Verrassing !!!
En waar kennen we Guangzhou annex Kanton van? Geen idee! Waarschijnlijk met
Peking en Sjanghai de enige drie steden die in mijn Chinees topografisch
kennisdeelgebied zijn blijven hangen. Desalniettemin was het wederom een
soort van waar genieten in Guangzhou. Soms is het leven een
aaneenschakeling van verrassingen en dat bleek eens te meer waar te zijn in
de tijd dat ik in deze stad van handel, opiumoorlog en Westers genot
verbleef.
Het begon al toen ik uit de bus stapte. De nachtbus wil nog wel eens een
(half) uurtje later op de plaats van bestemming arriveren. Deze dus niet.
Dat was verrassing nummer een. Om streep zes uur stond ik een op een enorm
busstation waar minstens vijftig andere bussen stonden. Het was er benauwd
heet (de temperatuur lag beduidend hoger dan in de voorgaande steden en
dorpen) en de lucht vol smog; welkom in een volgende grote Chinese stad.
Natuurlijk onderneem je een poging om met de bus naar de jeugdherberg af te
reizen, maar nadat ik de gehele McDonalds rondgelopen was op zoek naar
iemand die Engels sprak (de laatste persoon natuurlijk; welke wet is dat
ook al weer?), bleek dat ik beter een taxi kon nemen. Taxi? Dat is luxe!!!
Vooruit dan maar. Soort van verrassing nummer twee.
De jeugdherberg ligt op Shamin Dao. Dat zegt niemand natuurlijk wat, maar
dat is ongeveer het paradijs op aarde, een tastbare fata morgana in de
woestijn, een verwarmde iglo op de zuidpool. Het is een eiland aan de rand
van de stad, in de rivier, omgeven door snelwegen die in het luchtruim
overelkaar heen zweven. Tenmidden van wolkenkrabbers en uitlaatgassen, ligt
dit stukje land schijnbaar onaangetast door het omliggende geweld van de
twintigste en eenentwintigste eeuw een partij relaxed te doen waar je U
tegen zegt en helemaal gelukkig van wordt. Volgens mijn reisboek (de
onafscheidelijke Lonely Planet) zou het personeel in de jeugdherberg verre
van vriendelijk zijn, maar ik denk dat geen Engels (Amerikaans) spreken en
niet vriendelijk zijn iets totaal verschillend is. Ze spraken ondertussen
wel Engels en waren vriendelijk. Ik koos voor een dormbed (bed in een
slaapzaal) en eindigde in een drie persoonskamer alwaar reeds twee
Nederlandse meiden ingetrokken waren. (aan hoeveel verrassingen zit ik al?)
De beroemdste markt van Kanton, alwaar ik weet niet welk type diersoorten
in allerlei onmogelijke staalconstructies zouden wachten op de bbq (waar
zij waarschijnlijk als lijdend voorwerp zouden eindigen) heb ik 's middags
bezocht. Waarschijnlijk was ik te laat voor al het dierlijk leed, maar ruim
op tijd voor het menselijk leed. Zie hier die arme Chinezen; niet een
avondje, niet een toernooitje, nee, de ene dag na de andere zitten ze hier
te Mah-Jongen! Het moet echt een straf zijn.
Oeps, wat ziet mijn oog nu? Een shopping mall? Let's check out! En zo snel
als mijn wandelschoenen mij dragen konden, liep ik met gezwinde spoed naar
het desbetreffende gebouw. Met het nog te bezoeken winkelgeweld in Hong
Kong in mijn achterhoofd, schuimde ik etage na etage af. Ja hoor; het was
rood en riep: 'Koop mij, koop mij!' Zodoende was ik tien minuten later een
mooi rood t-shirt rijker.
