Nederlands - English
De wereldreis van Jackie Turbo

Menu
Kaart
Reisverslagen
Reisinformatie
Planning
How it started...
Gastenboek
Media
Fotoalbum
Post & e-Mail
Links
Surfers Paradise, Australie

Reisinformatie
   Vorige plaats Brisbane   Routebeschrijving Australie   Volgende plaats Brisbane   

AankomstWoensdag, 2 Oktober 2002Printer versie
VertrekWoensdag, 2 Oktober 2002 
Laatste updateMaandag, 16 Mei 2005 

Golfbewegingen

Eén van de uitjes gedurende mijn verblijf in Brisbane was naar Surfers Paradise. Een absolute beachcity waar het goud en glitter je tegemoet komt, zodra je van de snelweg afdraait. Ria en Neil (zus en zwager van tante Corry) hadden mij uitgenodigd. Neil moest hier voor zaken zijn en Ria had bedacht dat het wel een leuk uitje zou zijn, dus zodoende waren we gedrieën in de auto gestapt en naar de Gold Coast gereden. De luxe alleen al: in een auto stappen en over een snelweg rijden, wat zeg ik? gereden worden; ik voelde mij als een koningin. Ik was bijna vergeten dat het kon: voor je deur instappen en precies stoppen op de plek waar jij wil uitstappen. Niet lopen, overstappen, bus in, bus uit, weer lopen. Nee, puur een auto met personen om je heen die je kent en waar je iets mee hebt. Het geluk zit hem in kleine dingen.

Op de boulevard met torenhoge hotels, glimmende shoppingmalls en bijbehorende muziek, stapten we uit en meteen het strand op. Yes! Het strand! De zilte zeelucht snoof ik subiet op en drong diep door in mijn tot nu toe met airco gevulde longen. Alhoewel begin oktober en dus pril voorjaar hier, was het al prachtig weer. Ik heb heerlijk de zon op mijn buik laten vallen en mij gewenteld in de warmte van deze vuurbol. Ik voelde de energie weer in mij opborrelen en tegelijktijd zwelgde ik in de liefdevolle omarming van twintig graden plus. Niet dat iemand het zag hoor. Ria zat naast mij en vertelde over haar kinderen en kleinkinderen. Haar zoon die ging scheiden, haar dochter die ver weg woonde en haar kleinkinderen die de liefste van de hele wereld waren en het ook nog zo goed deden op school. The usual thing zeg maar. Ik knikte wat en bevestigde haar verhalen en op het gekabbel van het gesprek, deinde ik steeds verder weg stroomafwaarts naar het land waar het altijd zomer is en dromen werkelijkheid zijn…, worden…, zijn geworden.

Niets doen, alleen maar denken. Dat is het voordeel van denken. Je kunt je eigen wereld creeëren en net zo perfect maken als je zelf wilt. In de gedachtenwereld is niets dat je zelf gebouwde construct kan vernietigen. Want er is maar één regisseur en dat ben je zelf. Dat is fijn, totdat alles zo perfect is, dat de wereld saai wordt. Alles is geregeld, alles is geregisseerd. Niets wordt aan het toeval overgelaten. Het is perfect en boring saai. Totdat je tot handelen overgaat. Je stapt uit je denkraam de wijde wereld in en laat gebeuren wat er gebeuren zal. Eng en spannend tegelijkertijd. Onvoorziene gebeurtenissen, toeval (of het nu wel of niet bestaat) en interactie met andere mensen, dieren, elementen. Weg perfectie, weg verveling. Totdat het leven een roller coaster wordt. Onbestuurbaar en met geleefde ups en downs. Je zou er misselijk van worden.
Ik kan niet met de één en niet zonder de ander. Andersom ook niet. Afwisselen dan maar. Is dat wat men balans zoeken noemt? Of is het balans vinden? Voor mij dan graag wel als een perpetuum mobile. Een balans in evenwicht is stilstand. En stilstand is achteruitgang. Achteruit, achterwaarts, te rugge, terug.

Ik draai mij om en lig op mijn buik. Te turen naar de zee. De zee! Schuimende branding met rollende golven. Je kunt je helemaal voorstellen hoe in de jaren dertig hier het eerste hotelletje stond. Voor de happy few die dit plekje kenden en er genoten van hun rust, hun ruimte, hun vrijheid. Die hun genieten lieten aandragen door iedere nieuwe golf die zich aandiende en die hun bezorgdheid door diezelfde golven lieten verpletteren op het strand.

En dan de hype in de jaren zestig. Surfers met hun glimmende zongebrande lijven en dito uitrusting. Meisjes in gouden glitterbikini’s die op de boulevard de parkeermeters van de gasten bijvulden. Het casino met ratelende roulettetafels, de bars met klinkende glazen en aanzwellende benevelingen. De knipperende neonverlichting in kleuren als pretty pink en Pisang Ambon groen, de upbeat music in doofmakende megahertzen. De geur van bak- en braad olie; voor op het lijf, in de pan en op de bbq. Van de nippende happy few tot de consumerende mensenmassa’s. Ook voor Surfers Paradise was er geen weg meer terug. De verleiding verleid.

Het is de lokroep van de zee die mij doet opstaan. De sirenes van Surfers Paradise zijn niet de boemboemboxen aan landzijde, maar de halsoverkop elkaar overmeesterende waterwentelingen. ‘Kom dan…, pak me dan…, als je durft…, je kan mij toch niet pakken…’ en weg zijn ze weer. Ik laat mij uitdagen, verleiden, omarmen, koesteren. Verwarmen en afkoelen. Ondergaan in en bovenkomen uit. Luctor et emergo.

