| Aankomst | Woensdag, 24 Oktober 2001 |
| Vertrek | Dinsdag, 30 Oktober 2001 |
| Laatste update | Donderdag, 8 November 2001 |
Bruisende branding
De
busreis naar Trivandrum was een eitje en het ging allemaal van een leien dakje.
In Trivandrum aangekomen, was het inmiddels twee uur 's middags en viel de afstand
tussen bushalte 1 (aankomst) en 2 (vertrek) een beetje tegen. Dus liep ik, voordat
ik er goed en wel erg in had, weer hard te zweten en mijn rugzak te verwensen
(wat kan ik er de volgende keer toch uitlaten, zodat ie lekker licht is of in
ieder geval: lijkt?).
Bij de bushalte aangekomen zag ik een meisje zitten. Het bleek een Joods meisje
uit Israel te zijn en ik raakte met haar aan de praat. Dit bleek de beste afleiding
tegen mijn vermoeidheid, want ook in Kovalum (15 km van Trivandrum) was het
wederom een klein half uur lopen met rugzak en ik kon eigenlijk gewoonweg niet
meer. Maar even doorbijten en gewoon als een zombie achter haar aanlopen en
het kwam vanzelf weer goed. (Voor wie het nog niet in de gaten had; toeval bestaat
niet in India. Op de een of andere manier is de redding altijd nabij.) Prima
hotelletje voor een bodemprijs (tsja, het blijven handelaren he?), met een goeie
douche en een restaurant waar ik, inmiddels een beetje opgekalefaterd, een lekkere
pizza heb besteld (de momenten waarop je de voordelen van toerisme benut!).
En
toen keek ik voor het eerst eens goed naar waar ik terecht gekomen was. Een
klein paradijsje!!! Voor mij zag ik een bruisende branding (je kent ze wel;
uit de Macleans en Fa-reclames van de jaren zeventig), wuivende palmen en een
klein, schattig strand. Dit alles gelegen in een kleine baai met op de punt
een vuurtorentje. Kan het lieflijker? Ik voelde mij meteen thuis! Hier blijf
ik voorlopig!!!
De zonsondergang was de mooiste die ik tot nu toe in heel India gezien had;
een vurige oranje rode bal, die langzaam achter de horizon wegzakte. Ik wist
het nu helemaal zeker: als ik terug ben in Nederland, ga ik aan de zee wonen.
Land's End
Als er hemelsbreed op nog geen 100 kilometer afstand drie wateren bijelkaar
komen, dan moet ik er na toe! dat is namelijk nog eens iets anders dan 'waar
Maas en Waal tezamen komt' (van het welbekende koekblik dat in ieder huishouden
ooit wel eens op de ontbijttafel heeft gestaan). We hebben het hier over het
plaatsje Kanyakumari of te wel Cape Comorin. Hier komen de Bay of Bengal, the
Indian Ocean en the Arabian Sea tezamen. Het was een busreis van drie en een
half uur, maar omdat ik weer eens de enige buitenlandse toerist was, mocht ik
voorin naast de chauffeur zitten. Op een stoel nog wel en ik kan je vertellen,
dat is klasses beter dan een bank! Voetjes op het dashboard en gaan.
Begin van de middag aangekomen en wat denk je: feest in 't durrup! Voor zover
je in India na drie weken nog niet gehoorgestoord bent van het geclaxonneer,
geschreeuw en wat voor herrie nog meer zij, dan wordt je het wel tijdens een
feest. Ongeacht of je trommelvliezen het kunnen hebben, wordt de volumeknop
op maximaal gezet. Heel erg jammer dat ze dan van die Japanse apparatuur hebben
en ze nog niet in de gaten hebben dat standje maximaal er alleen voor de sier
op zit. Dus met al je vingers in je oren, loop je dan wat rond en aanschouw
je eigenlijk de ware Indiers.
Kleurrijk
in hun mooiste sari's en dhoti's gekleed, aanschouwen ze een processie met olifanten,
de lokale fanfare (nog meer herrie) en natuurlijk een beeld van een god die
hun ongelofelijk veel geluk gaat brengen en daarom vol wordt gehangen met bloemen-
en fruitslingers. Heel indrukwekkend om te zien. (Dus af en toe vingers uit
je oren om ook hiervan een paar plaatjes te schieten.) Tevens het Gandhi Memorial
bezocht. Een eenvoudig gedenkteken op deze (heilige) plaats waar hij de mensen
oproept vreedzaam samen te leven.