Metro geprobeerd; deed het ook . Enige verrassing was dat ik het Turbo
vermogen van deze ondergrondse draak onderschat had en een halte te vroeg
uitgestapt was. Ik wilde op de Rotterdamse manier weer terug in de metro
springen, maar... hier hebben ze geen tekort aan personeel en ik eindigde
dus in de armen van twee ge-uniformde mannen die speciaal voor dit doel
links en rechts van de metrodeur opgesteld staan. Hoe zou je zo'n functie
noemen? Metro-mensen-vanger? Voorkom-de-door-bijna-dichte-deuren-duikers?
Op zoek naar nog wat bezienswaardigheden dacht ik even een tempeltje
te 'doen'. Niet te vinden! Totdat je er achterkomt dat je negentig graden
verkeert georienteerd bent en dus de verkeerde kant op loopt. Dan maar
doorlopen naar het museum dat ook op het lijstje stond. Wegens onderhoud
van einde maart tot einde mei gesloten! Heb ik weer. Teruggelopen; loop ik
tegen die tempel aan. Ja hoor. Afijn, toen had ik de smaak weer te pakken
en dan doen we die moskee ook nog maar even. Te laat, deze was inmiddels
gesloten en veranderd in een een of andere econmische organisatie met Ltd
eigenschappen. Ik dacht dat er alleen maar meer moskeeen opengingen, maar
dat is blijkbaar niet zo. Nou dan ook nog de laatste tempel nog maar
proberen. Starend naar een wazig pad dat midden tussen puinhopen van steen,
hout en overig bouwafval door naar een muur liep, gaf ik het geheel het
voordeel van de twijfel. Succes! Het bleek een van de mooiste tempels te
zijn die ik gezien heb. Waarschijnlijk door zijn eenvoud, maar daar hou ik
van.
De volgende dag zat het er weer op. Geheel in overeenstemming met mijn onaf
te leren neiging tot 'zelf doen' besloot ik op goed geluk naar het busstation
te gaan en daar een kaartje naar Shenzhen te kopen, om aldaar de metro-trein
naar Hong Kong te pakken. Theorie is geen praktijk, want toen ik op het bewuste
station aankwam, zag het letterlijk zwart van de Chinezen. Ik greep naar mijn
Lonely Planet (daar staan alle plaatsnamen e.d. ook in het Chinees in) en wees
op Shenzhen. Ja, ik stond in de juiste rij; het was verder een kwestie van wachten
totdat de 41 personen voor je ook hun kaartje bemachtigd hadden. Tijd genoeg
dus voor een ontbijtje. Ik had zowaar wit brood gevonden en stak een snee in
mijn mond, ondertussen proberend mijn rugzak weer dicht te ritsen. Net op dat
moment komt er een net gekleed Chinees manspersoon op mij af en vraagt in gebrekkig
Engels waar ik naar toe wil. Nu is mijn Engels niet zo gebrekkig, maar met een
boterham in je mond is het prompt een stuk moeilijker om je zelf verstaanbaar
te maken. Ik wees op de Chinese tekens en je raadt nooit wat er toen gebeurde.
Ik werd met al mijn rugzakken op rug en buik en met boterham in de mond aan
mijn arm naar voren gesleurd, een en veertig verbaasd gapende Chinezen passerend,
en was op eens aan de beurt! Een vriendelijk lachende dame gaf mij tegen betaling
mijn busticket en hup, daar ging ik alweer; rennend achter mijn gids aan (over
turbo gesproken; dit was turbo-injection!). Door de controle gestoomd (alles
wordt in China gecontroleerd; hoe hou je de mensen aan het werk), de roltrap
op gehopt en daar zag ik alweer een regiment bussen klaarstaan. Geen seconde
werd verspild en voordat ik mij er goed bewust van was, was mijn busticket alweer
gecontrolerrd, werd ik door een poortje geduwd en kreeg zowel mijn grote rugzak
als ik een sticker, kon ik instappen en werd ik in een stoel geplaatst. De motor
werd gestart en daar reden we het busstation uit. Hadseklatse (om maar eens
met een oud-collega te spreken); vijf kwartier geleden verliet ik de jeugdherberg
en nu zat ik al in de bus! Een record! Ik haalde mijn boterham, die ik intussen
in een plastic zakje had gestopt, tevoorschijn en besloot dat ik nu ook genoeg
tijd had om er mijn super-de- luxe pindakaas met sesamzaad op te smeren.
