Ik klim, ik zie en ik voel de overwinning
Zeggen en schrijven een dag om uit te rusten, om mijn was te doen en om
alle winkels en art galeries (dan lijkt het duurder en gaat het geld
direct anar de aboriginal kunstenaars [zegt men]) met aboriginal art te
verkennen. Net genoeg; zo groot in Alice Springs nu ook weer niet.
En zodoende sta ik de volgende ochtend om zeven uur alweer klaar voor de
volgende tour. Acht dagen om van Alice Springs naar Adelaide te reizen,
waarvan drie dagen in The Red Centre. En daar is het mij vooral om te
doen. Nog zes anderen van de twee en twintig van de vorige tour blijken
deze tour voor drie of acht dagen te doen. Dat is gezellig; zo kom je
elkaar nog eens tegen. Stephanie, Julia en Sarah komen uit Duitsland, net
als Elena. Amy & Adam, James, Amy en Simon uit Engeland. Koen en Brigitta
uit Nederland. Yumiko komt uit Japan, Amy uit de VS en Maria en Marcus uit
Zweden. Tenslotte hebben we Adolf. Hij is achtenzestig, komt uit
Oostenrijk (en het is geen grap!) en vroeg de eerste avond of ik voor hem
ging koken. Nou nee dus!
In de bus, deze keer een maatje kleiner, krijgen we te horen dat de weg
naar de Rainbow Valley onbegaanbaar is, Kings Canyon in de fik staat en
Ayers Rock vanwege de harde wind gesloten is. Mooi, dan hebben we dus drie
dagen om een wandeling door de Olga's te maken. 'Let the others rush' is
de pay off die Waywardbus gebruikt. Dat is mij nu ook duidelijk. Tony is
een rechtgeaarde Aussie Outback boy die al acht jaar in het vak zit en
niet voor een gat te vangen is. Hij gooit de hele planning op zijn kop
(consternatie alom: Wat? Iets anders dan de planning? Kan dat wel zomaar?)
Ik vind het prima. Eindelijk iets anders dan het geregelde, georganiseerde
en het voorgekauwde. Op naar Ayers Rock (Uluru)! Ayers Rock zelf ligt in
een natuurpark en net daar buiten ligt een resort. Het mag namelijk
vanwege de natuur geen dorp heten. Met appartementen (A$ 400 per nacht.
1A$= 0,6 E) en een camping. Wij overnachten op de camping. Na de lunch
rijden we het natuurpark in, linea recta naar die mooie rooie. Die is dus
echt mega he? Driehonderdachtenveerig meter hoog, een komma drie kilometer
naar de top, met een omtrek van ruim negen kilometer en een breedte van
twee kilometer. Geen steentje voor in je achtertuin. En als je hem wil
beklimmen is nu de enige kans. Helaas, kans verkeken. De rots is gesloten.
Dat is geen grap. Als alternatief lopen we er om heen. Ook leuk, maar
anders.
De zonsondergang deel ik samen met de andere mensen uit minimaal vijftig
touringcarbussen (zeg 50 personen per bus) en dertig minibussen (zeg 20
personen per bus) en alle resterenden. Massawerk dus. Reken zelf maar uit
hoeveel foto's er hier per dag geklikt worden (en de entree voor het park
is A$16...).
De volgende dag om vier uur 's morgens opgestaan. Om half zes staat onze
bus weer onderaan Ayers Rock. Dicht. Daar kwam een ranger met een
windmeter aangelopen. Tony stapt uit, babbelt wat met de ranger en komt
teruglopen. Wie wil klimmen, moet nu gaan! En het hek ging open. Ik sta er
al. Yuniko en Marcus zijn klimpartners. Na tien meter haakt Yumiko af
vanwege haar ongeschikte schoeisel. Gelukkig was Marcus er nog. Je mag
Ayers Rock namelijk niet in je eentje beklimmen. Als je eraf valt moet
iemand anders per slot van rekening dat kunnen melden. Zwijgzaam, hij van
nature, ik van de slaap en ander conditieniveau, klommen we naar boven.
Het eerste gedeelte (ongeveer eenderde) is het steilst. Daar is een
ketting als leidraad op de rots bevestigd. Daarna was het nog een kort
stukje naar het 'dak'. Daar waaide het behoorlijk! Tegen de wind in
hangend, keek ik recht tegen de zojuist opgekomen zon in. Dit was zo mooi,
zo indrukwekkend dat ik hier al uren had kunnen zitten. De stippellijn
voerde echter verder. Over heuvels en dalen op weg naar de echte summit.
Half zeven stonden we daar; als eersten, als enigen op de top van Ayers
Rock! Op de gedenkplaat klauteren, in de verte turen, armpjes de lucht in,
wind door je haren voelen waaien, ogen dicht en even, heel even je zelf
overgeven aan dat machtig- en tegelijkertijd nietigmakende gevoel.
Magistraal voor iemand met zo'n grenzeloze prestatiedrang als ik. Domweg
gelukkigmakend voor ieder ander die de natuur op waarde weet te schatten.
Dit is leven voor mij en another dream came true. Hiervoor ben ik naar
Australië gekomen, heb ik in Sydney besloten om niet terug te gaan naar
Nederland, maar om door te gaan. Dit is dan de beloning die vijf minuten
duurt. Vijf minuten de rots voor je alleen voelen. Ik klim, ik zie en ik
voel de overwinning. En dan arriveren de anderen.
Respecloos
Zullen een aantal mensen zeggen die mijn verhaal over het beklimmen van
Uluru hebben gelezen. Uluru is voor de Aboriginals een heilige plaats en
die beklim je niet. Dat deze monoliet voor de Aboriginals een heilige
plaats is weet ik en dat respecteer ik. Deze niet beklimmen was voor mij
echter geen logisch gevolg van dit feit. Waarom? Ach, er zijn legio
argumenten voor en tegen te verzinnen. Voor mij was het een
gevoelskwestie. Als ik het gevoel had gehad dat ik onomstotelijk het
heilige der heilige met voeten zou treden, dan had ik het niet gedaan. Er
zijn echter meer kleuren dan zwart en wit. De Aboriginals wilden een
aantal jaar de rots definitief sluiten. Toen uit onderzoek bleek dat dan
vijfentachtig procent van de bezoekers uberhaupt niet meer naar Uluru zou
komen, zijn ze van gedachten veranderd. Daarnaast mag je geen foto's van
Aboriginals nemen omdat ze daar met de ogen open opstaan. Als ze doodgaan
moeten de ogen gesloten zijn en open ogen, op een foto of waar dan ook,
geeft een onrustige dood. Maar we kunnen natuurlijk wel de ansichtkaarten
kopen met daarop afbeeldingen van Aboriginals. (Puriteinen en piraten?)
Dit doet natuurlijk niets af aan de heiligheid van dit uitdagende stuk
steen, maar gaf mij wel inzicht in de flexibiliteit ten aanzien van
heiligdommen. Voor mij was het beklimmen van Uluru niet iets heiligs, noch
zaligmakend. En ik heb het misschien niet uit respect gelaten, maar wel
met respect gedaan.
|