Nederlands - English
De wereldreis van Jackie Turbo

Menu
Kaart
Reisverslagen
Reisinformatie
Planning
How it started...
Gastenboek
Media
Fotoalbum
Post & e-Mail
Links
Hue, Vietnam

Reisinformatie
   Vorige plaats Danang   Routebeschrijving Vietnam   Volgende plaats Hanoi   

AankomstDonderdag, 21 Februari 2002Printer versie
VertrekMaandag, 25 Februari 2002 
Laatste updateDonderdag, 21 Maart 2002 

De Traveljunkies

In Hue prop ik, voordat ik in een boot stap om wat cultureel erfgoed te gaan bekijken, nog een broodje naar binnen bij het restaurant om de hoek. Er zit eveneens een groep Fransen te eten, waar ik verder geen aandacht aan schenk. Ik ben dan ook zeer verbaasd als ik halverwege de dag in mijn arm geprikt wordt en een Fransman van middelbare leeftijd mij in het Frans vertelt dat ik vanmorgen bij hem in het restaurant zat te ontbijten. In vloeiend Frans (ik stond er zelf soort versteld van) zei ik dat dat best kon. Helaas, niet lomp genoeg; de bon homme begreep de hint niet en ging vrolijk in het Frans verder met te vragen of ik alleen op reis was, waar ik geweest was en je kent dat soort vragen wel. Het was niet geloven. Waar was zijn reisgezelschap? Was er nu echt geen mevrouw die omriep dat alle Fransen met een oranje stikker op hun t-shirt, voorhoofd of waar dan ook bij de ingang moesten verzamelen? Nee dus. Ik vertelde dat ik verder moest omdat ik maar dertig minuten had om mijn vier dollar entreegeld te rechtvaardigen en rende er van door. Salut en de groeten!

Vind je het dan gek dat als ik 's avonds in een restaurantje al kauwende op mijn fried rice met vegetables de dag nog eens overdenkend, raar opkijk als ik aangesproken wordt door een man die vraagt: Ben jij Jacqueline? Kom je uit Nederland? Ik kijk waarschijnlijk heel vreemd, want hij gaat gewoon verder: Ben jij Jackie Turbo? Dat is het codewoord. En als hij dan ook nog zegt: wij zijn de Traveljunkies, valt eindelijk de euro... Het zijn Leo en Rosalie, ook wel de traveljunkies. Ik heb ze voor het eerst ontmoet tijdens de infomiddag van de travel clinic waar we alles over vaccinaties hebben mogen aanhoren. Zij hadden toen al een website en de rest kun je zelf wel invullen. Meteen bijkletsen dus! Ja, inderdaad, ze hebben mij ingehaald en ik was dan ook prompt niet zo turbo meer. Maar ik weet wel hoe dat komt: junkies, speed, tsja, zo kan ik het ook! Het wereldwijde web maakt echter nog meer vrienden. De volgende dag leer ik ook Michiel en Cindy in het echt kennen. Ook zij hebben een website en hadden de junkies op die manier weer gevonden. Nou ja, gevonden.... We hadden bij een restaurantje afgesproken, maar ze kwamen maar niet opdagen. Traveljunkies en ik zijn ook foodjunkies, dus hadden we al besteld (de anderen hebben zich zeker verslapen). Wat blijkt nu, zit er net om de hoek een ander restaurantje met dezelfde naam (en dezelfde eigenaar)! Gelukkig waren Cindy en Michiel zo slim om even op zoek te gaan, want, zo dachten zei: een kan er wel te laat zijn, maar twee of drie, dat bestaat niet. Het is weer een geslaagde avond (komt dat nu wel of niet door de Lariam?) en als we de volgende avond dan ook weer met zijn vijven in de bus zitten, gaan we gewoon weer verder waar we de avond ervoor gebleven zijn.

Ondertussen is mij opgevallen dat in Vietnam wel heel wat Nederlanders rondtrekken. Meteen maar weer even een update van de 'medelotgenoten'; wees niet bang, niet alleen maar Nederlanders hoor!

