Ik wou dat ik twee panda's was, dan kon ik samen spelen.
Ga je naar Chengdu? Dan MOET je naar De Panda's! zo was mij verteld. En
niet een keer, nee, ontelbare keren. Eerlijk gezegd voel ik op zo'n moment
altijd iets in mij opkomen dat nog het beste in de
categorieen 'recalcitrantie' en 'eigenwijsheid' in te delen valt. Wat nu
MOETEN? Dat bepaal ik nog steeds wel even helemaal zelf wat ik wel en niet
moet! (Nou ja... Voorheen zei ik vaak: 'Ik moet niets, behalve af en toe
poepen.' Ik vraag mij nu af waar het woord 'stronteigenwijs' vandaan komt.)
Toegegeven, negen van de tien keer ga ik toch, want ook nieuwsgierigheid
scoort hoog bij mij.
Zo ook De Panda's. En zeg nu zelf als zelfs Prins Bernhard als
beschermheilige van deze club optreedt, dan moet het wel heel bijzonder
zijn nietwaar? Anders zou hij er wel op jagen, lijkt mij.
Zo geschiedde het dat wij (mijn twee kamergenootjes Sascha (Eng) en Anna
(Zwe) en ik op maandagmorgen in alle vroegte [7.30 uur, want de panda's
slapen het grootste gedeelte van de dag en zijn alleen tussen 8.30 uur en
9.30 uur actief. Wat een leven!] in een te heet gewassen en te lang
gedroogd minibusje (weet je ook meteen weer waar dat woord vandaan komt)
stapten, om laverend tussen de maandagochtendspits {visioenen van A20-A12
en retour doemen op...} van Chengdu naar het even buiten de stad gelegen
natuurpark te tuffen. In dit reservaat kunnen de panda's rustig
rondhuppelen en zich voortplanten. Dat laatste is hard nodig want ze zijn
bijna uitgestorven. Of ze realiseren zich dat niet, of ze zijn nog relaxter
dan ik, want slechts eens in de twee jaar denken ze eraan om bijelkaar op
de koffie te gaan en dan nog is het maar de vraag of het vrouwtje
denkt: "Hmmm, hij mag wel eens bij mij de zolder komen opruimen!"
En als dat eenmaal gebeurt, is de kans nog erg klein dat er mini-panda's
van komen. Waar dat precies aan ligt, weet ik niet. Zo ver ben ik zelf
immers ook nog niet gekomen.
Ik moet zeggen: lekker groen gebeuren daar. Best vakkundig aangelegd; je
kreeg zowaar het idee echt buiten te zijn. De eerste panda zat wel erg
duidelijk achter een traliehek en maakte met zijn traagknagende
kaakbewegingen nu niet echt een bijzonder gelukkige indruk. Je weet
natuurlijk nooit wat er met zo'n beest aan de hand is, maar misschien had
hij trek in een bakkie? Hij zat daar zo alleen.
De volgende panda's deden mij (weer terug-) denken aan de kapper. Deze
waren namelijk ROOD. Ik zou ze dan ook F.B.-panda's willen noemen en niet
alleen bij gebrek aan een betere naamgeving. Het moeten volgens mij
namelijk ongetwijfeld fans van Frank Boeijen geweest zijn: "denk niet wit,
denk niet zwart, denk niet zwart-wit, maar in de kleur van je hart", want
anders word je toch niet rood als panda? Deze 'rooien' deden mee aan het
kampioenschap: "Ik heb nog nooit Campari gedronken", want we zagen
alleen
hun achterkant.
Maakt niet uit, daar het merendeel der bezoekers de Nederlandse Taal (wat
heet: Gelderland, Brabant, Belgie) bleek te spreken. En als de panda's ons
niet entertainen, dan entertainen we elkaar wel. In mijn naieve onschuld,
raakte ik aan de babbel met Sandra en Edward (die al twee keer acht maanden
de globe getrot hebben) en met, een keer raden, Patrick en Jeroen (die al
sinds Beijng proberen van mijn af te komen. Helaas, onkruid vergaat niet.)
Had ik toen al in de toekomst kunnen kijken dan... had ik waarschijnlijk
precies hetzelfde gedaan. Ik blijf het bestaan van toeval soort van
ontkennen.
Aangkomen bij een lieflijk groen aandoende speelweide, zit mama panda haar
tanden met een bamboestok te flossen. Heerlijk gemoedelijk in het vroege
zonnetje, terwijl haar kleines met de bezoekers op de foto mogen. (Niets
voor niets, maar het geld komt ten goede aan het reservaat. Zegt men. Het
valt mee dat ze nog geen handtekeningen hoeven uit te delen.) Ik laat dit
feest aan mij voorbij gaan. Mijn liefde voor panda's is meer van
Platonische aard, zeg maar.
Dan is het eindelijk speelkwartier. De babies (acht maanden oud) worden in
de speelweide bij ma gevoegd en het feest kan beginnen. Maar schijn
bedriegt. In een mum van tijd delft ma het onderspit en kan ze alleen nog
maar rustig liggen wachten tot haar pukkies uitgeraasd zijn. Ook het houten
klimrek heeft zo zijn aantrekkingskracht. Met veel bravoure klimt er een
dapper naar boven om vervolgens, geholpen door de zwaartekracht, naar
beneden te pletteren. Gelukkig of helaas, lag daar de rest van de familie
en je kunt je afvragen of iedereen zo blij was met deze manier van
herenigen. Samen spelen is soms fijn, dus baby-technisch wordt er
vervolgens ook nog even wat afgeravot. Het zijn soms net mensen-kinderen.
Aan alles komt een einde, maar volgens mij is onze tourleider meer van het
type het-feest-op-het-hoogtepunt verlaten, want nog voordat de hummels moe
zijn, moeten wij helaas verder. Ons wacht nog een pandamuseumbezoek met
skeletten, foetussen op sterk water, foto's uit het wild (dit alles van de
panda's) en he, kijk daar eens! Een foto van Bern H en Juul tijdens een
bezoek aan de panda's. Hoe toevalig nu. Is wel van enige tijd geleden hoor;
ik zag het aan hun verouderde brilmontuur...
Hup allemaal weer de bus in en nee, ik hoef geen knuffeldierpanda als
souvenir. Ik heb genoeg herinneringen. Aan vroeger. Toen mijn zus en ik nog
lekker om een emmertje en een schepje konden vechten. Ik wou dat ik ...
Nee het is goed zo.
|