De langste dag
Je kunt wel zeggen dat je naar China gaat, maar het doen, is net weer even
iets anders. Iedere keer als ik een (lands-)grens overga, vind ik het weer
spannend. En deze keer vond ik het spannender dan voorgaande keren. De taal
niet spreken en niet kunnen lezen, dat zijn heftige beperkingen! De nacht
ervoor weinig geslapen, maar mijn Oma Bouter placht dan altijd iets te
zeggen in de trant van: "Als je maar lekker ligt, dan rust je ook uit."
Daar hield ik mij dan maar aan vast.Toen de wekker tegen half vijf ging,
was ik zo klaar om te vertrekken en stond ik een half uur later op het
station. Genoeg mensen; de meesten gaapten mij letterlijk aan. In de trein
zat ik bij een groepje meiden in de coupe, die in Hanoi studeerden en in
Lang Son woonden. Eentje sprak een beetje Engels en daar gingen we weer:
Hoe heet je? Uit welk land kom je? en Ben je getrouwd? Jackie, Nederland en
Next year (dat kun je namelijk eeuwig volhouden) rolden haast automatisch
uit mijn mond.Vervolgens werd ik volgestopt met snoep en rijstwafels (zo
kom ik dus wel aan mijn calorieen) en viel de een na de ander in slaap. Ik
ook. Treinen blijft een mooie manier van reizen. Ook al maak ik soms nog
beginnersfouten als te laat naar het toilet gaan en dan net als je je
ontbijt kwijt bent, realiseren dat de trein ondertussen stilstaat en het
raam open en de locale bevolking (die waarschijnlijk twijfelt of ze nog in
zal stappen) vol verbazing naar je enorm witte billen staart.Volgende keer
dus maar weer als de trein net uit een station wegrijdt...
Wat schijnbaar ook heel erg interessant is, zijn mijn kuiten. Ja echt waar!
In India, in Cambodja en nu weer in Vietnam mocht ik het weer meemaken dat
zonder te vragen en sans gene iemand in mijn kuiten begint te knijpen. Deze
keer was het moeders die met dochter samenreisde en het blijkbaar heel
gewoon vond. Vanwaar die belangstelling? Ik denk dat ik met mijn
landingsgestel type Boeing 747 wel heel duidelijk afsteek tegen hun Chesna-
type-spillepootjes? Zolang ze onder de indruk zijn en ik nog in Azie ben,
kan ik het nog hebben. Moeders is wel van de moderne. Als ik mijn digitale
camera uit mijn rugzak haal, hangt zij al in mijn nek om te zien wat er
gaande is. Beleefdheid en personal comfort zone zijn hier nog geen
gemeengoed. In Lang Son wist ik (had ik via email van Ellen, een Nederlands
meisje dat ik in de bus van Danang naar Hue had leren kennen) dat ik in een
minibusje moest stappen. Nee he, moeders met dochter (die niet aan het
woord kon komen omdat moeders het wel zou regelen) moest ook naar Dong
Dang. Dat was dus ook weer geregeld. In Dong Dang moest ik nog naar de
grens. Voor weer iets te veel dongen naar de grens gereden. Althans, naar
de eerste slagboom. Nadat ik deze gepasseerd was, kon ik achter op de
brommer naar een kantoortje. Afstappen, betalen en binnenlopen. Dit was
volgens mij het Vietnamese land verlaten. Alles oke en doorlopen maar weer.
Volgende slagboom (de uniformen-industrie moet hier echt nog een bloeiende
zijn!) gepasseerd en dat ging ook oke. Stukje lopen en een groot grijs
vierkant gebouw doemde op. Via brede trappen kwam ik bij het Chinese loket.
Een indrukwekkend scanapparaat stond klaar en de dames (ook in uniform)
achter de balie keken heel streng. Oeps, dat was even slikken. Ik werd
reuze vriendelijk behandeld en kon met een stempel erbij zo door lopen;
niets geen gescan. De Vietnamezen die na mij kwamen en een seconde te laat
hun paspoort en formulier op de balie neerlegden, kregen echter een
uitbrander van heb ik jou daar. Zo kan het dus ook.
Nog net geen rode lopers, maar wel met veel gejuich onthaald door de
locale, van toeristen levende bevolking. Zij stond klaar om mij met open
armen te ontvangen: 'Daar is er weer een: een lopende dollarspaarpot!!!'
Geld wisselen? Oke, hoeveel? De wisselkoers was belabberd en onderhandelen
ondertussen my middle name. Met een goeie koers geeindigd. Ik werd
meteen 'teruggepakt' doordat ik een keer of twee a drie teveel betaalde
voor de bus. Dat bleek al snel toen ik instapte en de chauffeur er meteen
in vliegende vaart van door ging. Oke, privebus dus!
