Soms heb je je dag niet...
Zoals afgelopen dinsdag. Ik wilde de 'we-reldberoemde' jain tempel
van Jaisalmer gaan bekijken (wie kent hem niet???) Sta ik voor die
tempel, mag je er niet in als je ongesteld bent! Nou, ik hoefde
al niet meer. Nu kan ik een vlammend betoog hier gaan staan houden
over discriminatie en aanverwante ongerechtigheid; dat doe ik niet.
Ik heb een foto van de mededeling op het bord gemaakt en ben verder
gelopen.
Nadat ik het stadje doorgestruind was, liep ik terug naar mijn
hotelletje. Staat er een koe in de straat. Niets bijzonders dus,
want er staan hier tientallen koeien op straat. Dus ik loop vrolijk
langs dit zwarte beest; draait zij zich ineens om en geeft mij toch
een kopstoot! Ik schrok mij naar! Ik keek beteuterd naar mijn borstkas,
maar geen bloed en alles (wat er voor doorgaat) zat er nog, dus
ik 'kwam weer met de schrik vrij' zoals dat zo mooi heet!
Eigenlijk was het genoeg voor vandaag, maar nee hoor. 's Middags liep ik nog
even door de bazaar (het winkelgebied zeg maar; tsja ik KAN wel zonder Bijenkorf;
als er maar alternatieven zijn. En die zijn er genoeg, dus mij hoor je niet
klagen!) Afijn, ik liep daar dus. Komt er in eens een man op mij af. 'Joe hef
koet karma' Ik kijk verbaasd om; daar staat een man met tulband die niet van
plan is meteen een andere kant op te gaan lopen. 'But joe aar missin som ting;
joe get it after veif or siks monts'. Ik heb zijn aanbod om thee te komen drinken
vervolgens met al mijn charme afgewimpeld en stond nog vijf minuten na te trillen
op mijn benen. Why me, why here, why today???
No hurry, no worry, No chicken, no curry.
Woensdag
was het dan zover; Jacq ging op camel safari (jaja, Engels is het intussen helemaal.
Waar je het in het begin nog suf vond omdat het zo lekker semi-internationaal
klinkt, ben je na een week al niet anders meer gewend. En zeg nu zelf: kameel
safari klinkt toch niet?). Half acht 's morgens verzamelen bij het kantoortje
van de organisatie van dit gebeuren en na een ritje van een klein uur met de
jeep, stonden we (een Duitse jongen die maar liefst vier dagen ging, de kok
en ik) in de middle of nowhere. Uit het niets duikt er ineens een camel man
(kameleneigenaar) op, met drie kamelen achter zich. Of je maar even op wilde
stappen. Dus daar ging ik; op mijn eigen kameel! Het opstaan gaat in etappes:
voor-achter-achter-voor. Zo'n beest gaat namelijk eerst door zijn knieen en
stijgt dan pas door naar volledige hoogte. Lekker shaky dus. Afijn, als een
volmaakte camel lady, schok ik dus lekker mee op het ritme van deze waterdrager.
En het is gaaf!!! Na tien minuten stappen ook de kok en de camel man op een
kameel (tsja, kleine mannekes he) en lopen we dus lekker verder. Daar zit ze
dan: Jackie Turbo, Queen of the desert!
Oirika Honki Ponki
Na twee uur hobbelen op een kameel, staat er zowaar een boom die schaduw geeft
in een opgedroogde rivierbedding. Tijd om af te stappen, want tegen 12 uur 's
middags is het bloedverziekend heet! Uit een voormalige kunstmestzak, komen
vervolgens een paar armetierige potten en pannen. Je viesheidsgrens is meteen
weer met een paar maten opgeschoven! Je gelooft je ogen niet als je vervolgens
een heerlijk maal voorgeschoven krijgt. En dat met drie stenen, wat takjes en
takken en drie en een halve zwartgeblakerde pan! Vervolgens stijgt de temperatuur
naar dik 40 graden (celsius wel te verstaan!) Het is dus zaak om ab-so-luut
niets te doen en je leert meteen het verschil tussen schaduw en echte schaduw
en het warmteverschil tussen op je rug en op je buik liggen. Al starend en slapend
overdenk je dan je leven...
Na de siesta weer op je kameel. Het beest heeft net zo'n karakter als ik: in
principe lief en gehoorzaam, maar waar mogelijk zijn grenzen aan het aftasten.
Dus moet ik regelmatig ingrijpen om te voorkomen dat ik half in een cactus beland.
Gelukkig hebben we vorig jaar met de zaak een dagje paardenmennen gehad en dat
kwam mij nu behoorlijk goed van pas. (en er is er maar 1 de baas natuurlijk...)Tegen
zessen 'kamp opgeslagen' in een duin. Verbazingwekkend als er vanuit het niets
achter zo'n zandduin ineens een mannetje tevoorschijn komt. Gehuld in witte
lendendoek met op zijn rug een jute zak tovert hij ijskoude cola, 7-up, koekjes
en sigaretten tevoorschijn. Je zoekt de 'candid camera' maar het blijkt de boer
van dit stuk grond te zijn, waarin dit duin is gelegen. Natuurlijk, zo gaat
dat hier.
Na het eten tijd voor grappen. Heb ik niet om gevraagd, maar de kok en de camel
man begonnen. Nadat ik al hun schuine moppen had aangehoord, moest ik een mop
vertellen. Tsja, ik ken maar een mop en dat is: 'Wat is het verschil tussen
een musje en een boeing 747? In een musje zitten geen raampjes!' Vonden ze geweldig
Op een gegeven moment roept de camel man: Oirika!!! Ik keek hem aan en de intonatie
en zijn gezichtsuitdrukking deden vermoeden dat het hier niet om een simpel
goedemorgen ging. Dus wat dan terug te zeggen? 'Honki ponki' zei ik. Dat had
ik beter niet kunnen doen. Kok en camel man lagen in een deuk van de lach (nooit
geweten dat mijn humor zo internationaal was!) De rest van de safari bleef het
dus Oirika-Honki Ponki.
Qua 'kamp' was er dus niets he. Gewoon een doorgestikste lap, dat was mijn
matras en nog een, dat was mijn deken. En dan maar genieten van de sterrenhemel
en de maan in deze Thar Desert! Ik vond het geweldig om zo buiten te leven.
Mijn Duitse medereisgenoot was heel rustig (logisch met deze temperaturen).
Maar hij ging wel met 40 graden en meer zitten mediteren op zijn slaapzak totdat
hij er bijna van af viel. Zou dat nu Om Shanti zijn?
Na twee dagen zat het er weer op. Was maar goed ook. Achterste was letterlijk
blauw! En dan te bedenken dat Ponki in het Hindi achterse betekent...
|