Nederlands - English
De wereldreis van Jackie Turbo

Menu
Kaart
Reisverslagen
Reisinformatie
Planning
How it started...
Gastenboek
Media
Fotoalbum
Post & e-Mail
Links
Ko Phagnan, Thailand

Reisinformatie
   Vorige plaats Bangkok   Routebeschrijving Thailand   Volgende plaats Ko Samui   

AankomstZondag, 30 Juni 2002Printer versie
VertrekZaterdag, 13 Juli 2002 
Laatste updateDonderdag, 26 December 2002 

One life, live it

Tring tring

'Dit is het antwoordapparaat van de fam… klik… Hallo?'

- Hoi, met mij!
        Heee, wat gaaf dat je belt! Waar zit je?

- Op het strand, aan de zee
        O heerlijk! En hoe gaat het?

- Ja prima! Je kent mij he? Zon, zee, zand, boekje erbij en genieten maar!
        Beter nog dan Tibet?

- Tsja, Tibet zou aan zee moeten liggen he? Dan ging ik er meteen wonen! Maar eh... Hoe is het met jullie?
        Goed, z'n gangetje.

- Gelukkig, zo lang mensen zeggen 'goed' en 'z'n gangetje' dan weet ik genoeg. En met de kids?
        Ja, ook goed. De oudste gaat naar school. Ja, gaat hard he? De tweede is ook al twee, ja ook al een heel mensje hoor! Peuterpuberteit he? Ik ben twee en ik zeg nee. Best vermoeiend soms. Maar ik zou ze voor geen goud willen missen!

- En met jou?
        Ja, ook goed. Begin weer een buikje te krijgen. Het groeit goed en de echo was ook oke. Gelukkig ben ik niet zo moe meer.

- En dan ook nog drie en een halve dag werken?
        Ja, het is wel zwaar, maar ja, het hoort erbij he? Je je wilt ook wat voor jezelf niet waar?

- En met je hubbie?
        Ook goed. Heeft net weer een nieuwe baan. Nee, het was echt niets meer bij die vorige baas. Slecht betaald, lange dagen en altijd in de file, daar werd 'ie sjagarijnig van. Dit is echt beter. Dichterbij huis, meer verantwoordelijkheid en nog beter betaald ook.

- Klinkt goed
        Hmmm... wacht even.... Ja, ben ik weer. Ja, de videoband was afgelopen en voordat ze de boel afbreken; even snel een nieuwe er in geplugd. We zijn trouwens ook met huizen bezig.

- O ja? Vertel!
        We twijfelen nog of we de boel hier gaan verbouwen of dat we landelijker gaan wonen.

- En waar hangt dat vanaf?
        Nou het kostenplaatje he? Even flink rekenen. Ik wil wel buiten wonen, maar de kinderen hebben net hier hun vrinedjes en vriendinnetjes dus nog maar eens even zien.

- Inderdaad en je zit niet op de schopstoel toch?
        Nee, dat is waar. Enne... wanneer kom je nu terug naar Nederland?

- Mwah... voorlopig niet denk ik zo
        Maar mis je het dan niet?

- Wat?
        Nou gewoon, het leven in Nederland en zo.

- Ach wat heet ...
        Maar meissie, je kunt toch niet eeuwig bijven reizen of ga je een bank overvallen of zo? Je moet toch straks ook nog ergens wonen en je bent ook geen achttien meer ...

- ???
        Ben je nog steeds geen leuke vent tegengekomen? Er reizen er toch zoveel schrijf je steeds?

- Tsja, klopt, meestal zijn ze tussen de twintig en vijf en twintig en nauwelijks in staat om hun hormonen te bedwingen of dertig plus met partner. Daarnaast sta ik er ook niet zo voor open.
        Waarom niet? Met zijn tweeen is toch veel leuker en zo?

- Nou, ik ben lang genoeg met zijn tweeen geweest en zo lang als alles goed gaat is het leuk. Maar achteraf voel je je soms zo gebruikt he... en dat doet pijn
        Oh sorry...

- Geeft niets. Tijd heelt alle wonden.
        Ja, ze zeggen van wel. Blijf je daarom nog even reizen?