Vol met nieuwe indrukken en stof tot nadenken en schrijven ben ik weer in de
bus gestapt. Drie dagen om alles op een rijtje te zetten en nieuwe energie op
te doen; wat een luxe.
Can you cope with the loneliness?
vroeg het Zwitserse meisje dat zelf veel gereisd had en op het strand even
een praatje met mij kwam maken. 'Yes', zei ik ferm. Tegelijkertijd dwaalden
mijn gedachten af naar de afgelopen dagen. Het was 24 oktober toen ik hier aankwam,
de dag waarop ik precies 32 1/3 jaar oud was en An & Inno (mijn zus en zwager)
3 1/2 jaar getrouwd waren. De avond waarop ik mijzelf op een copuleuze vismaaltijd
trakteerde (als er iets te vieren valt; zeker niet nalaten!) en de avond dat
ik mij heel goed realiseerde dat ik alleen was. Dat zijn de momenten dat je
zou willen dat je een soort teletijdmachine van professor Barrabas had, die
je heel eventjes kon gebruiken om mensen hierheen te halen. Even mee laten genieten
van het paradijsje waarin je zit en zelf heel even genieten van het heel even
bijkletsen...
Vervolgens schoten mijn gedachten naar de film Cast Away die hier in het restaurant
gedraaid had. Een film die ik in Nederland al had gezien, maar waarvan ik het
slot hier nog een keer bekeken heb. Het gaat over een man (gespeeld door Tom
Hanks) die in een vliegtuigje zit, dat in een storm terechtkomt en neerstort.
Slechts 1 overlevende: Tom Hanks. Hij spoelt aan op een onbewoond eiland en
weet zich te redden. Het fotootje van zijn vrouw geeft hem iedere dag weer moed
om te overleven. Na een jaar of twee ziet hij kans om op een vlot het eiland
te verlaten en wordt gered. Iedereen dacht dat hij dood was en zijn vrouw is
inmiddels opnieuw getrouwd en heeft een kind. Geen leuke situatie dus en de
vrouw is compleet overstuur en wil Tom terug. Tom gaat echter zijn eigen weg
en de film heeft een open einde. Hoe anders kijk je tegen zo'n film aan een
jaar later. Wat nou, er verandert niets in Nederland als je wegbent; er verandert
weldegelijk wat! De vraag is echter: wat zijn voor jou echt belangrijke veranderingen?
En dan realiseer ik mij, dat ook hier zaken in veranderen.
'Well', zeg ik vervolgens tegen Patricia, om mijn dappere yes van zoeven toch
iets te nuanceren, 'er zijn natuurlijk momenten dat ik mij eenzaam voel, maar
ik kom altijd weer 'toevallig' mensen tegen met wie ik even kan praten en dat
doet goed.' Ze knikt instemmend; reizigers onderelkaar; woorden zijn op dit
moment overbodig.
En zo kan het zijn dat ik hier op maandagavond weer lekker op een pc zit te
rammelen. Volledig opgeknapt door het warme zand, de krachtige golven en de
zon op mijn huid. Ik ben inmiddels best bruin, behalve dan mijn lachrimpels;
die blijven spierwit (goh, nooit gerealiseerd dat ik de afgelopen jaren zoveel
gelachen heb...). Morgen stap ik op de trein in Trivandrum op weg naar Agra.
Dat is 50 uur. Ik zal vragen of iemand na afloop een foto van mij neemt (grapje).
Voorlopig dus weer even 'uit de lucht'.
En een p.s. voor al mijn nichten: Denken jullie nu echt dat ik niet weet wie
jullie zijn? Natuurlijk wel! Al mijn grote nichten, waar ik altijd enorm tegenop
gezien heb, want die waren al groot, hadden barbies, mooie kleren [herken je
je jurk op de Jackie Turbo foto, Astrid?], wisten de nieuwste balspelen en als
je geluk had mocht je meedoen, gaan zich voorstellen!?! Jullie weten waarschijnlijk
niet half hoe familieziek ik ben. Ik wed dat ik de meeste geboortedata, woonplaatsen,
familieverhalen, achterkleinkinderen van allemaal kan noemen, dus kom maar op!
