| Aankomst | Vrijdag, 11 Januari 2002 |
| Vertrek | Dinsdag, 15 Januari 2002 |
| Laatste update | Vrijdag, 18 Januari 2002 |
Beau Monde
Met India-achtige verwachtingen ten aanzien van Cambodja, stapte ik om
zeven uur 's morgens bepakt en bezakt achterop het brommertje dat mij naar
de bus zou brengen. Eindpunt: Siem Reap, Cambodja. Even dacht ik nog dat
het brommertje zou gaan steigeren van al het gewicht dat zich achterop
bevond [ik weeg bepakt en bezakt volgens mij minstens net zoveel als vijf
Thai], maar het viel mee. In het minibusje kunnen dan altijd weer meer
mensen dan je denkt en zo reden we met zijn twaalven richting grens. Ik
bekeek in de tijd dat we in de file stonden om Bangkok uit te komen, nog
eens goed mijn ticket. Oeps, daarop stond: bus en pick-up truck. Dat is
even slikken. Iedereen weet dat de wegen in Cambodja weliswaar highway
heten, maar dat verre van zijn. En pick-up truck klinkt avontuurlijk, maar
is met een tiental locals of meer als je pech hebt, die niet echt zitten te
wachten op backpackers, afzien op een paar vierkante meters. Gezeten op
zakken rijst, met kotsende mensen om je heen en moeders die een poging doen
om hun kleine de borst te geven, hetgeen uiteindelijk dankzij het niet zo
stabiele wegdek resulteert in rondspuitende melk en met meer dan dertig
graden plakt dat ook behoorlijk, gaat de reis verder. Daarnaast hebben
kleine kinderen er de grootste lol in om hun ellebogen uitgerekend in jouw
rug te zetten en kapt die truck er halverwege mee en moet je overstappen in
een kleinere truck waar al zakken rijst, mensen en een motorfiets opzitten
en staan en moet alles van de eerste truck er nog bij. Dat lukt dan wonder-
boven-wonder, maar je vraagt je af of je daar blij moet zijn. Na tien uur
reizen ben je als een zombie. (met dank aan de backpackers die van Phnom
Penh kwamen en mij hun [deze] ervaringen vertelden) Alhoewel deze details
mij op dat moment nog niet bekend waren, leek het mij niet de meest ideale
manier van reizen. Er was geen weg terug en ik zou wel zien. Wie schetst
mijn verbazing als er aan de andere kant van de grens weer een minibus
klaar staat! Dat is luxe! De eerste meevaller in Cambodja. En er volgden er
meer. De wegen zijn helemaal zo slecht niet (of is dat omdat je in India
echt slechte wegen hebt meegemaakt?) en het guesthouse was ook best schoon
en had een groot goed bed; wat wil je nog meer?
De volgende dag vroeg ik mij serieus af of ik niet in het verkeerde verhaal
terecht was gekomen; Siem Reap was een puur Frans koloniaal stadje en
helemaal geen met plaggenhutten bezaaide moddelpoel. Water in het midden en
aan beide zijden heuse avenues met villa-achtige huizen en hotels. Schoon,
ontwikkeld en groen in een autentieke 50-er jaren sfeer. Het leek wel een
sprookje. Restaurants volop en ook hier kijkt men niet op een dollar meer.
En zo fotogeniek! Ik moest mijn beeldvorming van Cambodja duidelijk
minstens 180 graden bijstellen.
Een mens gaat niet zomaar naar Siem Reap. Het is de plaats die het dichst
bij de tempels van Ankor ligt en zonder overdrijven behoort dit hele
tempelgebeuren tot een van de [hedendaagse] zeven wereldwonderen. Dat
gingen we eens grondig aanpakken en met een drie-dagen ticket moest dat
gaan lukken. Een kleine intro voor de mensen die net als ik in eerste
instantie een vraagteken erachter zetten bij het horen van de naam Ankor
Wat. In de tijd dat Europa zwolg in haar eigen donkere middeleeuwen,
volgden hier de koningen elkaar in rap tempo op. Een idere voelde zich om
goddelijke en/of zichzelf verheerlijkende redenen geroepen om een tempel te
bouwen. Ruimte genoeg hier en men keek niet op een paar vierkante
kilometer. Het gevolg is dat in een gebied van een dertig vierkante
kilometer er heel wat tempelgroepen uitgestrooid over het landschap liggen.