- Onder andere.
        Nou gelijk heb je hoor. Hier in Nederland verandert toch niets.

- Weet ik
        Maar als je nu tussendoor een keertje in Nederland bent, dan spreken we wel af he?

- Tuurlijk!
        Nou lieverd, ik moet ophangen, want de kinderen moeten nog in bad en in bed en zelf moet ik nog opruimen want morgen komen mijn schoonouders op bezoek en het is een puinhoop hier.

- Oke, ga jij lekker opruimen. Doe de groeten aan je mannetje, je schoonouders en de kids en tot de volgende keer he?
        Ja, jij veel plezier nog en geniet ervan he? Doe je voorzichtig?

- Doen ik.
        Oke, daaaag

- Doei

Klik.

Het gevaar zit in een klein mugje

Waar was ik in hemelsnaam terecht gekomen? Een houten barak met een vijftal kamers. In een ervan lag ik; met nog vier andere vrouwen. Op een bed dat amper die naam kon dragen. Krakend en piepend van de roest. Met een matras die meer op een volgestopte donkergroene skai-leren strozak leek met een idem dito kussen. Welke dag was het eigenlijk vandaag? Donderdag? En welke datum? Elf juli? Wat was er eigenlijk gebeurd?

Maandagmiddag had ik het zo warm gehad dat ik aan mezelf was gaan twijfelen. Mijn thermometer wees 39,5 graden aan, maar ik kon het amper geloven. Aangezien ik mij zo beroerd voelde dat zelfs mijn ventilator geen verkoeling meer kon brengen, besloot ik dat een bezoek aan de nursing unit (apotheek met verpleegster en bijbehorende faciliteiten) geen kwaad zou kunnen. De verpleegster was erg vriendelijk, troostte mij toen ik in tranen uitbarstte, nam mijn bloeddruk op en zei: 'Dengue fever' (knokkelkoorts). Het drong niet of nauwelijks tot mij door. Ik was al lang blij dat ik met paracetamol de rest van de middag op het bed aldaar mocht blijven liggen. Met een infuus in mijn arm; ik had namelijk absoluut geen trek en moest toch iets binnenkrijgen, viel ik in de aangenaamde koelte in een diepe slaap. 's Avonds voelde ik mij een stuk beter, at een beetje en stuurde dapper een paar emails naar Nederland dat ik ziek was geweest maar dat het al een stuk beter met mij ging.

Niet dus.

De volgende dag begon het hele ritueel opnieuw, zodat ik 's middags minstens even beroerd als gisteren weer bij 'mijn' verpleegster aanklopte. 's Nachts had ik het beetje eten van gisterenavond in de reverse-mode weer uit mijn spijsverteringsorganen gewerkt en ik voelde mij nu behoorlijk slapjes. Bloeddruk meten, infuus prikken, paracetamol slikken en slapen. Ik was blij dat er iemand voor mij zorgde.

Woensdagmorgen was ik gebroken. Ik had de hele nacht wakker gelegen, naar de wc gelopen (overgeven, diarree, je kent het wel) en vooral erg warm gehad. Om tien uur gaat de nursing unit open, zo had de verpleegster gezegd. Ik kon bijna niet wachten tot het zo laat was. In ondergoed, t-shirt en sarong strompelde ik met mijn rugzak met fototoestellen en papieren naar de nursing unit. Helaas; in Thailand is tien uur niet altijd tien uur. Het ernaast gelegen internetcafe annex reisbureautje was al open en ik ben daar op een bankje neergeploft en heb lijdzaam afgewacht op wat komen zou.

Het was tegen elf uur toen Florence Nightingale op haar brommer aankwam scheuren. Ze schrok zo erg van mijn aanblik dat ze meteen een taxi belde. Nog geen vijf minuten later was ik op weg naar het tien kilometer verderop gelegen ziekenhuisje. Uit de taxi werd ik in een rolstoel gezet, naar mijn bed gereden en er door drie verpleegsters in getild. Er werd bloed geprikt en weer een infuus in mijn handgeprikt (weer zoveel gaten erbij!) Verbazingwekkend dat je nog niet zo ziek kunt zijn of je controleert of de naald wel nieuw uit het plastic komt (en je verdrukt de gedachte dat ze in Thailand heel goed zijn in kopieren en opnieuw inpakken). Een anti-overgeefpilletje en paracetamol volgen en daar lig ik dan en dat is het dan.

