| Aankomst | Dinsdag, 20 November 2001 |
| Vertrek | Zaterdag, 24 November 2001 |
| Laatste update | Donderdag, 13 December 2001 |
Van Curryland naar Yetiland
Na een kleine week in Varanasi te hebben vertoefd, moest het er toch maar eens
van komen; de grens over naar het volgende land: Nepal. Mijn vierde chakra (buik)
was de hele week al uit zijn hummetje, hetgeen iedere toiletgang tot een spetterend
festijn maakte. En dat terwijl ik eigenlijk de voorafgaande acht weken, op een
uitzondering na, nauwelijks last heb gehad van een zich verzettend spijsverteringssysteem.
Ik had besloten op maandagmorgen om 7 uur de bus van het lokale busstation
te nemen. Op de valreep toch maar een toeristenbus geboekt via het hotel. Dat
was wel iets duurder, maar twee dagen in een lokale bus leek mij toch iets te
veel van het goede. Het is maar goed dat ik toen nog niet wist wat mij te wachten
stond
Dankzij het organisatietalent van de 'manager' van mijn 'hotel'
zat ik de volgende ochtens om 7 uur samen met een Japans meisje in een riksja
(gelukkig Japans, die hebben niet van die dikke achtersten want ook de riksja's
zijn voor 1,5 personen (net als de busbankjes) ) op weg naar het vertrekpunt
van de toeristenbus.
Toeval bestaat niet heb ik al zo vaak opgemerkt en dat bleek ook vandaag weer
bewaarheid te worden. Bij het verzamelpunt zag ik namelijk een meisje waarvan
ik zou zweren dat ik ze eerder had gezien. Het bleek een Nederlandse te zijn
(Jolette) en met een vriendin (Julia) die samen voor drie en een halve maand
op reis zijn in India en Nepal. We kletsten wat maar kwamen er niet uit waar
we elkaar van kenden. Maakt ook verder niet uit.
Niet helemaal topfit stapte ik in de bus en tot zover alles oke. Naarmate de
dag vorderde begonnen mijn darmen een spelletje met mij te spelen: ene toiletstop
vloeibaar, volgende toiletstop: obstipatie. Hoe dichter we bij de grens kwamen,
des te beroerder ik mij voelde van de buikkrampen. Ik zag er enorm tegenop om
zelf een overnachting aan de grens te moeten regelen en de volgende dag weer
een bus te moeten zoeken die naar Pokhara zou gaan. Maar ook nu weer was de
oplossing nabij. Ik kon gewoon de andere helft bijbetalen en dan was alles geregeld;
overnachting en de bus van de grens naar Pokhara.
Onder
toeziend oog van Jolette en Julia, waar ik ondertussen al verder mee had kennisgemaakt
en had zitten kletsen, heb ik de laatste kilometers tot de grens liggend in
de bus doorgebracht. Aan de grens ben ik blind achter de dames aangelopen; groen
van ellende. Uitschrijfkaart voor India invullen en vervolgens letterlijk de
grens India-Nepal over lopen. Ook hier weer een mooie foto, nu van het bord
aan de grens, laten schietenomdat ik het gewoonweg niet meer kon opbrengen om
mijn fototoestel uit mijn rugzak te halen. Nou dan weet je wel dat ik echt beroerd
ben
Aan de Nepalese kant van de grens moest ik naast de 'invoerkaart' van Nepal,
ook nog een visum regelen. Als in een droom heb ik alle formulieren ingevuld
(het was al zeven uur 's avonds en pikkedonker) , dertig dollar en een pasfoto
over de balie geschoven en het was rond; dik stempel in mijn paspoort erbij.
Eten en slapen ging gelukig een stuk beter. De volgende dag eerst met een jeep
naar het vijf kilometer verderop gelegen busstation. Hoeveel Europeanen en Aziaten
er in het kleinste type jeep passen? Wel, zes achterin (benen aan de achterkant
uitstekend, omdat er, hoe praktisch, ook nog een tafeltje in de jeep was gemonteerd
en niet alle rugzakken op het dak pasten en dus op schoot of iets dergelijks
moesten!) en dan nog 2 Japanse meisjes (die met die kleine kontjes) naast de
chauffeur op de voorbank. En dat is natuurlijk heel gewoon, maar ik was blij
dat we over konden stappen op een ander vervoermiddel.
De bus naar Pokhara was van het type ik-weet-niet-of-ik-het-haal-maar-zo-niet-dan-zien-we-wel-weer-verder
en waar de bus van Varanasi naar Sonauli (de grens) nog exclusief voor toeristen
was, was deze bus toch iets lokaler ingesteld. Binnen no-time hoorde ik de kippen
alweer van onder de stoelen (ja, zo luxe nog wel) kakelen en stond het gangpad
vol Nepali gestouwd.Op zich verliep ook deze busdag wel voorspoedig, maar ik
voelde mij al snel weer net zo beroerd als de dag ervoor. In Pokhara ben ik
uit de bus gestuiterd en heb ik het regelen van de taxi aan Jolette en Julia
overgelaten. Toen ik terugkwam van het toilet, vroeg ik mij serieus af wat er
gebeurd was. De dames zaten doodleuk aan de thee, terwijl alle taxi- en hotelleurders
op een meter afstand keurig stonden te wachten (waar ze ons vijf minuten van
te voren nog bestormd hadden). Dit had ik nog nooit meegemaakt! 'Oh', zei Julia
doodleuk, 'ik heb ze gezegd dat we eerst onze thee opdrinken en dan pas beslissen
wat we gaan doen.' Ik stond perplex en dronk ook maar een theetje mee. Uiteindelijk
naar heel wat geharrelwar een taxi genomen en een hotelletje gevonden. En wat
een andere wereld!!! Een grote Westerse toeristenstraat die weliswaar niet geasfalteerd,
maar wel schoon is en waar je 'echte' winkels (zelfs een supermarkt) hebt waar
je alles kunt kopen, eten en drinken wat je wilt en waar de discoversie van
de titelsong van Titanic je tegemoet komt!
Na een nacht die begon op een manier waarvan ik dacht: 'Als het zo moet, kom
ik hem nooit door (hoofdpijn, misselijk), viel het achteraf mee en heb ik heerlijk
geslapen. De volgende ochtend gezond weer op en alles was weer oke. Ik was eindelijk
in staat om in mijn paspoort te kijken; ja het was echt waar: ik heb een visum
en ik ben in Nepal!!! (Jolette en Julie: bedankt!!!)
Foto's
|