Aperitief
Rustig op vrijdagmiddag op de gallerij van het hotelletje in Lhasa van mijn
thee nippend, zag ik vanuit mijn ooghoeken Patrick een etage hoger peinzend
over de binnenplaats uitkijken. Blijkbaar voelde hij de aanwezigheid van
een begluurder en keek in mijn richting. 'He, jij weer?' was de opmerking
die vervolgens door de lucht schalde. Even bijkletsen met de heren die
gisteren in Lhasa waren aangekomen. Ja, ze hadden Sandra en Edward ook al
ontmoet (dankzij het standaard Tibet vlieg-, verblijf- en vertierpakket is
iedereen lekker cosy in hetzelfde hotel gelegerd) en de jeeptoer naar de
Mount Everest Base Camp (EBC) en de Nepalese grens was al zo goed als rond.
Er was nog een plaatsje vrij, dus als ik zin had... YES!!! Dat hoef je mij
geen tweede keer te vragen. Daar kwamen San en Ed ook al aanlopen. 'Ga je
mee?', 'Oke?', 'Oke!'
Voordat we echter dinsdagochtend 7 mei in de jeep konden stappen, moest er
nog wel het een en ander geregeld worden. Paspoorten inleveren op zaterdag
(dus nog snel even bij de bank geld halen), aanbetalen en hopen dat alles
door het reisbureau (Tibetaans op Chinese leest geschoeid, nou hou je dan
maar vast!) op tijd geregeld kon worden. Permits, jeep met chauffeur en
gids; het lijkt zo simpel en het reisbureau verzekerde ons dan ook dat
alles in orde zou komen. Nee, we konden geen korting krijgen; we zouden
namelijk van alles het beste van het beste krijgen. Hoe anders kan de
praktijk zijn...
Dag 1: Valse start
{Lhasa (3600m) - Samrye Monastery}
Daags voor vertrek hadden we al begrepen dat we niet te vroeg zouden te
hoeven opstaan, omdat nog niet alle permits (toegangsbewijzen voor bepaalde
gebieden in Tibet, verstrekt door de welbekende Chinees politie-achtige
instanties als de PSB) geregeld waren. Ach, eerst een lekker ontbijtje is
ook niet erg toch? Behalve dat ik op brute wijze door moorddadig nieuws uit
Nederland wakkergeschud werd, leek de dag verder gemoedelijk te beginnen.
Stipt tien uur stonden we, drie man en twee vrouw sterk, trappelend van
ongeduld, op de stoep van het reisbureau. Welk geen toeval toen bleek dat
de permits nog niet allemaal aanwezig waren. Het was holiday (van 1 tot 7
mei wordt in China Dag van de Arbeid gevierd. De mensen hebben dan een paar
dagen vrij om te gaan winkelen... Communisme of kapitalisme?) en het bureau
gesloten. Gelukkig was stroman X al naar het huis van een van de
politiemannen gestuurd om handtekeningen te regelen. Als Mohammed niet naar
de berg komt, dan komt de berg wel naar Mohammed, nietwaar?
Toen dit geregeld was, zagen we de jeep. Oeps, dit was toch soort van even
schrikken! De super-de-luxe bolides waar wij de afgelopen dagen tegenaan
hadden mogen kwijlen, bleken toch niet degenen te zijn, die gebruikt worden
voor een toer als de onze (als ze al helemaal ergens voor gebruikt werden).
Voorin naast de chauffeur een anderhalfpersoonsbankje en daarachter een in
tweeen gedeelde achterbank. Tot slot in de bak nog een verhoogd
klapstoeltje. Een spring-in-het-veld met een te lange lok op zijn voorhoofd
en een te grote bril op zijn neus, bleek onze gids te zijn. En hij dacht
voorin te kunnen gaan zitten. Nee dus, op je klapstoel achterin jij! De
chauffeur zei niets en hield zich, heel verstandig bezig met het op het dak
vastbinden van onze bagage. Twaalf uur was het zover, we reden weg. Nog
even tanken (altijd handig) en gaan met die banaan. Ehmm.. dat is te
zeggen, als de jeep had willen starten. Mooi is dat, we zijn Lhasa nog niet
uit of we staan al stil! Dat beloofd nog wat. Vijf minuten later rijden we,
na overmatig choken enzo, als nog weg.
Op weg naar Samrye klooster geniet ik van het prachtige landschap van
Tibet. Staalblauwe lucht, ruig rode berglandschappen, afgewisseld met wat
groen waar ofwel schapen en geiten dan wel yaks rondgrazen en -scharrelen.