Het bootreizen bevalt mij wel en als ik de boot naar Chau Doc neem, herken ik het Engels van Eric meteen als 'Nederlands Engels'. Dat betekent weer lekker Nederlands babbelen en vervolgens een week lang samenreizen. Goeie tijd!

Wie schetst mijn verbazing als ik twee meiden 'Hi Jackie' hoor roepen. Het zijn Lucy en Abby, de twee Engelse zusjes. Zij vertrekken de volgende dag uit HCMCity, terwijl ik net ben aangekomen. Net genoeg tijd dus om de beste 'places to be' uit de stad te horen en in de Lonely Planet bij te krabbelen. Vooral hun hotelkamer met balkon die ik vervolgens 'voor weinig' kan overnemen is errug prettig.

Qua consulaat connecties heb ik goede herinneringen aan Carin, Eveline en Arjan. We hebben ons prima vermaakt die avond, maar dat was volgens mij al duidelijk geworden.

In Mui Ne deel ik de kamer met Maike uit Duitsland die helemaal verslingerd in aan Bali. Als ik vertel dat ik China-plannen heb, gaat ze helemaal om. Inmiddels heeft zij haar China visum al geregeld.

In Dalat heb ik Arjan opgezocht en in een dag tijd laat hij mij heel Dalat zien. Dat is nog eens 'off the beaten track'!

In Nha Trang herenigen Lucy en Abby en ik zich weer. Ze hebben inmiddels Therese (jaja, een Amsterdamse deze keer) leren kennen, die op stap is met een Japanner (Atchi als je het zo schrijft zo als je het zegt) en als de gelegenheid zich voordoet, kletsen we lekker in het Nederlands even bij. Op de dag dat het regent dat het giet, raak ik in een restaurantje aan de praat met Mats en Bianca en wordt niet alleen de reisinfo uitgewisseld, maar hebben we het ook over de serieuze kanten van het leven (wat ga je doen als je naar Nederland gaat en nog serieuzer...). Een kleine zes uur later nemen we afscheid; ik moet een ander hotelletje regelen. Hoop ze nog eens te ontmoeten.

Vanaf Hoi An deel ik een kamer met Outi uit Finland. Een tante die van aanpakken weet. Heel handig en gezellig. Vijf en twintg jaar en als vijf jaar afwisselend aan het werk en op reis. Ze vertelt mij dat het ook voor het thuisfront echt wel een keer went als je wat langer wegblijft... En daar hebben we Therese en Lucy en Abby ook weer eens!!! Judith en Evalyn zijn twee zussen uit Wezep en als ik zo uit het blote bolletje vertel dat dat vlak bij Zwolle ligt, raken we aan de praat en niet meer uitgepraat. Het voordeel van Vietnam is dat je elkaar steeds tegenkomt omdat iedereen dezelfde toeristenbussen neemt. Is erg handig als je de eerste keer het emailadres bent vergeten te vragen. Zo zie ik ze in Hue weer en zal het in Hanoi niet anders zijn. Erg geslaagd! Op excursie naar My Son leer ik Renee-Suzanne en Stein kennen. Zij maken eerst een reis, gaan dan trouwen en twijfelen of ze dan nog op huwelijksreis gaan. Over blijven reizen gesproken.

In de bus van Danang naar Hue zit ik naast Ellen en we blijken meer overeenkomsten te hebben dan je in eerste instantie zo denken. De reis is om voordat je het weet. Ze reist een tijdje samen met Femke en Martine. 's Avonds gezellig met zijn allen eten; wel raar: twee buitenlanders en zes Nederlanders en maar proberen in het Engels te blijven kletsen. De volgende dagen zwermt iedereen verder uit richting Hanoi. Daar zullen we elkaar vast wel weer zien...

