Psychologie van een zieke reiziger
Het was verbazingwekkend hoe goed het ineens met mij ging. Afgezien van de
gekmakende jeuk aan hand- en voetpalmen, ging het snel beter met mij. De
koorts zakte geleidelijk, ik kreeg steeds meer trek in eten en ook mijn
ogen kregen langzamerhand hun zicht weer terug. Dus was ik de hele dag
bezig met handen en voeten in koud water onder te dompelen en in te smeren
met anti-jeuk crème. Het hielp weinig maar je moet wat. Ter afleiding keek
ik tv, reorganiseerde mijn inderhaast ingepakte rugzak en probeerde wat te
lezen. Nog nooit eerder in mijn leven heb ik een menukaart zo intens
bestudeerd. Ik had de hele dag trek en na iedere maaltijd lag ik alweer te
verzinnen wat ik als volgende zou gaan kiezen. En het fijne aan het geheel
is: ik moest goed eten van de dokter want mijn bloed was nog niet in orde.
Meteen maar weer een keer bloedprikken. Ik vraag mij af of mijn bloed ooit
nog wel een keer in orde komt als ze mij op deze manier blijven
lekprikken.
De telefoon schreeuwt om aandacht (of was ik het zelf?) en bel naar mijn
ouders. Ja, nog een paar dagen en dan kom ik naar Nederland. Hoe? Met het
vliegtuig, maar dat regel ik wel. Eerst maar weer eens goed eten.
Als de dokter op maandag ochtend om half elf binnenstapt en zegt dat ik
het ziekenhuis mag verlaten, spring ik een gat in de lucht. Ik moet nog
wel terug komen om bloed te laten prikken, want dat is nog niet in orde.
Als ik zeg dat ik naar Nederland ga, is alles oke en mijn papieren worden
in orde gemaakt.
Vervolgens gaat alles in een sneltreinvaart. Ik bel het vliegveld om een
vlucht van Ko Samui naar Bangkok te regelen. Na inpakken en wegwezen, word
ik om half twee 's middags naar de lapasfalt met drie plaggenhutten (het
vliegveld) gereden (service van het ziekenhuis). Om half drie zit ik in
het vliegtuig en een uur later ben ik in Bangkok. Ik ga op zoek anar een
retourtje Bangkok-Amsterdam-Bangkok en om en uur of zes 's avonds bel ik
An om te zeggen dat ik eraan kom. Of ze mij morgen om half tien op
Schiphol kan komen ophalen. Natuurlijk! Het wachten is nu tot het half
drie vannacht is.
Het gaat allemaal razend snel, maar toch kan ik niet wachten tot ik mag
inchecken en het vliegtuig in kan. Als ik vier Nederladners achter mij heb
zitten die in authentiek Amsterdams typisch Hollandse grappen maken, voel
ik mij, voordat we opgestegen zijn, alweer alsof ik in Nederland ben.
Het vliegtuig is zelfs een uur eerder, maar mijn zus staat al trouw op mij
te wachten (daarbij zichzelf overtreffend, want dit is voor haar toch
onbehoorlijk vroeg!) Wat doe je dan? Lachen? Huilen? We vliegen elkaar om
de nek en blijven lachen en tegen elkaar aanduwen en kletsen, vooral veel
kletsen!
In de loop van de dag komen ouders en broer ook naar Leiden. Mijn nichtje
herken ik amper; mijn zwager gelukkig nog wel. Ik ben helemaal hyper en
compleet beter. Ik ben niet naar bed te slaan, maar om elf uur 's avonds
is het mooi geweest.
De volgende drie dagen slaap ik bijna aan een stuk door. Het is duidelijk
de terugslag. Een bezoek aan de huisarts maakt duidelijk dat mijn bloed
nog steeds niet in orde is. Ik voel mij ook nog wel slapjes en moe. Hoe is
het mogelijk dat ik 'beter' was in Ko Samui? Ik sta versteld van de
invloed van mijn psyche op mijn lichamelijk functioneren. Blijkbaar wilde
ik zo graag naar Nederland dat ik dacht dat ik beter was. En kon
vervolgens zonder problemen elf uur vliegen en zonder ook maar een seconde
aan een jetlag te denken gewoon in Nederland verder 'rennen'. Waar een wil
is, is een weg? Of: La Malade imaginaire? Leer mij mezelf kennen.
|