De reis verloopt verder voorspoedig. Het loopt tegen de avond als we via
boot en bus bij het klooster aankomen. We nemen de meest luxueuze kamers.
Dat betekent bed met behoorlijk matras en een grote schaal en thermoskan
met heet water om je te wassen. Geen douche en toiletteren doe je in de
open lucht tussen twee heuphoge muurtjes boven een 'schijthelling'. De
hellingshoek had wat mij betreft wel wat groter gemogen, want het beoogde
effect was tot nu toe uitgebleven. Ogen en neus dicht en aan iets leuks
denken. Trouwens wel schitterend uitzicht (als je toch je ogen open had) op
de omgeving, daar het geheel op het dak geloceerd was.
Onze avondmaaltijd werd enigzins ruw verstoord door een kaartjesverkoper
die ons voor de klok van zeven uur nog een poot uit wilde draaien in ruil
voor een wandeling door het klooster. Toen we, met het eten nauwelijks door
onze strotteklep geduwd hebbende, bij de ingang de toegangsprijs hoorden,
maakten we weer rechtsomkeerd.
We hadden al mogen vernemen dat onze gids voor de eerste keer gids was...
Wat dat in de praktijk betekent, bleek al snel toen hij amper met de
situatie raad wist toen wij de kaartjesverkoper bijan verbaal vermoord
hadden. Uiteindelijk mochten we er toch gratis in; de kaartjesverkoper was
naar huis.
Vroeger kon je nog rust vinden in een klooster. Die tijd is allang voorbij.
Opeens stond er een ziedende 'Tasmanian devil' voor onze neus. Het bleek de
man uit het restaurant te zijn die zichzelf geintroduceerd had als die
Nederlander met Canadees staatsburgerschap, die Nederlands sprak uit de
tijd van Vondel. Never mind, Gysbreght.
Hij was niet blij met het feit dat zijn dochter en hij een kleine tien keer
zoveel voor de boot en de bus naar het klooster betaald hadden en dat alles
was te danken aan het feit dat Harry Potter (zoals we onze gids inmiddels gedoopt
hadden) zijn mond voorbij gepraat had.. De voormalige Maastrichtenaar voelde
zich 'verneukt' en ik heb mij nooit eerder afgevraagd of Vondel zulck een taalgebruyck
eveneensch hanteerde. Gewoon je mond dichthouden en jezelf van de domme houden
en met vijf minuten ziet de wereld er al een stuk anders uit. Hopelijk komen
we niet te veel van dit soort dissonanten tegen.
Dag 2: Hoogtestage
{Samrye Monastery - Kam-bo-la pas (4794m) - Yamdrok-tso - Karo-la pas (5045m)
- Gyantse (3950m)}
Het leek best efficient om de avond ervoor alvast door te geven wat je de
volgende ochtend als ontbijt zou willen nuttigen. Het jammere was alleen
dat we eerst de eigenaar/kok/ober uit zijn bed moesten zien te krijgen.
Steentjes gooien tegen de ruit op de eerste etage bleek ook in 2002 nog
steeds een probaat middel te zijn. Gelukkig smaakte de pannenkoek oke. Bij
de ingang van het klooster stond helaas mijn grote vriend de
kaartjesverkoper alweer klaar. Toch even om het hoekje gekeken. Ging ie aan
mijn jas lopen trekken. Dat had ie nu net niet moeten doen. Met priemende
wijsvinger en in orignieel Engels zei ik: 'Don't. Touch. Me!!!' Dat begreep
ie, alhoewel hij geen woord Engels sprak (oke, een: Ticket) Communicatie is
ook alweer hoeveel procent non-verbaal? Dat bedoel ik maar.
Nee he, komt die Canadees met zijn dochter bij ons in de bus zitten met een
vage smoes over teveel rokende Tibetanen in de andere bus. Bij de boot kwam
de aap uit de mouw. Ze wilden ook goedkoop met de bus. Dat feest ging niet
door en wederom waren ze niet blij en kregen wij daar de schuld van. Toen
ze ook nog bij ons in de boot stapten, heb ik in mijn weinig subtiele
Engels (zodat zijn dochter het ook meteen kon verstaan) kort maar krachtig
aan die geeemigreerde Vondel uitgelegd dat ik zijn gezeik beu was en dat ie
goed op weg was om mijn vakantie en humeur volledig te verpesten. En dat ik
daar van baalde en wel om kon janken. Dit laatse met een heuse brok in mijn
keel [er is een groot toneelspeelster aan mij verloren gegaan].