Hier ligt Poot, hy is dood

Met zo'n simpele graftekst maakten de keizers van de Nguyen Dynastie zich er hier niet van af. Nee, zij zouden tot in lengte van dagen herinnerd en vereerd worden. Het gevolg is dat je in Hue en haar omgeving struikelt over de tombes waarin de keizers begraven zijn of hadden moeten worden [sommigen (zoals Tu Duc) waren echter zo bang voor grafschennis dat ze uiteindelijk op een andere plaats zijn begraven. Om het geheel geheim te houden, werden alle tweehonderd slaven die Tu Duc begraven hadden, onthoofd.]. Tombe is vervolgens ook nog een woord dat met iets teveel gevoel voor understatement in deze context gebezigd wordt; het gaat hier namelijk om complete paleizen en/of tempels. Je begrijpt het al; ik was weer klaar voor een portie cultuur-historisch genieten.

Onbegrijpelijk maar waar: een boottocht over de Parfum Rivier met een bezoek aan een pagoda, drie tombes en een tempel met lunch voor maar twee dollar. To good to be true, maar we zullen wel zien. Om half negen stap ik in de boot die zich langzamerhand vult met nog meer toeristen (op zo'n moment voel ik mij namelijk echt een toerist, met alle voor- en nadelen van dien). De eerste pagoda ligt schitterend aan het water gelegen. Dat is boffen; gratis entrée; zo gaat ie goed. De volgende stop is minder duidelijk. Een modderige weg die langzaam naar bovenslingert en geen tombe te zien. Nee dat klopt, die ligt even verderop; net iets te ver om te lopen. Maar niet getreurd; hier staan de brommerboys al voor u klaar die je voor iets meer dan een dollar naar de tombe brengen. Een glimlach krult zich om mijn lippen. Dit is dus het geheim van de lage prijs! Het zij zo en ik stap achterop een brommer. Entrée voor de tombe is vier dollar en dat doet de meeste van mijn medebootreizigers een hartaanval in hun portemonnee krijgen. Tsja, in Vietnam zijn ze heel realistisch; er is al teveel vernield de afgelopen decennia, dus laat de toeristen maar mooi aan het behoud van de resterende monumenten mee betalen. De tombe is het bezoek waard. Tu Duc heeft gekozen voor de landelijke omgeving tussen de bomen en met een meer erbij. Verder zijn kosten nog moeite gespaard om zijn heerlijkheid te vergroten; letterlijk alles moest kleiner zijn dan hij zelf hetgeen onder andere in stenen wachters van 1.40 meter klein resulteert. Na terugkeer laat ik mij net zo gemakkelijk naar de volgende halte brengen. De tempel. Deze sla ik even over; mijn quotum voor tempels heb ik voorlopig wel even bereikt. Wie schetst mijn verbazing toen bij de aanlegplaats voor tombe nummer twee, ik de enige bleek te zijn die deze wilde gaan bezoeken. De rest vond het allemaal te duur. Ik had echter uit betrouwbare bron vernomen dat deze tombe heel mooi was, dus ik er op af. Even dacht ik aan die psychologieproef waarmee je groepsinvloeden en -gedrag meet en toen wist ik het helemaal zeker. En wat denk je? Echt een hele mooie tombe. Schitterend keramiekwerk met zowel Oosterse (draken en bamboe) als Westerse (huiskamer en keuken) teferelen. Ik helemaal blij. Bij terugkeer bleek iedereen aan de koffie en het bier te zitten; wat denk je dat dat kost? Over prioriteiten gesproken. Afijn, ik durfde aan niemand mijn foto's te laten zien, bang dat ze spijt kregen en ik zei dat ik het een mooie tombe vond en dat was het. Tombe drie lag, hiep hiep hoera, weer vlakbij het water en ja hoor; iedereen liep er als vanzelfsprekend naar toe {terwijl ook hier de entrée weer vier dollar is}. Wat zijn mensen toch interessante wezens. Ook deze keizer wist hoe hij het hebben wilde en heeft zijn architect laten zweten, maar er staat dan ook een keurig complex. Weer helemaal bijgetankt op het gebied van het Huese tombegebeuren, stap ik weer in de boot en laat mij lekker terugvaren. Morgen maar weer gewoon backpacker zijn.