In Pingxiang netjes voor het busstation afgezet. Hier kon ik alleen met
Chinees geld (RMB of Yuan) betalen en die had ik niet genoeg. Met
soortement riksja naar de bank gecrosst (geholpen door een Chinees die de
knul instructies had gegeven om naar de bank te rijden) en daar aangekomen
een leeg loket zien met de tekst Foreign Currency.Oke, en toen? De dames
achter de andere loketten konden alleen maar giechelen en ook dat alleen in
het Chinees. De jeugd is de toekomst en zowaar een meisje kon mij in het
Engels vertellen dat het loket tot drie uur gesloten was (effe lunchen...)
Het was kwart over twee.... De knul van de riksja kwam binnen en begon
tegen het meisje in druk Chinees te kwebbelen en expodeerde bijna toen zij
hem (waarschijnlijk) vertelde dat hij tot drie uur kon wachten. Dat vond ik
zielig en gaf hem zijn geld; weg was ie! Gelukkig was half drie ook een
mooie tijd om het loket weer te openen en kon ik mijn dollars wisselen. De
dame achter het loket was te pruimen, maar de pennenlikker die er
vervolgens aan te pas moest komen om de dollars met een bepaalde blik goed-
of af te keuren, koos keurig alleen de nieuwe dollars en ik kreeg de rest
weer terug. Riksja naar station, kaartje voor de bus en hup instappen maar.
En hoe zo'n bus eruit ziet? Neeee, geen stoelen: bedden! Wat heet: iets
smaller dan je zou verwachten, maar met dekentje en kussen, dus lekker
hangen maar. Twee lagen boven elkaar; een bus met stapelbedjes zeg maar. Ik
dacht nog: bedden, het is midden op de dag, maar ik heb toch lekker een
paar uur liggen tukken. Ook in deze bus waren de Chinezen, dit keer een
stuk of tien jochies, behoorlijk onder de indruk van Grote Witte Vrouw en
ze vergaten van schrik te boeren en te spugen. De verlegenste van het stel
was de enige die Engels kon schrijven en met pen en papier volgde weer het
bekende vraag en antwoordspelletje.
De reis duurde van drie tot negen en het was al donker toen ik in Nanning
aankwam. Qua geldvoorziening liep ik nu toch tegen een probleem aan: Hotels
moet je vooraf betalen en ik had niet genoeg Chinees geld. Ik had op het
station naar een pinautomaat gevraagd en ging op zoek. De eerste die ik
tegenkwam, was in een beetje donker hoekje, maar a la. Ik duwde mijn visa
card erin en prompt verdween het Engels dat mij zo vriendelijk welkom had
geheten en stond het scherm vol Chinese tekens. Slik! En dat deed dat
apparaat ook, want ik drukte, duwde, pushte op alle knoppen, maar geen
credit card! Alhoewel het in China behoorlijk wat kouder is dan in Vietnam,
kreeg ik het nu toch wel heel erg warm! Klik, daar was ie gelukkig weer!
Dankbaar greep ik mijn plastic en liep verder. Jaaaa! pinautomaat met
Maestro-symbool! Hupla, daar gingen we weer! Visa: nee, Master Card: nee,
Pinpas: nee. NEE??? Dat kon niet!!! Ik moest geld hebben! Ik besloot naar
een hotel vlakbij het treinstation te lopen en te zien of ik daar met
plastic kon betalen. Zeer vriendelijk werd ik door de op commissiebasis
werkende dame die buiten met rode sjerp om stond te blauwbekken, onthaald
in het hotel. Toen echter bleek dat ik geen contante Chinese centen had,
was ik opeens een stuk minder interessant. En toen knapte er iets in mij...
De tranen biggelden over mijn wangen; ik liet ze mijn traveller cheques
zien en zei: I have money! Nog nooit heb ik zo snel een lobby vol Chinezen
stil gekregen. Dat wil zeggen voor een seconde of drie, daarna begonnen ze
allemaal tegelijkertijd doorelkaar te praten, bewegen en drukdoen.Een man
in pak begon in zijn beste Engels te praten en wilde wel een van mijn
traveller cheques wisselen (Y 100 voor US$ 50, terwijl de koers Y8 = 1 US$
is...) maar dat kon niet, want cheques staan op naam. Vervolgens was heel
de lobby in commotie (waar kwamen toch opeens al die Chinezen vandaan?),
zodat het hotelpersoneel weinig anders kon doen dan mij een kamer te geven.
Ik gaf de niet-door-de-bank-geaccepteerde-dollars als borg en zei dat ik de
volgende dag naar de bank zou gaan. Doodmoe kwam ik in een luxe kamer aan
en daar stonden twee Chinese mokken en een grote thermosfles met heet
water. Thee! Ik ben weinig keren zo intens gelukkig geweest met de kleine
dingen in het leven. Ik zat op mijn bed (de schreeuwende tv had ik
ondertussen maar weer uitgezet) en dacht: Ja,dit is reizen! En viel
uitgeput in slaap.
