Minorities & Money
Eindelijk weer eens in een trein! En wel de nachttrein naar Sapa. 's Avonds
in stappen en de volgende morgen (vroeg) weer uitstappen; wat wil je nog
meer! Om half tien reed de trein weg. Ik zat op mijn hurken voor het
getraliede raam in het gangpad en genoot weer eens van het uitzicht. De
trein rijdt namelijk dwars door de stad en de huizen staan niet zozeer aan
het spoor als er wel bovenop. Ik kon het eten van hun bord kijken. Eerst
langs alle arme huisjes en hoe verder we naar buiten reden, des te groter
en luxer werden de huizen. De spoorwegovergangen zijn eveneens geweldig. Er
wordt parallel aan het spoor een groot rood-wit hek over de weg gerold en
er staan minimaal twee spoorwegbeamtes in gifgroene (wie heeft die kleur
ooit kunnen mengen!) uniformen. De een met een geel-rood vlaggetje, de
ander met een lantarentje met geel licht. Ja hoor, we mogen door! Even
later dendert de trein met behoorlijke snelheid over de spoorbruggen (en
denk je minstens dat je vergaat van de herrie) en wordt het al snel
pikkedonker omdat er natuurlijk geen lantarenpalen langs de rijstvelden
staan.
Eens kijken hoe het bed ligt. Prima hoor! Sterker nog, het is de meest luxe
slaaptrein tot nu toe. Zacht matrasje met zowaar kussen en quiltdeken. Al
reizende verander je toch wel; waar ik in India nog netjes mijn lakenzak
uitrolde en kussensloop uitvouwde, mij omkleedde en compleet ging
klaarmaken voor de nacht, is het nu ondertussen verworden tot
tandenpoetsen, handen en gezicht wassen en verder je schoenen en sokken
uittrekken, in bed je bh-bandje losmaken en pitten maar.
De volgende ochten in alle vroegte in Lao Cai en met minibus (nee, we
betalen echt niet meer dan 1 dollar; begrijp dat nu eens!) de bergen in.
Sapa here we come!
Sapa is echt ontzettend mooi! Heerlijk rustig (het is dinsdag; het weekend
is wel anders) en schitterende omgeving. Het is wel een behoorlijk stuk
kouder dan in Hanoi! Van mijn moeder heb ik geleerd dat qua kleding de
laagjesmethode de beste is. Daar heb ik mijn kleding dan ook op aangepast
en het is een kwestie van een paar lagen (hempje, t-shirt, fleecejack en
windjack) meer en ik heb het weer heerlijk warm (want een Bouter en kou;
dat is niets). Na een dag of twee zijn we (Outi, Therese, Lucy, Abby, Marc
en ik) geacclamatiseerd en is het droog en is het tijd voor een trekking.
Uiteindelijk vertrekken Outi en ik met nog een Australisch stel en een gids
in de jeep op weg naar het startpunt van onze tocht. Dat het de afgelopen
dagen geregend heeft, is te zien: een grote glibberboel, want de charme van
Sapa is natuurlijk dat de wegen letterlijk bagger zijn! De locale kinderen
zijn commercieler dan de riskjaboys in India en lopen op hun blote kakkers
permanent voor je voeten, zwaaiend met een bamboestok die je weer voor een
Amerikaans bedrag kunt kopen. Het is dat het minderheden heten en zijn,
anders had ik er toch minstens een van hun een zo'n ontieg'lijke schop
onder zijn achterste gegeven, dat hij zijn bamboestok als een Harry Potter-
vervoermiddel nodig zou hebben gehad om weer veilig op de aarde terug te
keren. De gids had dit in de gaten (mijn mimiek?) en kocht snel vier
stokken. Net op tijd, want het werd nu echt ploegen. Alras waren wij bij
het eerste dorpje aangekomen. Een compleet doorrookte plaggenhut waar
daglicht nog niet uitgevonden was stond met open deur (die zat er namelijk
niet in) op ons te wachten (Daar komen de dollars, daar komen ze aan!). We
konden tegen betaling of het kopen van een van hun nijverheidshandwerkjes
een foto nemen. Dat deed het Australische stel wel (maar die waren dan ook
voor vier weken op vakantie in Vietnam); ik niet. Betalen voor een foto; je
mag blij zijn als ik een foto van je wil nemen.
