Hoe lang het was en hoe ver...
Nog net genoeg tijd over in China om een tochtje over de Yangzi rivier te
maken. De meningen over de schoonheid van de drie 'gorges' {bergkloven}
zijn verdeeld en ik zal er meteen bij vertellen dat het mij voornamelijk
ging om de zogenaamde Three Gorges Dam, die vlak bij Wuhan in de Yangzi
riveir gebouwd wordt. Deze enorme dam zal in 2009 in belangrijke mate in de
electriciteitsvoorziening van China gaan voorzien. Het is een van de
grootste, zo niet het grootste project waar de Chinese regering ooit in
geinvesteerd heeft. Maar zo ver zijn we nog niet.
Voordat ik goed en wel op die boot zat, was er al weer heel wat
voorgevalen. Eerst had men mij geprobeerd een complete toer met van alles
er op en er aan te verkopen. Nou nee, laat maar, in de praktijk valt het
meestal bitter tegen en alle 'excursies' onderweg kan ik ook zelf wel
regelen. Dus voor een schappelijk prijsje had ik in no time op een
comfortabele manier de bus (van Chengdu naar Chongqing) en de boot (van
Chongqing naar Wuhan) geregeld. Dacht ik...
Na een vlot verlopen expressbusreis met vcd's met Hong Kong Foei films,
kwam ik in de stromende regen in Chongqing aan. Bij het reisbureau waar ik
vervolgens gedropt werd, begon het volgende commerciele toneelstuk. Het was
beter om niet drie maar twee dagen met de boot te gaan, zo vertelde een
vlot in het Engels babbelende dame. Ik zou dan aan het einde van dag twee
met de bus naar Wuhan gebracht worden, die om 1.30 uur (dat is 's nachts!)
aldaar zou arriveren. 'En dan?', vroeg ik. Nou, dan zou ik voor fl 50,-
naar een hotel gebracht worden waar ik zou kunnen overnachten. Vijftig
gulden? Ja, die is gek! Voor vijftig gulden kan ik minstens vijf nachten in
een jeugdherberg overnachten. Nee dus. Complete volksverlakkende
misrekekingen over hoe laat de boot in Wuhan zou aankomen en de trein naar
Kunming zou vertrekken, volgden. Ze was echt een gehaaide tante, maar kon
wat mij betreft toch echt de pot op. Ik regel het zelf wel weer.
Teleurgesteld bond ze in. Komt ze aan het einde van de middag (ik had geen
excursie dus heb ik daar binnen [lekker droog] een boek zitten lezen) toch
met een bootticket van twee in plaats van drie dagen aan zatten. Nog een
keer met een achteraf onbegrijpelijke hoeveelheid engelengeduld uitgelegd
dat ik DRIE dagen met de boot wilde. Het zou op de boot goed komen. Daar
hoopte ik dan ook maar op.
De excursie van de anderen was nogal uitgelopen, wat betekende dat we in
mega-Jackie-Turbo-tempo naar de boot crossten. Nauwelijks een voet in de
hut gezet of de trossen waren los. De hut had er op de foto best leuk
uitgezien, maar waarom is het in de praktijk dan altijd zo'n brakke
businesss? Vier stapelbedden, twee aan iedere kant en precies zo kort dat
ik klem lag tussen hoofd- en voeteneinde. De boot zelf leek op een
afgeschreven Mississippischuit die wel een verfje kon gebruiken. Er was
vooral niet te veel materiaal gebruikt hetgeen resulteerde in een gehorige
klankkast van heb ik jou daar. En als Chinezen dan eens konden fluisteren.
"Ni hao", zei ik meteen met een brede lach toen ik de hut met al
mijn
bagage op en om binnenstrompeklde. Op zeer vriendelijk wijze werd ik wekom
geheten door een Chinese familie bestaande uit drie zussen van een jaar of
veertig, vader en moeder van een jaar of tachtig, een man, getrouwd met een
van de zussen en nog een moeder, ik denk van de man, maar ik weet het niet
zeker. Ze spraken samen nog geen twintig woorden Engels, maar het was dikke
pret.
