij
gereserveerd hadden... (dat bedoel ik dus; zo flexibel als een loden deur).
In het dorpje waar ik er uit moest, kwam de bijrijder, die vol overgave een
Vietnamese 'friend' die hij halverwege had in laten stappen (vrouw met
kind; mocht gratis mee natuurlijk!) zat te zoenen en te verleiden tot
waarschijnlijk een nog gezelliger samenzijn na afloop van de busrit, er nog
net op tijd achter dat ik hier moest uitstappen. Deur open, Jacq eruit en
daar stond ik dan. Als vliegen op de stroop had ik in vijf secondentijd
vijf brommerboys om mij heen die mij wel voor woekerprijzen naar de hoek
van de straat wilden rijden. Even onderhandelen maar weer. Achteraf had ik
het kunnen lopen, maar dat weet je niet als de Lonely Planet je even in de
steek laat. De volgende halte was een kale plek langs de kant van de weg
waar nog een paar locals stonden te wachten. Ik ging ervan uit dat ze ook
met de minibus naar Dalat wilden en dat bleek ook zo. Het eerste busje
wilde mij voor tien dollar wel meenemen. Doe is gek zeg, ik ben geen
miljonair! Ik vond dat het voor drie dollar ook gemakkelijk moest kunnen.
Deze man was van het model sjagarijn en weigerde om te onderhandelen en
toen ik bij zijn aanbod van vier dollar nog gewoon drie bleef zeggen,
barstte hij bijna uit elkaar van woede. Ik zei dat het een spel was en dat
hij moest blijven lachen, maar de bus reed verder. Oke, wachten op de
volgende. Het werd langzamerhand half zes en het begon al te schemeren.
Hmm, matig; ik wilde wel vanavond in Dalat slapen. Geluk was weer eens aan
mijn kant, want daar kwam de volgende minibus aan. Een vrolijke tante vroeg
of ik mee wilde en haar laagste bod was vier dollar, maar mijn drie dollar
werd ook niet als een afwijzing gezien. De achterklep ging open en daar lag
mijn backpack al; instappen maar en wegwezen. Ik kreeg zowaar een stoel en
had nog soort van beenruimte ook. De overige twee en twintig (in een
minibus waar in Nederland max. 12 personen in gaan) hadden het aanzienlijk
moeilijker... Even later stopten we weer. Je denkt toch zeker niet dat deze
bus al vol was? Er konden er nog gemakkelijk drie bij , ook al betekende
dat dat er twee op mijn backpack moesten zitten en dat ze net met hun hoofd
tussen de achterbank en de achterklep pasten. Het zag er uit als test-
aapjes in een proeflaboratorium. Ik was denk ik de enige die dit zielig
vond en ook dat duurde maar even. Ze staken vervolgens hun sigaret op en
lieten de as op mijn backpack vallen! De vijf en twintigste stond naast de
bank bij de schuifdeur, met het licham in een hoek van negentig graden;
precies de vorm van de bus volgend. Geen enkel probleem! Daar gingen we en
al snel hadden we het eerste dorpje achter ons gelaten. De weg werrd
langzamer hand iets slechter, maar daar maalt niemand om. De zoeven nog
soepel rollende schuifdeur dacht daar aanzienlijk anders over: bij de
eerste echte put in het wegdek, viel hij er gewoon uit. Busje stoppen,
tante eruit en hup deur er weer in. Dat het geen solide oplossing bleek,
was ook geen probleem. Dan draai je het raampje in deze deur open, steek je
je arm er door heen en hou je de hele deur simpelweg als een handtas om je
arm. Ze hebben in dit land wel voor hetere vuren gestaan.
En dan de prijs... Ik gaf ze 50.000 dong (15.000 dong is een dollar) en
daarmee was het geregeld. Na een half uurtje begon de eerste, tot grote
hilariteit van de anderen, in gebrekkig Engels tegen mij te praten. Toen ik
in Engels antwoordde, ging het dak bijna van de bus af; dat was dikke pret!
Nog een half uurtje later zat ik vrolijk Engelse liedjes te zingen (althans
dat dachten ze, maar mijn repertoire van Barbapappa en Maja de Bij is
teksttechnisch uitgebreider dan die van de Engelse liedjes dus zong ik
lekker uit volole borst: In een land hier ver vandaan, daar leefde eens een
kleine bij, en die beleefde het klinkt raar een avontuur voor jou en mij.
(Hoe toepasselijk toch?)
Ik was gewaarschuwd dat er halverwege de route van bus gewisseld moest
worden en ik dan nog een keer moest betalen. Daar had ik niet echt hard in
geloofd, maar eigenwijsheid wordt niet altijd beloond. Ik moest, net als
iedereen, de bus uit en in de volgende bus. Nu is mijn Vietnamees momenteel
niet zo vloeiend te noemn, maar onderschat mijn mimiek niet. Ik keek de
vrolijke tante aan en mijn blik zei blijkbaar genoeg. Ze liep weg, babbelde
wat met iemand, pakte mijn backpack en zette die in de volgende bus. Ik
liep haar achterna en toen ze de backpack had neergezet, draaide ze zich
naar mij om en zei: "No more money". Kijk dat bedoel ik; waar een
liedje
zingen al niet toe kan leiden. De volgende bus was een slag groter (maatje
midi) en minder vol. Zeeen van ruimte dus en ik mocht vooraan zitten. (De
meeste reizenden vinden dat niets want dan zie je alles iedere keer bijna
mis en altijd net op tijd goed gaan. Ik denk dan altijd: ik kan er toch
niets aan doen, dus kan er beter van genieten. Ik denk wel dat ik in
Nederland opnieuw mijn rijbewijs zal moeten gaan halen om weer wat
verkeersregels bij te leren). Om een uur of negen waren we in Dalat en
natuurlijk moest ik toen nog van het buiten het stadje gelegen busstation
naar het guesthouse. Weer brommerboys teleurgesteld, maar de slimste liep
een stukje met mij mee en kreeg dus het ritje. Je denkt toch niet echt dat
ik 's avonds alleen in het donker minstens drie kilometer bepakt en bezakt
ga lopen? Om half tien zat ik in een lekker hotelletje en zei tegen
mijzelf: It IS possible!
|