Het schitterende landschap van Tibet maakte mijn dag weer goed. Hoge
passen, turquoiskleurige meren; het kon niet op. Eng zo'n pas? Mwah, als
niet iedereen tegelijkertijd aan een kant van de jeep gaat hangen om die
drie dagen geleden naar beneden gestorte bus te bewonderen, dan kan ik
tegenwoordig iedere afgrond hebben!
Dag 3: Yakboterthee
{Dag 3: Gyantse (3950m): Pelkor Chode monastery}
Wat is er in Tibet te doen als je een rustdag hebt? Juist, dan gaan we
gezellig een klooster bekijken! Wat valt er over zo'n klooster te
vertellen? Tsja, Tibetaans boeddhistisch, monniken in rode pijen,
boeddhabeelden, olielampje om de doden bij te lichten, gebedsrollen en -
vlaggen en die typische geur van yakboterkaarsvet. Deze keer mochten we
zowaar binnen fotot's nemen en dat is wel een unicum te noemen. In een
stulpje op het kloosterterrein was het dan zover. Onder grote hilariteit
van twee monniken proefde Jacq voor het eerst yakboterthee. Op het ergste
voorbereid nipte ik voorzichtig wat van dit spul. Het was ERGER dat het
ergste! Soort gesmolten Blue Band met melk. Baggervet en pislauw; kortom,
het is echt niet te zui...
Maar... wel geproefd!
Als extraatje kregen we nog een meest op een kerstkransje lijkende brokken.
Loeihard en ook weer gemaakt van een distillaat van dat yakbeest. In je
broekzak stoppen mnaar en later een prullenbak zien te vinden.
Ja, er was ook nog een stupa en ook die hebben we bewonderd. Compleet dizzy
van het over de torentransen rennen en in kapelletjes met rode, groene,
blauwe en gouden Boeddha's duiken, koersten we voldaan van zoveel cultuur
op een dag aan op ons hotel, waar we de rest van de dag gegeten, gedronken
en genoten hebben van de goede dingen in het leven.
Dag 4: Panne...
{Gyantse (3950m) - Shigatse (3900m): Tashilhunpu Monastery}
Zo'n jeeptoer is echt geweldig, zolang als de jeep start, wegrijdt en
blijft rijden. Die van ons had daar consequent wat meer moeite mee.
Gisteren moesten we zelf maar bij het klooster zien te komen want het
vierwielig ding wilde niet. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat we
vanmorgen meteen wegreden. Dat mag dan ook wel als de chauffeur gisteren de
hele dag onder de motorkap heeft vertoefd.
Wederom indrukwekkend mooie route met wat d-tours door wat dorpjes (onbegaanbare
weg of gewoon de weg kwijt?); het leverde mooie kiekjes op. Totdat... we van
dijk A naar B moesten dwars door een halfopgedroogde rivier en meteen een haakse
bocht moesten maken om niet meteen aan de andere kant van dijk B in het weiland
terecht te komen. Dat trok onze Japanse bulldozer niet. De motor sloeg af en
wilde niet meer. Langzaam zakten we terug en weg en konden we uitstappen. Geheel
volgens het traditionele rollenpatroon doken de mannen mee onder de motorkap,
hielpen mee aanduwen en terugsjorren (ja, zelfs Harry deed mee, ook al was hij
meer tot last dan tot gemak) en de dames stonden al keuvelend en foto's schietend
het geheel gade te slaan. Ik had nog niet net gezegd dat ik gewoon aan het dromen
was en dat ik vanzelf wakker zou worden, of het onmogelijke gebeurde. Geluk?Inzicht?
Techniek? Roept u maar! Een half uur later trok de jeep a la de Camel trophee
dijk B op (veel gas, stofwolken en zand [zeg denk even aan mijn camera svp!])
en konden we verder. Shigatse was de volgende stop. Wat een luxe. Kamer met
douche, lekker eten, internet en een supermarkt met chocolade (snickers). Naast
gember en knoflook schijnt namelijk ook chocolade goed te zijn tegen hoogteziekte.
Ik vind het niet gek dat ik nergens last van heb!
Dag 5: Zo stil in mij...