Ankor Wat is de bekendste tempel van allemaal en de tempels die hier in de
buurt liggen vallen allemaal onder de naam de tempels van Ankor. En ik moet
zeggen, ze hebben leuk hun best gedaan.
Dag een was weer het beroemde afzien-om-de-zon-op-te-zien-komen en dat
betekende vijf uur 's morgens verzamelen. De mensen waarmee ik op pad zou
gaan, heetten duidelijk geen Bouter, want om vijf uur heb ik op alle deuren
staan kloppen (ze zouden toch niet zonder mij vertrokken zijn; nee, allen
waren nog in diepe rust). Afijn, je telt een paar keer tot tien en bedenkt
je dat je anders morgen weer kunt gaan kijken, alhoewel de gedachte
overheerst dat je er een godsgruwelijke hekel aan hebt om vroeg op te staan
en dan door toedoen van anderen nog te laat te zijn. Hoe leerzaam is
reizen. Gewapend met je ticket met pasfoto zie je dan de zon opkomen en
denkt: "best mooi" en constateert vervolgens dat je jezelf wel moet
resetten als je een nieuw land in gaat, want natuurlijk was Annapurna Base
Camp mooier. Die hebben ze hier echter niet. Nog slaperig loop ik een
beetje rond en loop weer terug naar de uitgang alwaar mijn taxi driver
(mannetje met brommertje die mij de hele dag rond rijdt) staat te wachten.
Pas bij de volgende tempels heb ik in de gaten dat ik zojuist in, op, bij,
tusen Ankor Wat heb gestaan en nog niet eens goed gekeken heb. Dat komt nog
wel een keer. Tot een uur 's middags tempels bekeken en toen was ik
uitgeput. Genoeg voor vandaag. Toch 's avonds nog even een sunset
meegepikt, maar het was bewolkt. Dag drie wilde ik naar een paar tempels
die op een kleine twintig kilometer afstand lagen. Dat was flink brommeren
voor mijn taxi driver! Deze dag meer achterop de brommer gezeten dan
tempels gezien en het ging als een speer. Het landschap hier is simpel maar
zo mooi; groen,rijstvelden afgewisseld met wat dorpjes waar de bewoners nog
naar je zwaaien, want zoveel toeristen komen hier niet. Als ik mijn ogen
dichtdeed, zag ik mijzelf als in een film a la Catherine Deneuve,
schrijlings op een paard gezeten, gekleed in katoenen zomerjurk met strak
lijfje, pofmouwen en ruisende rokken en met een grote strooien hoed die met
een voile sjaal onder mijn kin vastgeknoopt zit, door het landschap
galopperen. Net echt.
Dag drie heb ik als een heuse die hard de laatste interessante tempels
gezien en ook Ankor Wat nog eens grondig onder handen genoemen. En ik moet
zeggen; het is absoluut de moeite waard. Tijdens de siesta liep ik langs
het boekenrekje in het guesthouse en zag een exemplaar van het Nederlandse
glossy magazine Beau Monde liggen. De kaft was er af en had geen idee van
wanneer dit nummer was. Gelukkig doet dat er bij dit soort bladen niet toe
en binnen een minuut was ik verzonken in de modereportage van Guusje en
Esmee die in Versace en Dolce & Gabana kleding sexy de camera inloensen.
Ik
mocht samen met de vrouw van Ronald Koeman in Arnhem winkelen en las met
stijgende verbazing het verdedigingsverhaal (waarom zijn ze [nog] single)
van vrouwen als Tanja en Sandra. Gelukkig nog een lekker hekkesluitertje
van Yvonne Keeley [die ooit met haar hit: If I had words (to make a dream
come true), dat trouwens een popversie is van lichtklassieker Sains-Saens
{dan is het pas echt een lekker nummer}, met videoclip in een kerk
opgenomen in de jaren 70 Ad Vissers Avro's toppop hitlijsten beklom.] met
als kop: als Patricia en ik in London gaan shoppen, pakken we de
helicopter. Ik ging er helemaal in op en was voor 30 minuten weer compleet
in Nederland. Met het omslaan van de laatste pagina klapte het sprookje als
een zeepbel uit elkaar. Ik wist gedurende een paar seconden niet waar ik
was; ik lag op een bed te lezen in een kamer waar de ventilator zacht
zoemend en draaiend mij verkoeling bracht, o ja, op reis, Cambodja, Siem
Reap; ik was er weer. Vier uur 's middags zei de klok, mooie tijd om een
ommetje te gaan maken; fototoestel mee. Beau Monde, zeg dat wel.
Foto's
|