Op naar de volgende bezienswaardigheid. Een rijststamper. Dat was wel een
ingenieus systeem. Water valt in een komvormige bak aan de ene kant van de
hefboom en aan de andere kant van de hefboom is een soort vijzel bevestigd.
Als de bak vol is, valt het water er in een keer uit en valt de vijzel
(omdat de hefboom compleet naar de andere kant doorslaat) met een klap in
de rijst (die eronder staat) en plat is uw grote witte korrel.
Vergeet ondertussen niet de in indigo blauwe kleding gehulde meisjes die
met sieraden, kussenslopen, lappen stof en nog meer van dat soort
souvenierachtige spullen je blijven volgen en hun koopwaar aan de man/vrouw
proberen te brengen. Helaas hebben ze aan mij een slechte, maar
medetrekkinggenoten nemen de honneurs dankbaar waar.
Krijg nou wat, een schooltje! Ik had al wat kinderen met Unicef-
schooltasjes zien rondrennen, maar dat was nu ook meteen duidelijk. Het was
tussen de middag en de klaslokalen leeg. Dat bood een mooi Kodak moment. Ik
ben maar in een van de bankjes gaan zitten (voordat iedereen weer begint te
gillen dat ik een juf ben) en heb de vijf regels van Oom Ho, die als de
tien geboden aan de muur hingen, aandachtig bekeken. Tijd om weer verder te
gaan. De lunchbreak deed mij echt met schaamte vervullen. Ik vond het al
niet normaal hoe het toerisme deze streek in no time naar zijn grootje
heeft geholpen, maar dit sloeg echt alles. Het huis waar we gingen zitten,
was tevens een plaats waar de toeristen als ze een nacht in een minority
village wilden overnachten, konden slapen. In het huis stond een tv en een
videorecorder. De ganse familie zat er voor (waarschijnlijk de hele dag,
want toch geld genoeg dus werken op het land of anderzins, hoeft niet meer
[zij zei, terwijl ze zelf ook...]) en voor het raam stonden de indigo girls
mee te genieten van de Vietnamese versie van Goede tijden, Slechte tijden.
De eigenaar die ondertussen al stomdronken was, liet vol trots zijn
nieuwste aanwinst zien: een brommer (echt heel handig in die bagger...not).
En ja hoor, op de zolder netjes een aantal matrassen met lakens en dekens
en een muskietennet erboven. Hier konden de toeristen slapen. Moeilijk om
te oordelen als je er zelf ook soort deel van uitmaakt, maar schrikken deed
ik er wel van.
Toen begon de trekking pas echt: glibber de bibber door gele klei en op en
over de smalle muurtjes die de rijstterrassen van elkaar scheiden. Op een
gegeven moment was het echt een grote Das-klei omgeving (ik miste alleen de
verschillende kleurtjes) en iets te enthousiast sprong ik van de ene
drassige kleihoop naar de volgende kleffe moerasmodderberg en landde
daarbij inclusief sliding precies in de gele soep die ertussenin lag. En
opeens hoefde ik niet meer te vragen of er iemand een foto van mij wilde
nemen; het werd o zo spontaan vanzelf door iedereen aangeboden. Die kans
laat je natuurlijk nooit voorbij gaan. Dorpke drie werd in hoog tempo
doorgekluund, want de jeep zou al op ons staan te wachten. In marstempo,
het maakte nu toch niet meer uit, vies was ik toch al, terug naar de jeep.
De chauffeur greep het zogenaamde te laat zijn dankbaar aan om alle putten
en bulten in het wegdek met zijn fourwheel drive uit te proberen en ik was
dus bijna weer schoon toen we bij het eindpunt aankwamen.
Twee dagen later was op zaterdag de markt van Sapa. Weliswaar meer
toeristen dan minorities (of zou daar het woord minderheden vandaan
komen?); echter genoeg mooie momenten om op het chemisch bewerkte inverse
lichtevoelige materiaal, dan wel in enen en nullen, vast te leggen. Degenen
die er geld voor vroegen zijn netjes door mij overgeslagen, dan ben je voor
mij geen minority meer. Dan ben je gewoon net als de rest van de wereld;
een van de velen van de winstmaximaliseerde meerderheid.
|