Dat is het dan? Ja, inderdaad, dat is het dan. Ik val in slaap en als ik wakker word, begint er een man in gebrekkig Engels tegen mij te praten. Het blijkt de echtgenoot te zijn van de Thaise vrouw die links van mij ligt, ook met dengue fever. Hij vraagt of ik alleen ben. 'Ja,' zeg ik,' ik reis alleen' en zak weer weg in een halve slaap. Rechts van mij ligt een Thaise vrouw die van haar brommer gevallen is. Dat gebeurt hier wel vaker op de steile grindwegen van Ko Paghnan. Har familie zorgt voor haar. Als ik naar de wc moet, word ik geholpen door een aardige vrouw die mijn verroeste infuusinstallatie (die daarom niet meer rollen wil) met mij over de kakkerlakken heen naar het hurktoilet tilt. 's Nachts is deze zuster er niet, wat ik wel vervelend vind. Gelukkig helpt het veertienjarige zoontje van mijn buurvrouw mij, want ik ben te zwak om zelf mijn infuus naar het toilet te tillen.

Donderdag begin ik het beter te begrijpen. Die vrouw is helemaal geen zuster. Althans niet van mij en ook geen verpleegster. Wellicht een zuster van mijn buurvrouw? Ik was te ziek om boe of ba te zeggen, te beroerd om mij echt te storen aan de mieren die tussen de lakens in mijn bed liepen, te moe om te vragen of de ventilator aan mocht en op mij gericht kon worden. Het was er zo bloedverziekend heet.

Ik sliep half op paracetamol, half als gevolg van uitputting. Ik wist na een dag niet meer hoe ik liggen moest. Alles deed pijn en ik had het gevoel dat al mijn spieren zich langzamerhand losmaakten van mijn botten. Alsof ik lag te ontbinden. Met een aanhoudende koorts van rond de veertig graden kon ik mij er wel iets bij voorstellen dat er mensen zijn die zeggen dat ze liever doodgaan dan pijn lijden.

Na verloop van tijd kreeg ik enorme trek in iets zouts. Ik heb echter helemaal niets te eten en krijg dat ook niet. Daar moet immers je familie voor zorgen. En die heb ik niet; althans, niet hier. Verklaren kan ik het niet, maar aan het einde van de middag komt er een Noors stel op bezoek bij mijn linkerbuurvrouwtje. De man had ik gisteren ook al gezien. Ze hadden een plastic tas vol met eten bij zich: lasagna, cola, een mars, yogurt, sinaasappels, ananas; allemaal voor mij. Ik word gek van geluk en begin voorzichtig aan de lasagna, bang dat het er anders een-twee-drie weer uitkomt.

Er wordt een meisje door drie jongens op onze kamer binnengebracht. Ze is van haar brommer gevallen. Een van de jongens vraagt of ik ook van mijn brommer gevallen ben. 'Nee, dengue fever', zeg ik en barst van ellende en zelfmedelijden heel hard in tranen uit. Hij troost mij en zegt dat hij morgen weer langskomt om te kijken hoe het met mij gaat. Soms kun je om zulke kleine dingen zo dankbaar zijn.

's Avonds voelt het alsof ik de loterij gewonnen heb al het Noorse stel wederom bij mijn buurvrouwtje op bezoek komt en wederom een plastic tas met spullen voor mij meegenomen heeft. Schoon ondergoed, schoon t-shirt, schone handdoek, tandenborstel, tandpasta en zeep; het is als goud. Nee, ze willen er wederom niets voor hebben.

Geholpen door de Thaise 'zuster' van mijn rechterbuurvrouw neem ik zo goed en kwaad als het kan een douche. Als herboren stap ik, een paar mieren wegslaand, even later weer in mijn bed. Nog steeds koorts. Maar weer proberen te slapen.