De man, een soort verstrooide professor, kwam al meteen naast mij staan en
moest omhoog kijken om mij aan te kunnen kijken. Zoooo, ik was groot! (Moet
je mijn broer eens zien, die is twee meter. Nee, die past niet in deze
bedjes, dat is waar.)
Teneinde de feestvreugde te verhogen, haalde ik mijn foto' van thuis uit
mijn tas. Ja, dat is mijn nichtje, en dan mijn vrinedinnen van het VWO en
die dan de universiteit en die ook en dat zijn mijn pappie en mammie en zus
en zwager, en mijn broer. Ja, dat was koninginnedag; ja heel gezellig. Dat
is de laatste dag op mijn werk en dat zijn de secretaresses. Ja ze zijn
allemaal erg knap.
Gewoon in Engels kletsen, mimiek op maximaal en point-it woordenboekje
verslijten en dan is reizen met kennis van twee woorden Chiness (Ni hao
[hallo] en Xiexie [dank je wel]) echt niet zo moeilijk! Daarna mocht ik
gelukkig gaan slapen.
De volgende ochtend ging er op een onbehoorlijk tijdstip een enorme bel
rinkelen. Als je denkt dat je eigen wekker een ramp is, maak dan gerust
deze boottrip. Daarna klaag je nooit meer over je eigen wekker. Beloofd.
Het was excursietijd. Mooi die laten we gaan en ik draaide mij nog even om.
Mijn medehutgenoten stonden echter op en al rap stond het gespreksvolume
weer op tien en penetreerde de allesoverheersende geur van noedelsoep
alweer mijn neusgaten. De rest van de dag heb ik het feestgebeuren zo goed
en kwaad als het ging gadegeslagen. Er werden waslijnen dwars door de hut
gespannen, onderbroeken en hemden uitgewassen, -gespoeld en opgehangen. Er
werd gekaart (een soort rummycup) en vooral veel hard gelachen en veel hard
gepraat. Iedere twee uur werd er wel iets te eten tevooorschijn getoverd
uit een van de vele tasjes, doosjes of zakjes. Ik moest en zou meedoen aan
dit eetfestijn of tenminste toch proeven. En als je dan bedenkt dat het
eten uit Chengdu (waar ze vandaan kwamen) en omstreken tot het pittigst van
heel China gerekend wordt, dan begrijp je wel in welke situatie ik nu weer
verzeild geraakt was. Aan het einde van de middag was het weer
excursietijd. Een tempel dit keer. 'Let's go' zei een van de gezusters en
ik werd meegesleurd. Opa en oma's in de arm genomen en rennen maar. De
tempel gingen we niet in, want ook de fam had alleen een bootticket zonder
excursies gekocht. Een ware fotosessie bij de ernaast gelegen waterval
volgde. Het 'beautiful' was weer niet van de lucht. Alhoewel je het idee
hebt weinig gedaan te hebben op zo'n dag, was ik toch moe. Denk ik, want ik
ben met het licht nog aan en de fam weer druk in discussie gewoon in slaap
gevallaen.
Een regelrechte poging om mij gestoord te laten worden, was die geweldige
bel die dit keer om kwart over vijf 's morgens ging. Ik had al gelezen dat
we vroeg door de eerste bergkloof zouden varen en dat was dus nu. 'Let's
go', werd er alweer in mijn nog slapende oren geschreeuwd en met het meest
slaapdronken hoofd aller tijden, zag ik toch kans om het dek te bereiken.
Best aardig, niet lelijk, maar om nu echt te juichen van schoonheid, nee.
Blij na twintig minuten weer terug naar mijn bed te kunnen, begon de
horrorstory pas echt. Nog geen half uur later: weer die ellendige bel! Wat
bleek? De excursie naar de drie kleine bergkloven ving nu aan. Laat maar
gaan. Veel te mistig en ik veel te moe. Mooi, ook weer opgelost, liggen
maar. Een licht zeurende hoofdpijn begon linksboven in mijn hoofd op te
komen. Duidelijk signaal van mijn lichaam dat ik niet al te gekke dingen
moest gaan doen vandaag...
