| Aankomst | Vrijdag, 12 September 2003 |
| Vertrek | Maandag, 15 September 2003 |
| Laatste update | Zaterdag, 10 Januari 2004 |
Watermerk
Volgens mij hebben de mensen in Afrika over het algemeen een ander besef van tijd. En daarmee van snelheid en van versnelling. Die formules, zo leerde ik ooit tijdens natuurkundeles, zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik heb nooit naar bewijs hiervoor gezocht. Hier in Afrika heb ik het simpelweg gekregen. Begrijp mij niet verkeerd, het is niet beter of slechter; het is anders. Ik heb mij verwonderd over de bedeesde voortgang van de locals. Het ongenaakbare in dat wat het midden houdt tussen waggelen en schrijden. Rechte rug, doos, zak of pakket van enorme omvang en/of gewicht op het hoofd. Het was even schakelen voor mij dat geef ik onmiddelloos toe. De klok wijst dezelfde tijd aan als in Nederland alleen het tempo is anders. En omdat het soms zo westers is hier, met megasupermarkten, luxe auto's en mobiele telefoons, verwacht je soms een insgelijk leefritme. Niets is minder waar. 'Jemig, schiet eens op', is een nutteloze gedachte.
Na een lange dag van reizen aangekomen in Maun, stoffig, verwaaid en snakkend naar een douche probeerden we (Helen & Emiel en ik [tsja, daar komen we echt nooit meer van af, zo zullen ze gevreesd hebben]) informatie te verkrijgen over prijzen en mogelijkheden met betrekking tot: a) overnachten in dit kamp, en b) tours/trips naar de Okavanga delta. Werkelijk hoe een geen antwoord kun je op deze toch redelijk eenvoudige vragen krijgen. Alsof we in Sanskriet stonden te lullen. 'K doch da'k gek wier! En het ergste is nog, bij het vorige kamp waren we weggelopen omdat ze ons zo buitenaards aangekeken hadden toen we hetzelfde hadden gevraagd. Herformuleren in korte zinnen, basic woordgebruik en meer van dat soort taaltechnieken boekten uiteindelijk meer resultaat. Nu was het onze beurt om megastupide terug te blikken. Hoe duur??? Twee dagen, een overnachting, inclusief eten, bush trip, mokorotocht en retourvlucht in de delta: minimaal US$ 450,--. Keng!!! Daar zag ik zelf even de humor niet meer van in. Grenzeloos wordt bodemloos zeg maar. Eerst maar eens een nachtje over slapen.
De volgende dag Maun zelf in. Lekker shoppen bij de megasupermarkt Spar (waarom zijn het in Nederland dan van die kleine buurtsupertjes?) en zowaar twee emails in een half uur kunnen versturen. Ik zal je de prijs besparen. Kaarten versturen totdat je het postkantoor uitgezet wordt, omdat het het half twaalf is en ze op zaterdag om elf uur sluiten. Je verwonderen over het aantal schoenenzaken, minstens tien in een dorp van twee straten. Ik zal je wat vertellen: de Bata zit écht overal ter wereld.
Teruggekomen in het kamp besluiten we de rib uit het lijf te trekken en de tweedaagse Okavanga delta tour te gaan boeken. Wat denk je? Alle kantoren zijn dicht, dus helaas... Maandag weer. Hoe flexibel ben je? Diep ademhalen, slikken en dan besluiten dat je je niet gek laat maken door een maatschappij die geen info-overflow maar underflow heeft. Het wordt de eendaagse mokoro trip.
Een mokoro is feitelijk een lekke kano. Een uitgeholde boomstam met een laag riet er in dat het ergste, via de bodem binnengekomen deltawater moet absoberen. Giethoorn, Venetië? Ongetwijfeld stukken mooier, goedkoper, dichterbij of wat al niet meer. Dat is de mens anno 2003. Reist de hele wereld af, maar is nog nooit in het Anne Frank huis geweest (er staat altijd zo'n lange rij voor de deur). Weet amper wat de Biesbosch is, maar spreekt over Okavanga Delta alsof het haar eigen achtertuin is. Mensen zijn wonderlijke wezens.
Verbazingwekkend hoe genieten, mits je eenmaal zit, het is. Platte kano, ongekend stabiel, waarmee je net boven het wateroppervlak door het riet schuift. De pooler prikt in een loom tempo de stok in het maximaal één meter diepe water. Vogels, krekels en verder niets. Het lijkt verdraaid wel een Hollands landschap. Een buffel is echter geen koe; een baobab geen populier. Ergo; het landschap is Afrikaans. De tijd en mokoro vlieden door vier dimensies en het leven is goed. Met een natte broek stappen we aan het einde van de dag uit de boot. Het watermerk van de mokoro op onze billen. Het zal verdampen in de warmte van de namiddagzon.
De volgende ochtend is het wederom op een tijdstip tussen het verbleken van de maan en het opkomen van de zon, als ik langs de asfaltweg sta, wachtend op één van de vele minibusjes die mij een lift naar het busstation zal geven. Op het busstation staan de locals netjes te wachten. Naast mij een vrouw met twee kleine kinderen. Een zoontje van een jaar of drie en een baby. De driejarige gaapt mij aan. 'Hij slaapt nog', verexcuseert zijn moeder zich, de baby met een badlaken op haar rug bindend. Zowel zij als ik weten dat een blanke in de bus het aangapen waard is. In de bus wil hij mijn jaarclubbij die nog steeds trouw aan mijn rugzak hangt, hebben. 'Nee', zeg ik, spelen mag, maar de bij is en blijft van mij.'For good luck', zeg ik tegen iedereen die naar het hoe en waarom van dit knuffelbeest vraagt. Mijn beschermengeltje. 'Ook engeltjes hebben angeltjes' staat ergens op onze jaarclubkleding. Waarom schiet zoiets mij nu hier te binnen?
Tok. Met een droge klap staat er weer een stempel in mij paspoort bij, Botswana uit en Zimbabwe weer in. Inkt op papier. Ineens zit ik weer in de mokoro in de delta. Het waterland met zijn watermerk. Herinneringen in mijn geheugen opgeslagen. Daar kan geen stempel tegenop.
Foto's
|