Vrijdag probeer ik een stuk ananas. Dat valt niet goed. Ik val bijna uit mijn bed als ik moet overgeven. Ik gil om help, bang dat ik van beroerte ga flauwvallen, maar het is geen bezoekuur en er is geen verpleegster in de buurt. Ik zie kans om in bed en bij te blijven en als er dan vijf minuten later een verpleegster aankomt, kan ik met een nare galsmaak in mijn mond alleen nog maar naar de prullenbak naast mijn bed wijzen. Mijn infuus is voor de zoveelste keer uit mijn hand losgeschoten en moet opnieuw geprikt worden. Daarnaast is het tijd voor een volgende bloedtest. Even wordt het mij weer teveel. Ik voel mij zo diep ongelukkig en eenzaam dat ik mijn hart uit mijn lijf huil. Mijn rechterbuurvrouw strekt haar hand uit. Ik kan hem net vasthouden. Dat geeft troost.

's Middags komt Kai, de Duitse jongen van gisteren, weer langs. Ik zie hem amper, daar mijn ogen ondertussen ook door de dengue fever zijn aangestoken. Ik zie alleen nog maar wazige contouren. Hij vraagt of ik niet naar een beter ziekenhuis op het eiland Ko Samui wil. Ja, willen wel, daar is immers een vliegveld en ik heb ondertussen al lang besloten dat ik naar Nederland ga. Maar hoe? Kai biedt aan om mij daar de volgende dag samen met twee vrienden heen te brengen. Ik straal van blijdschap. Ik verhuis naar een andere kamer. Eentje voor mij alleen en met airconditioning. Wat een luxe! Ik moet eten om aan te sterken, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik moet overgeven. Een beetje yoghurt lukt net. Ik voel mijzelf een heldin.

Zaterdagochtend ben ik zo opgewonden over mijn verhuizing naar Ko Samui, dat ik mij een stuk beter voel. Toegegeven, de taxirit had geen minuut langer moeten duren, maar toch. Terug bij mijn bungalow pak ik mijn rugzak in. Ik heb Kai mijn portomonnee gegeven om af te rekenen bij de eigenaar van de bungalowtjes. Het is een kwestie van vertrouwen. Hij helpt mij vervolgens met het dichtritsen van mijn rugzak. Ik ben daar zelf nog veel te zwak voor. Een van zijn vrienden heeft al kaartjes voor de boot geregeld en als we aan boord stappen, duurt het niet lang meer voordat we vertrekken. De reis verloopt spoedig. Net op het moment dat ik het lang genoeg geduurd vind hebben, zijn we er. Dan blijkt er nog een klein probleempje: er zijn meerdere ziekenhuizen op dit eiland. De taxichauffeur weet welke we moeten hebben, maar wie zegt dat hij niet automatisch de meest verweggelegen kiest? De jongens nemen het zekere voor het onzekere en stappen met mij in de taxi. Ze willen er absoluut zeker van zijn dat ik in het goede ziekenhuis terecht kom. Pas als dat helemaal zeker is, durven ze mij er achter te laten. Ik kan mijn geluk niet op en weet niet hoe ik ze bedanken moet.

In het ziekenhuis meteen weer in een rolstoel; hup naar een bed. Bloedprikken, bloeddruk en koorts meten en jawel, weer aan het infuus. Vervolgens word ik met rolstoel en infuus en al naar een luxe kamer met een goed bed en een eigen badkamer met Westers toilet gereden Zo'n luxe heb ik de afgelopen maanden nog maar weinig gehad. De tv heb ik nog maar niet aangezet. Ik zag nog steeds alleen maar waas. Het eten smaakte mij verschrikkelijk goed. En nu ik ook een telefoon op mijn kamer had, besloot ik dat het tijd was om mijn zus te bellen. 'Hoi An, niet schrikken, ik lig in het ziekenhuis'.

Foto's

Thailand, Ko Phagnan: foto0001.jpg Thailand, Ko Phagnan: foto0002.jpg Thailand, Ko Phagnan: foto0003.jpg    


   Vorige plaats Bangkok   Routebeschrijving Thailand   Volgende plaats Ko Samui