Wat ik dus eigenlijk wil zeggen, is dat ik het ontzettend gaaf vind dat jullie
(al dan niet 'gedwongen' door jullie ouders) een kijkje nemen op deze website
en een reactie achterlaten in mijn gastenboek. Geweldig!!!
Een treintje ging uit rijden...
Eindelijk was het dan zover; de treinreis van Trivandrum naar Agra. Een kleine
2800 km in 52 uur. Maak je dan wat mee? Ach...
's Middags om twee uur stapte ik in. Gelukkig nog rustig zodat je je eigen
bagage nog kwijt kunt, want als die Indiers instappen, berg je dan maar! Complete
volksverhuizingen, wat die mensen allemaal meesjouwen; ik weet het niet, maar
een ding is zeker; het is echt te veel!
[Even een korte schets van de trein: 20 coupe's en een loc en in iedere coupe,
negen compartimenten. Gangpad is rechts, zoals die Belgische treinen ook hebben.
Echter, niet zo luxe natuurlijk; alles open en aan het gangpad ook nog twee
in lengte richtinggeplaatste bedbanken. In het compartiment zijn aan beide zijden
drie bedden, waarvan de middelste overdag ingeklapt wordt en als rugleuning
dient. Kortom; je zit met z'n achten in zo'n compartiment.]
Op het station had zich reeds een Indische gast van een jaar of 25 zich aan
mij opgedrongen en het was meteen duidelijk; dat zou mijn 'beschermengel' van
deze reis worden. (Ik heb namelijk iedere reis iemand die zich op de een of
andere manier verantwoordelijk voor mij voelt. Dat is best handig, want je kunt
ze voor alles inzetten.) Verder zaten er nog een man en nog een jongen. De trein
vertrek en het feest kan beginnen! De schoenen (kwaliteitje plastic) en sokken
gaan uit en wie schetst mijn verbazing als er uit iedere tas een paar gloednieuwe
teenslippers (heel de wereld loopt er op; ik mis de mijne...) tevoorschijn komt.
Natuurlijk; als je twee dagen in de trein zit; koop je nieuwe teenslippers;
stom, had ik kunnen bedenken.
Het volgende station is meteen bingo. Een 'zakenman' stapt in. Natuurlijk met
samsonite attachekoffer (zonder koffer ben je in dit land niets en ze hebben
allemaal zo¡Çn type dat zo lekker je schenen kapot stoot) en een
kartonnen doos. Deze laatste is precies 1 centimeter te hoog voor de bank, maar
die moet en zal toch onder die bank. Nogal vermoeiend als blijkt dat de koffer
ook eronder moet. Dan voltrekt zich het schier onmogelijke: hij gaat mijn rugzak
verplaatsen!!! Nou, dat had 'ie nu net NIET moeten doen! Sneller dan het licht
lag mijn rugzak weer op zijn oude plaats; geen grappen graag!
Gelukkig begreep hij het in 1 keer en konden verdere acties uitblijven (ook
schier onmogelijk, maar soms heb je geluk.) Na een half uur is het dan zover,
de bagage is geparkeerd; iedereen kan nog zitten en de rust is weer wedergekeerd.
Echter niet voor lang, want we heben een pantrycar in deze trein. Dus komen
de 'obers' van deze trein langs met, je raadt het al: chai-chai-chai-chai (het
monotome geschreeuw echoot nog na in mijn oor), coffee-coffee-etc, cold drinks-cold
drinks. En na het nuttigen van je consumptie smijt je alles lekker uit het raam!
Ontbijt, lunch, diner; het is er allemaal en het smaakt best wel. Ik weigerde
pertinent om alle verpakkingen uit het raam te gooien, maar ik werd hard uitgelachen
en vervolgens gooiden ze het voor mij uit het raam. (Daarna heb ik het zelf
ook maar gedaan... om nu tussen de thali (rijst met allerlei sauskledders met
chili's enzo) te gaan liggen slapen zag ik ook niet zitten).
En ja hoor; je kunt er op wachten; ze zijn nog niet uitgeboerd, gespuugd en
gerocheld of daar komt de eerste vragenkannonade: of je getrouwd bent en waarom
niet of je alleen woont en waarom. Waarom je vriend niet meereist en hoeveel
je verdient. Ik lieg wat af tijdens zo¡Çn reis! Mijn treinvriend
(om mijn beschermengel zo maar eens te noemen) is werkelijk geinteresseerd.