* * *
De volgende ochtend rammelde om half acht alweer mijn wekker; tijd om naar
de bank te gaan. Alhoewel een ieder aan mijn oedeem-ogen kon zien dat ik
nog lang niet uitgeslapen was, toch op weg gegaan. Nanning is een grote
bouwput en er wordt hard gewerkt aan de verbetering (verWestering) van de
uitstraling van de stad. Over een communistisch brede boulevard liep ik
richting het hoofdkantoor van de China Bank (de enige bank waar
buitenlanders terecht kunnen voor inwisselen van Traveller Cheques, het
verkrijgen van geld m.b.v. credit card of soms om te pinnen). Onderweg kwam
ik wel een klein filiaal van deze bank tegen, maar die was dicht. Ik liep
verder en net toen ik een beetje gewend was aan de winkels die wel erg veel
op de Chinees om de hoek leken, zag ik opeens iets heel anders! Het was
geel met rood; het was: Een McDonnalds!!! Nadat ik de dag ervoor op drie
Vietnamese bagettes en wat kaakjes had geleefd, was dit de beloning! Zodra
ik geld had gehaald, ging ik daar ontbijten, al was het met een hamburger.
De volgende verrassing wachtte mij bij de bank: deze was dicht. En niemand
die mij uit kon leggen waarom! Ik liep naar de volgende bank en die mevrouw
legde in vloeiend Engels uit dat de China Bank toch echt open hoorde te
zijn (zelfs al was het zaterdag).Ik weer terug naar de bank. Daar kwam een
meisje aanlopen die een beetje Engels sprak. Ze liep met mij mee het gebouw
in naar de zesde verdieping waar de bank was. Het was er stil en donker,
maar erghens achteraf zeten twee dames van de bank. De bank was, bij hoge
uitzondering, een dag gesloten vanwege het computersysteem. ARGHHH en net
nu ik geld nodig heb. Niet getreurd, stad en land werd door de dames
afgebeld, want geld is universeel en ook zij begrepen wel dat ik pecunia
nodig had. Helaas, niet mogelijk. Ik vroeg of ze dan een briefje konden
schrijven dat ik in het hotel kon laten zien, zodat ik wellicht toch nog
een nacht kon blijven. Een keurig calligrafeerwerk was wat ik mee kon nemen
EN het meisje ging met mij mee naar mijn hotel. In het hotel legde zij voor
mij uit wat er aan de hand was en ik kon blijven. Zielsgelukkig gaf ik haar
een ansichtkaart van Holland; meer had ik niet.
Maar toen. Een lege maag is niet met een brief gevuld! Ik had nog een
kleine 50 Y (iets meer dan 7 dollar) en besloot toch maar bij de McDonalds
te gaan kijken. Ik koos voor een happy meal, niet vanwege de naam of het
speeltje, maar omdat ik met mijn huidige budget of drie happy meals of twee
hamburgermenu's kon kopen. En aangezien ik niet precies wist hoe lang ik
nog op deze centen moest teren, koos ik voor een happy meal. En het
speeltje was een Snoopy knuffel met de naam: Joe Cool. Ik moest lachen dat
ik uitgerekend deze versie van Snoopy kreeg. Stay cool zeg maar. Het GWV
(grote witte vrouw)-syndroom deed ook hier weer zijn werk en toen ik al
mijn ketchup op mijn frietjes uitsmeerde in plaats van per frietje er een
drupje op te doseren, wat blijkbar hier de gewoonte is, werd dat prompt
door mijn buurmeisje nageaapt. Haar broertje had er duidelijk meer moeite
mee. Zeker bang voor vieze vingers.
De rest van de dag heb ik geshopt in de Nanning Department Store; ook al
was het om begrijpelijke redenen meer kijken dan kopen. Het was echter wel
een heel mooi en erg luxe warenhuis. Met weer alle Westerse make-up en
modemerken en wel zeven (!) etages, maar dan koop je hier ook wel meteen je
koelkast, gasformuis en de rest er in een keer bij.
's Avonds een locale hap in een semi-westers restaurantje; het kon nog
net.Nadat ik mij bij een Big Boss van het hotel had verantwoord, dat is: je
gezicht laten zien, want de twee woorden Engels die hij sprak waren: Hello
en China Bank, kon ik naar mijn kamer. Morgen weer een dag.
* * *
Het begon bijna een gewoonte te worden: half acht de wekker en met
slaaphoofd naar de bank lopen. Ik kwam er aan en werd tegengehouden door
twee vrienden met kogelvrijvest aan en bazooka in de hand. Het ijzeren
rolgordijn ging langzaam omhoog, maar de bank moest nog even 'ge-upload'
worden. Dat duurde een minuut en daar stond ik als klant nummer een vooraan
met paspoort en traveller cheques in de hand te trappelen. Inwisselen? Ja
dat was de gewoonste zaak van de wereld. Ik stond vijf minuten later
trillend van blijdschap en geluk buiten. Ik had voor tweehonderd dollar
Chinese RMB. "If I were a rich Girl", neuriede ik terwijl ik naar
mijn
hotel terugliep, wat zeg ik: zweefde, vloog. Betalen, uitchecken, ontbijten
en wegwezen! Challenging China, here I am! (met Chinese centjes)
|