Cheap is good, free is better
Dit monetair intermezzo is bedoeld om een ieder wat meer inzicht te geven
in de financiele kant van het reizende bestaan. Met Hong Kong in het
vooruitzicht en mijn eeuwige opmerkingen over goedkoop, voor weinig,
gratis, zuinig en sloeberigheid in de reeds geconsumeerde verhalen is het
nu tijd voor licht in duistere zaken.
Waarde van geld en spullen is altijd relatief, dat is geen nieuws. Het is
echter verbazingwekkend hoeveel waarde vanzelfsprekende zaken in een andere
werelddeel krijgen en andersom. In Nederland heb ik mijn hele leven altijd
alles gehad wat ik nodig had en alhoewel ook ik altijd dacht te moeten
klagen dat ik niet genoeg verdiende of had, was dat eigenlijk regelrechte
onzin. Neem bijvoorbeeld water. Hoe vaak ben ik al gelukkig geweest met
water? In Nederland doe je de kraan open en het is er. Hier is het er
meestal wel, maar drinken kunnen, ho maar. Wat te denken van pen en papier?
Nooit tekort aan gehad in Nederland. Nu springen bijna de tranen in mijn
ogen als ik alweer de laatste pagina van een schrift of notitieblokje
bereik of wat nog veel erger is; als midden in een verhaal je pen leeg is
en je reservepen het na vijf minuten ook op geeft!
Geld is ook van een heel andere orde geworden. Naast de momenten dat je er
helemaal niet bij kunt (hopelijk blijft het bij die ene keer) is het
absoluut waar: Tijd is geld. Als je de tijd neemt om zelf je treinkaartje
te kopen, bespaar je jezelf de commissie die anders het reisbureautje in de
zak steekt. Het kost meer tijd (en moeite), maar je kunt al met al van de
besparing weer een nachtje slapen en een keertje eten kopen. Het moet uit
de lengte of de breedte komen, is ook zo'n waarheid als een koe. Ik heb het
niet breed (maak het mij niet breed; uitzonderingen daar gelaten [genieten
is ook een kunst!]) en dus heb ik meer lengte om meer (is langer) te
reizen. En ik ben er mij ook van bewust dat iedere 22e van de maand echt
niet meer dezelfde waarde had als daarvoor. Niets geen salaris meer! Het is
als of ik op een ijsschots ben gestapt om de wereld te verkennen. Ik zie
van alles en maak van alles mee, wat ik letterlijk voor geen geld had
willen missen. Bijkomstig, voor mij verwaarloosbaar nadeel is alleen dan
het water steeds warmer wordt en mijn ijschotsje steeds kleiner.
Daarnaast is het ook een sport. Prijzen vergelijken en onderhandelen voor
een echte bargain (koopje). Zo kreeg ik van de week van een meisje dat
morgen naar huis gaat, een stuk zeep, een scheermesje, en zakdoekjes.
Gratis! Alles nieuw en ongebruikt. Daar zeg je geen nee tegen. Zo gaat dat.
En vergeet niet dat alles een kwestie van prioriteiten is! Veel reizigers
besparen op de kwaliteit van slaapplaats en eten en 'sparen' alles voor
bier. Not my piece of cake. (In geval van wijn was het natuurlijk een ander
verhaal geweest; over prioriteiten gesproken.)
Waarmee ik maar wil zeggen: het valt allemaal wel mee en het is allemaal
mijn eigen keuze. En voor wie het nog niet opgevallen was: het is en blijft
voor mij voorlopig nog een hele goede keuze!
|