Hij is aardig hoogopgeleid en na wat geneuzel-gevraag komt hij dan toch to-the-point:
Of ik mijn eigen man uit mag zoeken. 'Ja', zeg ik. Nou dat is al heel wat. Aangezien
iedere Indier hooguit naar zijn vriendinnetje mag kijken (als hij die uberhaupt
al voor het huwelijk ziet), is het heel spannend om te vragen of het waar is
dat wij in Nederland wel mogen 'voorproeven'. Als je ook deze vraag positief
beantwoordt, begint hij te lachen. Als ik vervolgens vertel dat er mensen zijn
die niet trouwen, maar samenwonen, worden zijn ogen groter en als ik zeg dat
die mensen dan ook gewoon kinderen krijgen, valt hij bijna van de bank. 'Holland
is freedom', zegt hij vol bewondering. 'Ja', zeg ik in mijn enthousiasme, 'het
moet wel een paradijs voor je lijken!' Vragend gezicht tegenover mij; paradijs?
Stom, het is een Hindoe; weet hij veel wat paradijs is!
De trein dendert gestaag voort; het is werkelijk heerlijk om 's nachts of overdag
in de deuropening te staan en de wind door je haren te voelen terwijl je naar
buiten kijkt. De deur hoort wel dicht te zijn, maar niemand die zich daar aan
houdt. Het is wel even schrikken als je over een brug rijdt en je ziet ineens
meters onder je alleen maar water. Het landschap is echt net een film die aan
je voorbij trekt en het is echt een machtig gevoel van vrijheid wat mij dan
bekruipt! Dit is echt genieten!
Tijdens de stops op de stations bespringen alle kooplui de trein en verkopen
echt alles wat los en vast zit. Regelrechte troep, maar als het maar glimt,
dan is het oke. Natuurlijk tientallen bananen-, pinda-, Indiase happen-, chai-,
coffee-, en frisdrankverkopers. Schoenmakers, zwervertjes die de trein schoonvegen
en bedelende, kreupele en aan lepra lijdende kinderen, verzin het maar, het
dringt en perst zich allemaal de trein in. Met hart en ziel verdedig ik Beone,
want dat is object nummer 1 dat de aandacht trekt. 'Monkey' zeggen ze dan terwijl
ze er al naar grijpen voor je er erg in hebt. Nee dus, maar dat ga ik ze niet
vertellen.
Ik schrijf wat in mijn dagboek, lees wat, slaap wat en praat wat met mijn medereizigers.
Het zijn vroege slapers en zeer vroege ontwakers die Indiers! En dat ze dan
ruzie hebben s morgens om half zes (waarschijnlijk probeerde weer iemand toch
nog wat extra bagage ergens tussen te proppen) en staan te schreeuwen dat het
een lieve lust is, zonder dat er ook maar 1 iemand is die er aan denkt dat jij
nog ligt te slapen; ach dat hoort erbij. En dat je veel oude treinen hebt in
India, maar dat dit ongetwijfeld de oudste en zwartste trein van het hele land
is, dat neem je ook voor lief. Er zal vast in het volgende hotelletje wel weer
een douche zijn.
Zo slingert de trein zich van het zuiden aan de westkant langzaam omhoog naar
het oosten richting Madras. Net voor deze stad gaat de route verder omhoog naar
Vijayawada aan de oostkust, naar Bhopal (of ik weet wat daar ooit gebeurd is...)
in het midden. En dan voor ik het eigenlijk in de gaten heb, nadert Agra. Eindpunt
voor mij. Pikzwart en compleet mijzelf ruikend pak ik mijn rugzak. Na 52 uur
met mijn medereizigers in het compartiment te hebben gezeten, worden er handen
geschut en wordt mij veel gelukt gewenst. Ze zijn nieuwsgierig naar mijn vriend
die mijn op komt halen, maar ik moet ze teleurstellen; hij wacht op mij in het
hotel (hoe heb ik het verzonnen!). Als ik mij op het perron nog 1 keer omdraai,
zie ik vier zwaaiende handen uit het raampje steken. Geweldig land, geweldige
mensen.
Foto's
|