De sterke onderstroom zorgt ervoor dat het een drukke bedoening is. Het stuk zee waarin je mag zwemmen is afgebakend en wordt gemarkeerd door de geel-rode lifesaving vlaggen. De lifeguards à la David Hasselhoff en zijn Baywatch consorten draaien overuren. Wat in eerste instantie nog een grapje lijkt, blijkt even later de keiharde waarheid te zijn. Een kind van een jaar of acht dat op loopafstand van de vloedlijn in het water dobbert, ziet met geen mogelijkheid kans om terug te komen. Hij drijft steeds verder weg en zijn koppie verdwijnt steeds vaker en langer onder water. De verbazing van de strandgangers duurt hooguit een paar seconden, maar lijkt als in een vertraagde opname minuten lang te duren. Twee lifeguards duwen hun rubberboot van het strand door de branding heen het water in. Ze varen tot vlak naast het kind en met een ferme zwaai wordt het jochie door één van de twee aan boord geslingerd. Opgelucht haalt iedereen adem. Dat was op het nippertje.

Onze magen geven aan dat het lunchtijd is en Ria stelt voor om naar één van de restaurantjes te gaan. Even voor de beeldvorming, dat is dus niet half nakend met je zandpatatters binnenstormen en onderuitgezakt wachten totdat je een overpriced en doorgekookte kledder uitgeserveerd krijgt. Nee, dat gaat in stijl. Dus kleed ik mij netjes om in een van de vele kleedruimtes langs de boulevard. Het zijn, net als de openbare toiletten, ruimtes waar je gratis naar binnen kunt en vergelijkbaar met de kleedruimte in een zwembad, je rustig kunt omkleden en optutten. Dus bikini uit en kleertjes aan; haren gekamd en lippenstift op. Klaar om te lunchen. Neil is intussen ook gearriveerd (lang leve de mobiele telefoon) en gedrieën genieten we van een overheerlijke quiche met salade en een reuze echte cappuchino toe. Life can be sooo sweet.

In de middag gaan we shoppen en ik voel mij underdressed. Niet dat het rampzalig is. Nee, de Aussies houden er zelf ook wel van om er casual bij te lopen. Maar toch. Die afritsbare-pijpen broek, dat t-shirt; ik wil in deze Westerse omgeving wel weer eens wat anders aan. Ondanks mijn opgehipte look (pijpen iets opgerold, t-shirt luchtigjes in de broek in plaats van slobberend er overheen en met gelakte teennagels in de Teva’s) zou ik zo graag weer eens een mooie broek aan hebben. Of een rokje. Met een mooie shirt. Of een blousje. Dan opeens benauwd de gedachte mij. ‘Nee, niet nu’, denk ik. ‘Volhouden. Je moet het ook allemaal weer meesjouwen. Overbodige luxe. Overbodige ballast.’ Ik koop een horloge. Simpel, eenvoudig, waterproof en goedkoop. In een outdoor shop. Het is een compromis tussen nodeloze consumptie en een broodnodige aankoop. In een land van Westerse tijd en Oosterse vrijheid.

Eenmaal weer in de auto rijden we op één van de hoofdwegen in Surfers Paradise. Opeens stoppen we en gaan we iets bekijken. Ria en ik stappen uit, terwijl Neil de auto even verderop parkeert. Het is een wandelpad, parallel aan de drukbereden weg, met aan weerszijde bomen. Auto’s zoeven voorbij. Niets bijzonders te zien. Niets bijzonders te horen. Wel iets bijzonders te ruiken. Een onbestemde geur. Maar waar kwam die vandaan? Ik keek in de rondte, maar zag niets. Totdat ik omhoog keek. Ik was absoluut verrast. Daar hingen honderden vleermuizen als rijpe vruchten in de bomen! Zomaar, in de open lucht, naast de drukke doorgaande weg. En het leek hun niets te doen. Ze hingen daar te hangen en van tijd tot tijd vloog er een groep weg. Vervolgens kwamen er ook weer vleermuizen terug, die net zo ontspannen en relaxed een plekje zochten tussen de anderen als of het de gewoonste zaak van de wereld was. Dat was het voor hun natuurlijk ook. Ik stond er bij en ik keek er naar. Geweldig! Wat nou zompige kille grotten met gillende vleermuizen. Gewoon zomertemperatuurtje, in de open lucht en vrolijk langsfladderende vliegende muizen, die eenmaal neergestreken de ultieme zonaanbidder uithangen. Op zijn kop, dat wel. Down under pur sang. ‘Like a bat out of hell I’ll be gone when the morning comes’, zong Meat Love al eind zeventiger jaren. Hier niet. Hier is het: ‘Like a bat in paradise I would stay till the evening comes’.
Dat doen we vervolgens. Op naar Brisbane waar de wijn al koel en op ons staat te wachten. De barbie wordt opgestart en de glazen gevuld. Borreltijd en avondeten gaan feilloos in elkaar over. Met de familie praten we over onze belevenissen van vandaag. Over die van gisteren. En die van morgen. Dag en nacht. Eb en vloed. Ups en downs; het zijn de golfbewegingen van het leven. Een erg goed leven kan ik wel zeggen.

Foto's

Australie, Surfers Paradise: foto0001.jpg Australie, Surfers Paradise: foto0002.jpg Australie, Surfers Paradise: foto0003.jpg    


   Vorige plaats Brisbane   Routebeschrijving Australie   Volgende plaats Brisbane