{Shigatse (3900m) - Yulung-la pas (4950m) - Sakya Monastery (4280m) -Lhatse
(4050m)}
Vandaag was het doel: een klooster! Ze hebben hier nu eenmaal geen
Centerparcs met knuffelmuren. Het 'high way' geddelte was echt niet
verkeerd; na de afslag naar het klooster hield de 'weg' helaas op en
hobbelden (en dat is echt een understatement) we naar het klooster. Eenmaal
in het dorp aangekomen en de guesthouses aanschouwd hebbende, vonden we dit
zo grensverleggend smerig (terwijl ik ondertussen toch al aardig wat gewend
ben, dacht ik zo) en het dorp verder zo oninteressant, dat we na een hap
van in het vet doorweekte gebakken aardappelschijfjes, linea recta, zonder
het klooster te hebben gezien, doorgereden zijn naar Lhatse.
Daar wachtte de volgende verrassing. Behalve de naam van het guesthouse
(Lhatse Tibetan Farmer's Adventure hotel, wat het ook betekenen mag), werd
ik aangesproken op mijn gedrag. Dat is incasseren. Waar ik dacht heden ten
dage mijn verbale kracht alleen nog maar in positieve zin te gebruiken,
bleek dat dus niet het geval te zijn. En dan nog wel zonder dat ik er zelf
erg in had gehad. Ik was 'out', 'knock out' kun je wel zeggen. Dikke tranen
biggelden over mijn wangen. Het gevoel van 'ga terug naar af en ontvang
geen salaris' overheerste. Diepe eenzaamheid. Uithuilen en opnieuw beginnen.
Dag 6: Witte toppen
{Lhatse (4050m)- Gyatso-la pas (5220m) - Shegar(4050m)}
En wat we dan de hele dag doen? Nou eh..: opstaan, ontbijten, tas inpakken,
instappen en als we geluk hebben: wegrijden. De jeepindeling wisselt op de chauffeur
(achter het stuur als we rijden, onder de motorkap als we stilstaan) en de gids
(achterin!) na. Het eerste is geen probleem, het tweede wel. Onze Harry heeft
namelijk nog nooit een tandenborstel van dichtbij gezien, laat staan van mondwater
of kauwgom gehoord, dus de lucht die tussen de kaken van deze 26-jarige (zegt
ie) vandaan komt, is op zijn zachtst gezegd niet te harden. Nu ruiken wij na
een paar dagen niet douchen ook niet allemaal meer naar roosjes, maar er zijn
grenzen. Dus voeren we hem bij toerbeurt kaugom en zetten we het raam open.
Verder mist hij nog wat mannelijke hormonen zodat zijn stem minstens drie octaven
hoger is dan de mijne en volgens de mannen, lacht hij alsof hij een wortel in
zijn kont heeft. En zo is 't maar net.
Gelukkig hebben Ed en San drie cassettebandjes bij zich. Zowaar de jeep
beschikt over een afspeelapparaat, dus luisteren we achtereenvolgens naar
het bandje met 60-er, 70-er en 80-er jaren muziek. Dan naar die met de
Nederlandse muziek, om te eindigen met het bandje met 80-er en 90-er jaren
muziek. Vandaag hadden we de Nederlandse muziek. Die draaien we het meest.
Lekker rustig. Van 'Samenzijn [dat wil toch iederen]' van Willeke Alberti,
via 'Een eigen huis [een plek onder de zon]' van Rene Froger
naar 'Vriendschap [is een illusie]' van Het Goede Doel en weer terug, staar
ik uit het raam. Ik ben nog steeds niet helemaal in mijn hummetje. Komt dat
door de muziek? Door het na lange tijd weer Nederlands spreken? Of is het
gewoon heimwee? Wie zal het zeggen...
We rijden ook vandaag weer een geweldig mooie route. Dit leidt zoals gewoonlijk
weer tot excitement bij Ed. 'Witte toppen' roept hij dan, zodra we weer bergen
met sneeuw zien. Dit is zijn ideaal. Ik deel dat wel.
Dag 7: Van uit je bed de Mount Everest zien
{Shegar (4050m) - Pang-la pas (5120m) - Rongphu monastery (4980m)}
Met de permits op zak en met een doel voor ogen: De Mount Everest, stapte
ik vandaag in de jeep. Na de zoveelste checkpost waar militairen op een wel
heel erg strikte manier (check, check, double check, compleet met salueren)
je toegang verschaffen, stuiterden we vervolgens het Everestgebied binnen.
