Drakenspel
Hoe ontstaan karststenen bergen midden in het water? Ja, daar heb je
natuurlijk niet een-twee-drie een antwoord op. Even nadenken en ja hoor de
oplossing is nabij! Er was eens een hele grote groene (rode of witte) draak
en die rende keihard de bergen af, druk zwaaiend met zijn staart en daarmee
allerlei soorten rotsen, keien en stenen meenemend. Zie hier het resultaat:
Halong Bay.
Als je de foto's ziet, denk je: 'mwah, best aardig', maar ik moet toegeven,
als je daar op de boot tussendoor vaart is het toch net effe een tikkie
echter en indrukwekkender. Zelfs als het niet zulk prachtig zonnig weer is
als op de ansichtkaarten. Gelukkig hebben ze een van de mooiste grotten
voor de toeristen opgeleukt, zodat je wordt onthaald in een kitschtempel
van roze, blauw en groen licht dat vooral gefocussed is op de stalagtieten
en -mieten die het meest lijken op een 'banana' en op de topless Venus van
Milo. Ja, ook in Vietnam weten ze wel waarvoor de toeristen komen... De
echte mooie stukken uit die grot, zoek je daarom maar gewoon met je eigen
zaklantaarn op.
Het is organisatorisch talent alhier is niet te onderschatten. Je begint
met een bus vol mensen en die groep wordt steeds onderverdeeld (mensen die
een, twee of drie dagen gaan) en weer bij andere mensen uit andere bussen,
maar met hetzelfde programma samengevoegd. Je zit dus iedere keer met
anderen in een boot of bus en toen werd mij ook duidelijk waarom mensen die
de Halong Bay trip hebben gemaakt, zoveel mensen kennen in Hanoi. Daar
hebben ze allemaal minstens vijf minuten mee samengereist! Voor wie nog wat
vrienden zoekt; Halong Bay is het codewoord. Voor de statistiek; ik had
gekozen voor een driedaagsprogramma met twee overnachtingen, waarvan een op
de boot en op dag twee een korte trekking (4 km).
Afijn, keuzemogelijkheid twee: slaap je de eerste nacht op de boot of niet.
Mij hadden ze dus in een hotel gedacht, maar die gedachte was snel uit hun
hoofd verdwenen. Kom op zeg! Gezellig met nog drie meiden in de kajuit en
nog eens extra gezellig als Therese en Karin uit Nederland blijken te komen
en wel respectievelijk uit Rotterdam en Leiden. Toch weer laat slapen dus.
De volgende dag moesten we als eerste inchecken in het hotel waar we 's
avonds zouden slapen. Van onze groep uit de eerste bus, op dag een, waren
er nog vier personen over: een combi-stel uit Vietnam en Zwitserland, een
Engelse gast uit de suburbs van Londen en ik. En ja hoor, men dacht wel
even dat die Engelse bloke en ik wel even op een kamer gingen slapen. Dacht
het niet! Alhoewel de soep nooit zo heet gegeten wordt en je weet dat je
toch wel op dezelfde kamer eindigt (hoe kan zo'n toer anders zo goedkoop
zijn?) is het altijd leuk om de locals even te laten zweten. Dat werd dus
bijna ontploffen, zodat ik even later ons gidsje van een jaar of twintig
aan het troosten was, want echte problemen werden nog altijd anders
geschreven. Na de trekking zouden we wel verder zien.
Hoppper-de-hop; allemaal weer de bus in (weer minstens zes groepjes
bijelkaar gevoegd), op weg naar het Nationaal Park op Catba Island (waar we
ondertussen vanmorgen gearriveerd waren). Een trekking van vier kilometer
krijgt op eens een dimensie erbij als de bus na een paar kilometer al niet
verder kan vanwege een ingestorte weg en we met zijn allen zeven kilometer
extra kunnen gaan lopen. Ik weet nog steeds niet waarom we eerst vier lege
trucks hebben laten passeren voordat we op de vijfde klauterden en in de
bak achterin de laatste kilometer aflegden. Het idee wil echter ook wat. De
vier kilometer trekking bestond voornamelijk uit het beklimmen en klauteren
van een van de bergen alhier. Aangezien het iets later was dan gepland, was
het ook iets warmer dan gedacht en lekker doorweekt kwamen we dan ook op de
top aan. Daar stond een keurige uitkijkpost, type ik-hou-het-nog-wel-even-
vol-voordat-ik-inelkaar-stort, van een metertje of twintig-vijfentwintig
hoog. Die moest natuurlijk ook nog even beklommen worden. De treetjes waren
van dat lekkere glibber metaal en alles was open. Niet echt bevordelijk
voor iemand met soort van hoogtevrees. Mijn opa was schilder en stond het
liefst met beide benen op de grond. De dakgoot van het huis moest echter
van tijd tot tijd ook een nieuw verfje hebben en van hem leerde ik dat je
rustig moet stijgen. Een tree of drie en dan om je heen kijken (NIET naar
beneden), even wennen en als je gewend was weer verder naar boven. Zo deed
ik dat nu en het werkte. Hoe opvallend is het dat als je boven bent en
meteen op het brakke houten vloertje gaat zitten, je midden tussen de
andere vier zit, die allemaal, stuk voor stuk hoogtevrees blijken te
hebben! De mensen zonder hoogtevrees zaten beneden en wij moesten blijkbaar
aantonen dat we echt wel durfden? De fototoestellen werden uitgewisseld en
met verkrampte glimlachspieren probeerden we dan de meest ontspannen foto's
van elkaar te nemen. En graag wel opschieten met die foto's!
Truck en wandeltechnisch hadden we ons lesje wel geleerd en terug dus
allemaal achter in de truck en rapido terug naar de bus die gelukkig nog
aan de andere kant van de puinhopen stond te wachten.
Bij het hotel aangekomen bleek ook het kamerprobeem opgelost; we kregen een
hele grote kamer met drie grote bedden! Oke dan maar...
Vervolgens genoten van het schitterende uitzicht over het haventje. Het kon
werkelijk van alle tijden zijn. Toen het donker was, bedacht ik mij dat ik
het strand van Catba nog niet gezien had. Dat kon niet. Ik op weg. Het
smalle paadje liep tussen de bergen door, naar de andere kant van het
eiland. Natuurlijk deed de lanterenpaal het niet en even twijfelde ik; het
was wel heel erg donker, maar de zee riep. Tien minuten later stond ik op
het strand. Het vage oranje schemerlicht van de laatste lantarenpaal was
genoeg om de contouren van de omgeving te kunnen waarnemen. De zee was kalm
en in de verte zag ik de dobberende lichtjes van de vissersboten. Ik woelde
met mijn handen door het fijne zand, greep twee handen vol en liet het
tussen mijn vingers door glippen, Vervolgens rende naar de zee en deed
hetzelfde met het zee water. Dit was het dan: precies een half jaar
onderweg en ik stond weer op mijn favoriete plek: op het strand aan de zee.
Hallo wereld: hier ben ik, op reis en op zoek en nog lang niet alles be- en
uitgezocht.
|