| Aankomst | Dinsdag, 29 Januari 2002 |
| Vertrek | Zondag, 3 Februari 2002 |
| Laatste update | Donderdag, 28 Februari 2002 |
Ee-h-een Prin-se van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje,
heb ik altijd geeerd
Alhoewel mijn visum nog zeker drie weken geldig was, stapte ik op 31 januari
het Nederlandse consulaat in Ho Chi Min City (Saigon) binnen om een uitnodiging
voor een borrel op 02/02/02 op te halen. Met meer dan gewoon enthousiasme werd
ik hartelijk welkom geheten om deel te nemen aan de festiviteiten die ter ere
van het koninklijk huwelijk, alhier in HCMCity door de consul-generaal en zijn
vrouw (Ed & Odilia voor insiders) georganiseerd zouden worden. Een koninklijk
sjieke uitnodiging met duidelijke instructies (feestelijke kleding) stelde mij
voor de volgende uitdaging: Wat trek ik aan? Jurk had ik nog wel in mijn rugzak
gepropt, maar schoenen en tas ontbraken en om nu op sandalen en met een rugzak
om aan te komen, vond ik wel heel erg alternatief.
Onheus bejegend van wel heel hoog opgelaaide oranjegevoelens, wil ik bij deze
opmerken dat ik na maanden niet, mij gerechtvaardigd voelde om ein-de-lijk weer
eens nieuwe schoenen en tas te kopen, hetgeen mijn gedrag toch in een ander,
wellicht meer bekender daglicht stelt. Hoe gemiddeld maat 38 ook in Nederland
mag zijn, hier wordt je voet met het grootste afgrijzen bekeken; wat een kolossen!
De lengte is nog tot daaraan toe, maar de breedte. Afijn, al het gestaar der
lokale schoenverkoopsters voor lief nemend, eindig ik met een paar bordeauxrode
muiltjes met half hoge hak (ter kuit-correctie) en een tasje in min of meer
dezelfde kleur. Dit moet weer bij het shirt passen dat om mijn heupen hangt
en waarmee ik hangbillen hoop te camoufleren. Hehe, ik had weer succesvol geshopt;
iets wat de voorpret alleen maar groter maakte.Toeval of niet, maar de vrouw
van de eigenaar van het guesthouse waar ik verbleef, had op de begane grond
een kapperszaak. Voor US$ 1 wilde zij mijn haar wel doen. En zo gebeurde. Ze
vroeg zich wel af wat ik aan zou trekken (daarbij wel heel bezorgd kijkend,
wat terecht is als je mij steeds in een t-shirt en korte broek met sandalen
en rugzak ziet binnenstappen), maar ik stelde haar gerust met de opmerking dat
ze over een uur nog maar eens moest kijken. Het voelde ook wel als een metamorfose
om in een jurk, op hakken, met make- up en gecoiffuurde kop de trap af te schrijden.
Het lieve vrouwke viel bijna flauw van schrik en bewondering en corrigeerd snel
nog wat scheefzittende kleding. Ik moest meteen mee naar buiten om aan de rest
van de straat (haar buren en zo) geshowd te worden. Geweldig; je blijft lachen.
Piccobello stapte ik in de door airco gekoelde taxi (so spoilish) en zonder
problemen gleed de taxi door de stad en stapte ik semi-elegant voor de residentie
uit. Het feest kon beginnen (want Jacq was binnen.). En wat zag mijn oog toen
ik binnenkwam? Een zeker niet onaantrekkelijk te noemen stulpje waarvan ik meteen
begreep waarom dat de residentie werd genoemd! Net iets anders dan het gemiddelde
backpacker hotel zeg maar. Verder stond de Philips beamer al te gloeien en zag
ik WA en Max in de koets stappen. In de ene hoek de mogelijkheid om met een
bordkartonnen WA en Max op de foto te gaan, in de andere hoek een heuse Heineken
tap. In het midden een uitdagende tafel vol champagne (waar ik ongeveer een
regendans omheen heb uitgevoerd.) en ik zal slechts een kleine selectie noemen
uit de delicatessenwinkel die verder het décor vormde; dit om onnodig
gekwijl op toetsenborden te voorkomen. Aldus: petit fours (verrukkelijk!), hamburgers
(smullen!), sate (heerlijk!), gevulde tomaten (zeer lekker!) en sandwiches (fantastisch!).