De weg werd slechter en slechter en wij ook. Tussen de middag wel heerlijk
geluncht met een pannenkoek met ei en verder gassen maar weer! Het werd
mooier en mooier en toen we op een mooie pas de Mount Everest al zagen
liggen, was mijn geluk al bijna compleet. Het laatste traject was helemaal
milkshake, maar eindelijk waren we er dan: Rongphu monastery, de laatste
stop voor de Mount Everest Base Camp (EBC).
We waren allemaal min of meer een beetje zwak, ziek of misselijk; combi van
op een dag duizend meter stijgen en het geklots in de jeep. Rustig bijkomen
maar. Nog een nachtje slapen en dan... op naar EBC. Ik stapte in bed en
schoof het gordijn opzij. Daar lag ie dan: de Mount Everest. Daar lag ik
dan: in mijn bed tegen de Reus der Reuzen aan te kijken.
Dag 8: A window to climb
{Rongphu Monastery (4980m) - Everest Base Camp (5200m) - Tingri (4390m)}
Kun je je voorstellen dat je jarig bent op de dag dat je op de EBC staat?
Dat overkwam Ed. Hij kon het amper geloven. Weliswaar zonder slingers en
ballonnen in de jeep, maar toch. Het was een bewolkte dag en daar kun je
het lang of kort over hebben; daar doe je toch niets aan. De tocht met de
jeep naar EBC was net een mislukte kermisattractie en duurt dus geen
twintig minuten, maar ruim een half uur. Klokke half tien stonden we tussen
de tentjes van de echte die-hards, waar voor het serieuze werk hier pas
begint. Wij stonden wat te rillen (het waaide er best wel) en wat verbaasd
om ons heen te kijken en foto's te nemen. Dit is dan de EBC in Tibet. Als
je niet beter wist, zou je het een hooggelegen camping noemen. En ja,
tussen de wolken door zie je dan de bergen.
Een telefoontje bracht ons weer terug naar de werkelijkheid. Een
bergbeklimmer belde via de satelliettelefoon naar de USA, naar de vrouw van
zijn klimpartner, die een of twe dagen eerder van de berg gevallen was.
Dood. Zo gaat dat hier. Maar je wordt er wel even stil van. De weg naar de
top van de Mount Everest schijnt een 'high way' te zijn, zoveel als er
proberen de top te bereiken. Echter deze weg is bezaaid met lijken. Van
elke tien die er naar boven klimmen, keren twee of drie nooit weer. Tachtig
procent van de ongevallen gebeurt op de terugweg.
Terug bij Rongphu Monastery slaan we nog wat proviand in en net voordat we
vertrekken, raken we aan de praat met een bergbeklimmer. Ook hij wil de
Mount Everest gaan beklimmen. Samen met een sjerpa is hij al op 8000 meter
hoogte geweest op zijn tent op te zetten. Nu terug op goed te eten en goed
te slapen. Op 5000 meter hoogte heb je nog maar 50% zuurstof en op de top
nog maar 30%. Je lichaam reageert daar zeer adequaat op door de zuurstof
goed te verdelen. Eerst naar je hersenen en dan naar vitale lichaamsdelen
als hart en longen. Als er dan nog over is, wordt dat voor andere zaken als
spijsvertering gebruikt. Daat laatste ligt dus min of meer stil bij gebrek
aan zuurstof. Je hebt schijnbaar ook geen honger als je zo hoog zit. Deels
herkenbaar. Geen honger heb ik (helaas) nog nooit gehad. Het verklaart wel
waarom mijn maag gisteren als van beton voelde. Door de stijging stopte
mijn spijsvertering en bleef die overheerlijke maar loeizware pannenkoek
natuurlijk wel hangen.
Of je een zuuurstofmasker nodig hebt als je de Mt. Everest gaat beklimmen
(ja, we hadden zoveel te vragen!) Vanaf 8200 meter heb je wel zuurstof
nodig. Af en toe schijn je wel even je masker af te doen. Je bent zo
ingepakt in kleding en masker dat het soms claustrofobisch aanvoelt. En dan
wil je even lucht happen.
Enne... wat kost zo'n geintje nou? (We komen uit Holland, begrijp je). Doe
is gek: vlucht van USA (hij was Mexicaan) naar hier en de hele reutemeteut
aan materiaal en zo: US$20.000. Ja, dat werd gesponsord. (Hmm, moet ik ook
maar eens gaan klimmen. Van dat bedrag kan ik heel wat langer reizen dan
deze man).