'Let's go' hoorde ik alweer in mijn droom, maar dat bleek niet waar. Het
was de keiharde waarheid. En zo kon het verkeren dat ik om zeven uur 's
morgens met de ganse familie door een dorpje over de locale markt
slenterde. Zij beretrots; ik beremoe. Iedereen die maar mij (op-) keek,
kreeg prompt te horen dat ik uit Holland kwam en met een grote rugzak
reisde. Wat zeggen we dan? Het Maxima-syndroom was weer compleet. Gelukkig
waren de oma's en opa na ruim drie uur rondslenteren op het zelfde
energieniveau aangeland als waarmee ik van boord gestapt was en keerden we
langzamerhand bootwaarts.
Echter, voordat we aan boord gingen, moest er eerst gegeten worden. In een
van de locale stalletjes werden al het vlees en alle groenten bekeken, betast,
getest en nog eens kritsch aanschouwd alvorends de kok groen licht kreeg. Dat
was nog niet alles. Gedurende het gehele kookproces kreeg de kok permanent instructies
van hoe wel en hoe niet het eten te bereiden. Je begrijpt, ik genoot met volle
teugen. Het eten smaakte goed, maar ik begon mij toch wel minder lekker te voelen.
Eenmaal in mijn bovenstapelbedje beland, voelde ik mij hondsberoerd. Stampende
hoofdpijn die jammergenoeg niet parallel liep met het geronk van de motor van
onze schuit. Bergkloof twee heb ik even gezien en drie noodgedwongen bijna helemaal.
Dit was nodig om mijn topplaats voor op de boot (zo'n beetje als Kate Winslet
op de Titanic) te kunnen behouden. Ruim een uur daar gestaan en daar was ie
dan eindelijk: De Three Gorges Dam! Voor drie-kwart al af en nog slechts een
klein stuk te gaan voordat de rivier helemaal afgesloten zou zijn. Absoluut
indrukwekkend!! Zo kotsmisselijk van de hoofdpijn als ik was en met knikkende
knieen stond ik dit bouwwerk te aanschouwen. Het was het waard. Na het passeren
van de dam als de bliksem weer terug naar de hut. 'Let's go', gilde zuster twee
toen we de sluis in voeren. Een sluis? Laat maar. Ik ben op, kapot, leeg, oververmoeid
en wil niets anders meer dan slapen. Blij dat ik nu niet van boord en in de
bus naar Wuhan hoefde.
Samengevat heb ik de hele dag in bed gelegen en aan het einde van de dag
voelde ik mij iets beter. Eerst zouden we om half negen 's avonds in Wuhan
aankomen, toen tien uur, toen elf uur. Het werd half twee 's nachts. In het
pikkedonker klommen we, de Chinese fam en ik, aan land. Geen sprake van dat
ik alleen over straat zou gaan. 'Let's go' en ik volgde. Ik had op de boot
besloten dat ik mij zelf nu eens mocht trakteren op een luxe hotelkamer met
een eigen badkamer, een Westers toilet en een goed bed. Het werd iets
anders. Voor drie gulden sliepen we in het meest shabby hotel dat ik ooit
gezien heb. Volgens mij was ik als Westerling officeel niet eens
toegestaan daar. Het bed was een houten plank met een schuimrubberen matras
zo dun, dat je het geen matras meer kon noemen. Geen douche en een kapot
toilet (gat-in-de-grond-geval waarvan het doorspoelmechanisme al jaren
geleden ter ziele was gegaan). Even leek het erop dat ik een kamer alleen
had (nog iets van luxe), maar daar kwam zuster drie al aan lopen. Het was
de domste van al en dat is nog niet het ergste. Al ras begreep ik waarom
uitgerekend zij bij mij op de kamer 'mocht' slapen. Ze ging liggen, begon
even flink te winden en viel vervolgens luid snurkend in slaap. Ik zag het
half drie worden...
|