Ik zal jullie geruststellen; ik ben na ruim vier maanden reizen behoorlijk versloeberd,
maar ik heb mij ingehouden en ben zonder doggy bag naar huis gegaan. De bemensing
van het geheel was Heel Herkenbaar Hollands te noemen. Buiten kijf staat de
ongekende vriendelijkheid van de gastheer en gastvrouw (wie maakt zich nou druk
om zo'n loslopende landloperin als ik? Zij wel, en dat deed mij goed.) De meeste
gasten waren stelsgewijs al dan niet met kinderen (verkleed als prinsen en prinsessen)
aangetreden en vervulden een traditioneel rollenspel volgens de-reglen-der-expats-op-een-borrel.
Heel cosy en cool. Nooit eerder vervulden 'familienamen' als Heineken, Unilever,
Shell en Philips mij met meer aandoenlijke warmte. Het leek Nederland zelf wel.
Het bekijken van de huwelijksinzegening was meer dan gewoon tv kijken. In de
tropische warmte met heerlijke happen binnen handbereik, nippend van mijn champagne
en gezellig keuvelend met Carin (secretaresse van de consul), kun je ongestoord
wegdromen bij de beamerbeelden die als ondertiteling in eens te lezen geven:
'Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan;
rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder staan.' In
dezelfde setting is het op een een of andere manier hier ook veel romantischer
kijken (zo stel ik mij voor) want in Nederland ben je er al zo mee platgegooid
dat je zou willen dat het 'is een keertje achter de rug is'. Hier is het een
leuke gebeurtenis tijdens je reis. Mix dat met mijn lichte voorkeur voor groots
en meeslepend leven (veel mensen, veel aandacht, veel sieraad, veel emotie,
meeslepende muziek en meeslepend veel sleep) en iedereen begrijpt dat ik het
naar mijn zin had.
Ja, het is inderdaad even slikken als er weer eens voor je neus getrouwd
wordt. De waarheid gebiedt mij om te zeggen dat ik er geen traan om gelaten
heb. Zelfs de kus kon ik zonder knipperen aanschouwen. Hoe zal ik het
subtieler onder woorden brengen? Laat ik het zo zeggen: Na jaren geprobeerd
te hebben steeds weer de hoofdrol in een ieders leven te spelen (wat, hoe
raar, maar niet lukte), speel ik nu de hoofdrol in mijn eigen leven.
Sterker nog; ik heb ook de regie zelf in handen. Ik bepaal zelf wel wanneer
en wat wel en wat niet (vooral ook dat) gedaan wordt (en hoe verrassend;
dat gaat een stuk beter.), daar kan geen gouden koets, koninklijk protocol
of filmende NOB tegenop!
Aan het einde van de borrel werden de foto's die gemaakt waren uitgedeeld,
zodat we ook nog een tastbare herinnering aan dit feestelijke festijn hadden.
(We werden echter niet thuisgebracht). Na afloop met Arjan (Nederlander die
in Dalat voor VSO werkt) nog een biertje op de goede afloop gedronken en inpakken
maar weer; tijd voor een paar dagen strand
Iedere dag miljonair zijn
In Vietnam geldt, hoe paradoxaal het ook moge klinken, hoe Amerikaanser hoe
beter. Het lijkt dan ook het land van de onbegrensde mogelijkheden, zeker
als je Ho Chi Min City (Saigon) bezoekt. Deze stad is een gekkenhuis,
mierennest en bijenkorf tegelijkertijd. Terwijl je hier rondloopt geldt de
wet van de jungle, het recht van de sterkste en wie het hardst rijdt en het
grootste vervoermiddel heeft, krijgt voorrang. Hoe het zo lang goed kan
gaan vraag je je af, terwijl je gewoon oversteekt en hoopt dat geen brommer
je overhoop rijdt. Het doet mij het meeste denken aan de choastheorie.
Tijdens studie kregen we aardig wat modellen van organisatiekunde te
verhapstukken en bovengenoemde was er een van. Als ik mij goed herinner was
het idee achter deze theorie dat als je alles maar op zijn beloop liet
gaan, het in een organisatie vanzelf allemaal goed zou gaan. Do I need to
say more?