Ik vroeg hem of hij bang was. Ja, dat was hij; heel erg zelfs. Zeker na dat
ongeluk met die Amerikaan een paar dagen geleden. En 29 april was er ook al
een Brit naar beneden gevallen, omdat hij dacht dat hij zich had
vastgemaakt aan de veiligheidslijn, maar dat bleek dus niet goed gebeurd te
zijn. Kun je het je voorstellen? Je stuitert letterlijk van de gletsjer af,
breekt alles in je lichaam en als je dan al niet dood bent als je ergens
ligt, weet je een ding zeker: je gaat dood. Vreselijk. En zeker nu was hij
bang: getrouwd en net een kleine van zes maanden.
Wat hij nu ging doen? Wachten op een 'window to climb' (helder zicht, een
gat in de bewolking om naar de top te kunnen.) Dit seizoen waren er 120
gekomen. Zestig waren er nog. De anderen dood of naar huis. Het was dit
seizoen nog niemand gelukt om de top te bereieken en heelhuids terug te
keren. Ik vroeg hem naar zijn naam. 'Alex'. "Take care, Alex', zei ik en
we
wensten hem veel sterkte en geluk. [In de jeep bedacht ik mij dat ik
vergeten was zijn e-mail adres te vragen; journalistieke beginnersfout?]
Deze dag laat zich ook wel nationale rivierendag noemen. Van een paar
stroompjes tot echte off the beaten track razende rivieren, waarbij er voor
mij een ding vaststond: als nu de moter afslaat, stap ik in ieder geval
NIET uit. Het was niet nodig.
Tweede helft van de middag arriveerden we in Tingri. Lekker van de laatste
zonnnestralen van deze dag genieten en alle indrukken verwerken. Toch op de
EBC geweest!
Dag 9: Verhang en verval
{Tingri (4390m) - Tong-la pas (5120m) - Zhangmu (2300m) - Tong-la pas(5120m)
- Tingri (4390m)}
Laatste dag met zijn vijven. San en Ed gingen bij Zhangmu de grens over
naar Nepal. Jeroen, Patrick en ik terug naar Tingri en uiteindelijk Lhasa.
De route van vandaag was een kadootje! Over hoge passen (eindelijk een
groepsfoto!) en diepe dalen, met rivieren en watervallen en langzamerhand
een Nepalees wordend landschap; groener en lieflijker. We zakten dan ook
aardig hard in hoogte.
Drie uur 's middags: kus, zoen, hug, bye, zwaai en daat gingen Ed en San.
En daar gingen mijn fotorolletjes, mee naar Nepal, mee naar Nederland. Na
een happie lunch en druk gesleutle aan de jeep (het was ondertussen een
dagelijks terugkerend ritueel geworden) aanvaardden we de terugweg naar
Tingri. We gedoogden de gids in het midden op de achterbank. Voor deze keer
dan.
Tien uur 's avonds weer terug in Tingri. Voor de statistiek: bruto stijging
en daling vandaag: 2820 meter. Netto: 2090 meter. Het deed mij denken aan
de aardrijkskundelessen op de middelbare school: "Verhang is het verval
van
de rivier per km, oftewel het hoogteverschil per kilometer."
Dag 10: Dust in the wind
{Tingri (4390m) - Shigatse (3900m)}
We roken de stal, dat moge duidelijk zijn en we wilden dan ook zo snel als
mogelijk terug naar Lhasa. Dat deden we ook. Over de Friendship Highway
bliezen we, waar mogelijk over de weg. Foto's nemen? Nauwelijks. Plassen?
Als we moesten stoppen bij de checkpoints.
Ik moet echt nog eens naar de Sahara om het verschil of de overeenkomst
tussen Tibet en aldaar te kunnen vaststellen, want toen we uiteindelijk in
Shigatse aankwamen, zaten we van top tot teen onder het zand en het stof.
Ach, we konden na vijf dagen weer eens douchen. Alles is relatief.
Dag 11: Eindsprint
{Shigatse (3900m) - Lhasa (3600m)}
Kort maar krachtig was de eindsprint naar Lhasa. In koud vijf uur raceten
we naar de hoofdstad. We waren weer 'thuis'. Heerlijk! Patrick en Jeroen
zouden de volgende dag alweer verder naar Chengdu reizen. Ik zou lekker nog
een paar dagen in Lhasa blijven. Mijn tere kinderzieltje heeft nu eenmaal
meer tijd nodig om gigantische indrukken en ervaringen als deze te kunnen
verwerekn. En dit is het resultaat. Conclusie: ongeevenaard!!! Dit land
heeft werkelijk mijn hart gestolen...
|