Shithead en busbillen
En zo reden wij voort. Verlaten treinstations langs de voormalige route
van de Old Ghan (Adelaide- Alice Springs), hotsprings (borrelende
warmwaterbronnen waarin het zowaar heerlijk afkoelen was), Aboriginal
culturele artcenters, dogsfence (ruim 5600 km hek om de dingo's en de
schapen te scheiden) en een artistieke exentriekeling (TalcAlf) wiens
ouders uit Hilversum en Deventer kwamen (Alferinck, zoals de familienaam
van deze weirdo luidde, zal wel van Elferinck afkomstig zijn, vermoed ik
zo). Noem het maar op, we bezoeken, (be-)zien en beleven het, nemen een
(of meerdere) foto's en we gaan weer verder. 's Nachts slapen we als
zijnde de koning te rijk: honderden sterren. Boven ons, wel te verstaan.
In een heuse swag (een legergroene canvas slaapzak, waar je met je eigen
slaapzak in duikt). En als je 's nachts wakker wordt, zie je het mooiste
plafond van de hele wereld. 's Morgens hoef je je bed niet uit voor de
mooiste zonsopgang, want in het dorp bestaat uit een pub, een hotel en een
winkel die gesloten is, zodat niets of niemand in de verste verte te zien
is of in de weg staat. Het is een kwestie van op tijd je oogleden
opentrekken om een lucht van blauw met oranje en wit, een knalrode bal te
zien omhelzen voordat de aubergine kleurige grond geleidelijk aan steeds
warmer en roder wordt. Een nieuwe dag begint. Hier kunen geen duizend
foto's tegenop [ik was ook te lui om mijn camera te pakken]; dit zijn
momenten die ik mijn levenlang als herinneringen bij mij zal dragen.
Wilpena Pound en Flinders Range naderen en ik ben blij als we er zijn. Wat
schetst mijn verbazing als de stilte van de omgeving plotsklaps bruut
doorkliefd wordt door housemuziek afkomstig uit de stereoinstallatie
staande in een verder verlaten gemeenschappelijke ruimte. 'Israeli's',
vermoed ik, 'ik ken deze muziek', denk ik en draai vervolgens het volume
tot bijna het minumum terug. Laat mij nu eerst eens even rustig bijkomen
voordat ik in de mood ben voor dit type muziek. Ik ben nog niet in mijn
kamer of ik hoor een Israelier vragen of wij hun muziek niet mooi vinden.
Tijdens het eten hebben we het goed gemaakt. Hij heeft mij kangoeroevlees
opgeschept, ik hem aardappels. En tijdens de afwas klonk uit dezelfde
stereo dezelfde muziek I would walk on water just to be with you . Milk
Inc.; die Belgen toch!
Dit is echter niet deel een van de titelverklaring. Nee, die gaat nog een
tandje verder. Van de acht personen die ons clubje nog telt (nadat we
degenen van de driedaagse tour netjes gedropt hebben) trek ik het meeste
met de Engelsen op. Vreselijk lachen met die lui. Ik om hun vreselijk
beleefde spraak en gedrag, zij om mijn directe versie daarvan. Adam & Amy
(die ik al sinds mijn vertrek uit Cairns ken) en James en Amy zijn degenen
met waarmee het kaarten dikke pret is. En dan spelen we bij voorkeur
Shithead (omdat ik daar goed in ben en zij te beleefd zijn om tegen te
sputteren; nee hoor, zo erg is het nu ook weer niet). Het is HET spel
onder reizigers. Het is een soort pesten voor gevorderden. Eenvoudig met
in ieder land waar ik het speel andere regels. Het principe blijft echter
hetzelfde: zie zo snel mogelijk van je kaarten af te komen. Degene die
verliest is de shithead.
En zo voelde ik mij ook. De volgende dag pas, na het 'doen' van de
'wandeling'. Ten eerste was het geen wandeling maar een regelrechte klim-
en klauterpartij en ten tweede was het geen doen. Maar wel de moeite
waard! Uitzicht over en overzicht van Wilpena Pound en Flinders Range.
Weer een prachtig stukkie natuur. Langzamerhand verandert rood in groen;
we naderen de kust.
Wijnproeven is altijd leuk en lekker. Daarom scheuren we met bus en al op
weg naar Clare Valley; een van de wijngebieden boven Adelaide. Onderweg
stoppen we nog bij een ruine van een negentiende eeuwse nederzetting met
begraafplaats (ik zou er nog niet willen wonen, laat staan begraven willen
worden). Riesling en Chardonnay, wit en koud, waarvan de laatste de
lekkerste was. Daar heb ik het bij gehouden. Gevolg? Een slapende bus op
weg naar Adelaide.
Knal, boem, wat was dat? Ik schrok mij naar! Ik lag bijna voor in de bus.
Verdwaasd keek ik om mij heen. Nee, niets gebroken, niemand niet trouwens.
Bus ook nog heel. Ik keek naar buiten en zag het antwoord op mijn vraag:
een verkeerslicht dat op rood stond.
Een verkeerslicht???? JIPPIE!!! Het drong nu pas tot mij door. We waren
weer in de bewoonde wereld. Mjammie, ik kon de cappuchino en de muffins al
ruiken; wat zeg ik: proeven! Met ruim tweeduizend kilometer op de teller
konden mijn busbillen eindelijk rusten. Ruim vierduizend kilometer desert
in twee weken; tijd voor wat kustlijn.
En de rest van de dag? Inchecken, douchen, e-mails lezen, eten en slapen.
Morgen weer een dag. Met nieuwe plannen; voor een nieuwe tour; met meer
shithead en meer busbillen.
|