En als je denkt dat de dames handschoenen en mondlapje tegen de smog
dragen, dan heb je het helemaal mis. Dit is tegen het bruin worden. Ja, ook
hier vinden de whiteningcremes gretig aftrek. De grootste grap is wel als
een Vietnamese haar arm vergelijkt met de mijne en dan apetrots is dat haar
arm witter is. Vervolgens wijs ik dan op mijn blonde haartjes op mijn armen
en zie je ze toch een beetje sip wegtrekken. Alles is zo relatief. Waar je
in Nederland zegt: 'Doe de deur dicht, anders wordt het koud', zeg je
hier: 'Doe de deur dicht anders wordt het warm (en staat de airco voor
niets te vriezen)'. Waar je in Nederland al het eten zo hoog mogelijk zet
in verband met bacterien en zo, zet je het hier zo laag mogelijk; het
liefst op straat. Zou de koelte het winnen van de bacteriedichtheid hier op
straat?
Wat is verder nog opvallend te noemen? Het aantal illegale kopieen dat hier
van alles te koop is? Niet alleen merkkleding en merkspullen als tassen,
parfums en sieraden (nog nooit zoveel Gucci-, Adidas- en Nike-neppers
gezien), maar ook CD's, DVD's en boeken. Wat nu copyright? Dat kan best
bestaan in andere landen, maar daar hoeven ze zich hier toch niet aan te
houden? Waarom?
Nog zoiets: staat er ineens een Vietnamees over je arm te strijken. Behalve
dat je daar niet van gediend bent (Don't touch the Dutch), vraag je je af
wat daar nu weer de diepere betekenis van is. Heel simpel, ze 'pakken' wat
van je geluk. Toeristen zijn namelijk in hun ogen per definitie rijk en
rijk zijn is hier (alleen hier?) het zelfde als gelukkig zijn, dus als ze
ook maar een beetje van je geluk kunnen krijgen, zijn ze al de koning te
rijk.
Als je een moedervlek op je gezicht hebt en dar groeit zo'n lekkere dikke
zwarte haar uit, dan haal je die niet weg, nee die laat je zitten en laat
je die vooral lekker groeien. Maar waarom zijn het altijd de obers die
zulke lange haren hebben en altijd jouw eten zo dicht bij hun geicht houden?
Lange nagels zijn een teken van luxe, want dat betekent dat je niet met je
handen in de grond hoeft te ploeteren. Hoe opvallend dat het vooral de
brommer-sjonnies zijn die dan van die bezwarte, olieomrande, ongevijlde
lange nagels hebben.
O ja, en volgens mij is de locale bevolking hier absoluut doof. No matter
what, de volumeknop van whatever apparaat staat al-tijd op maximaal.
Probeer je te slapen en vraag je of het geluid wat zachter mag, gaat dat
met moeite een of twee streepjes en heb je je nog niet omgedraaid of staat
het alweer net zo hard als even tevoren. Alles went.
Maar alle opvallende zaken ten spijt, er is maar een iets wat echt onhandig
is. Er zijn in heel Vietnam slechts twee pinautomaten. Een in HCMCity en
een in Hanoi. Dat is even slikken. Vol goede moed op zoek naar het beroemde
apparaat en ja hoor eindelijk gevonden. In de diepvries (ook airco staat
altijd op maximaal) steek je je pinkaart in het apparaat en kies je het
hoogste bedrag: twee miljoen dong! Pruttel-de-pruttel, flapper-de-flap en
daar sta je dan. Effe natellen maar he! Je moneybelt puilt vervolgens uit
van het geld, maar je hebt weer wat cash. Hoe teleurstellend is het als je
electronische rekendoos vervolgens vlekkeloos voor je uitrekend dat het
slechts 133 US dollar is... De volgende dag dan maar weer dat hele eind
lopen. Weer pinnen, weer natellen en weer erbij. Ach, denk je dag drie,
waarom niet? En daar ga je weer. Op dag vier voel je je bijna het junkie
van de pinautomaat die nog even een nieuwe shot gaat halen. Weer gelukt.
Het begint wel verslavend te werken hoor. Weer een dag miljonair! En nu
maar hopen dat je het haalt tot Hanoi...
Foto's
|