| Aankomst | Donderdag, 21 Februari 2002 |
| Vertrek | Maandag, 25 Februari 2002 |
| Laatste update | Donderdag, 21 Maart 2002 |
De Traveljunkies
In Hue prop ik, voordat ik in een boot stap om wat cultureel erfgoed te
gaan bekijken, nog een broodje naar binnen bij het restaurant om de hoek.
Er zit eveneens een groep Fransen te eten, waar ik verder geen aandacht aan
schenk. Ik ben dan ook zeer verbaasd als ik halverwege de dag in mijn arm
geprikt wordt en een Fransman van middelbare leeftijd mij in het Frans
vertelt dat ik vanmorgen bij hem in het restaurant zat te ontbijten. In
vloeiend Frans (ik stond er zelf soort versteld van) zei ik dat dat best
kon. Helaas, niet lomp genoeg; de bon homme begreep de hint niet en ging
vrolijk in het Frans verder met te vragen of ik alleen op reis was, waar ik
geweest was en je kent dat soort vragen wel. Het was niet geloven. Waar was
zijn reisgezelschap? Was er nu echt geen mevrouw die omriep dat alle
Fransen met een oranje stikker op hun t-shirt, voorhoofd of waar dan ook
bij de ingang moesten verzamelen? Nee dus. Ik vertelde dat ik verder moest
omdat ik maar dertig minuten had om mijn vier dollar entreegeld te
rechtvaardigen en rende er van door. Salut en de groeten!
Vind je het dan gek dat als ik 's avonds in een restaurantje al kauwende op
mijn fried rice met vegetables de dag nog eens overdenkend, raar opkijk als
ik aangesproken wordt door een man die vraagt: Ben jij Jacqueline? Kom je
uit Nederland? Ik kijk waarschijnlijk heel vreemd, want hij gaat gewoon
verder: Ben jij Jackie Turbo? Dat is het codewoord. En als hij dan ook nog
zegt: wij zijn de Traveljunkies, valt eindelijk de euro... Het zijn Leo en
Rosalie, ook wel de traveljunkies. Ik heb ze voor het eerst ontmoet tijdens
de infomiddag van de travel clinic waar we alles over vaccinaties hebben
mogen aanhoren. Zij hadden toen al een website en de rest kun je zelf wel
invullen. Meteen bijkletsen dus! Ja, inderdaad, ze hebben mij ingehaald en
ik was dan ook prompt niet zo turbo meer. Maar ik weet wel hoe dat komt:
junkies, speed, tsja, zo kan ik het ook! Het wereldwijde web maakt echter
nog meer vrienden. De volgende dag leer ik ook Michiel en Cindy in het echt
kennen. Ook zij hebben een website en hadden de junkies op die manier weer
gevonden. Nou ja, gevonden.... We hadden bij een restaurantje afgesproken,
maar ze kwamen maar niet opdagen. Traveljunkies en ik zijn ook foodjunkies,
dus hadden we al besteld (de anderen hebben zich zeker verslapen). Wat
blijkt nu, zit er net om de hoek een ander restaurantje met dezelfde naam
(en dezelfde eigenaar)! Gelukkig waren Cindy en Michiel zo slim om even op
zoek te gaan, want, zo dachten zei: een kan er wel te laat zijn, maar twee
of drie, dat bestaat niet. Het is weer een geslaagde avond (komt dat nu wel
of niet door de Lariam?) en als we de volgende avond dan ook weer met zijn
vijven in de bus zitten, gaan we gewoon weer verder waar we de avond ervoor
gebleven zijn.
Ondertussen is mij opgevallen dat in Vietnam wel heel wat Nederlanders
rondtrekken. Meteen maar weer even een update van de 'medelotgenoten'; wees
niet bang, niet alleen maar Nederlanders hoor!
Het bootreizen bevalt mij wel en als ik de boot naar Chau Doc neem, herken
ik het Engels van Eric meteen als 'Nederlands Engels'. Dat betekent weer
lekker Nederlands babbelen en vervolgens een week lang samenreizen. Goeie
tijd!
Wie schetst mijn verbazing als ik twee meiden 'Hi Jackie' hoor roepen. Het
zijn Lucy en Abby, de twee Engelse zusjes. Zij vertrekken de volgende dag
uit HCMCity, terwijl ik net ben aangekomen. Net genoeg tijd dus om de
beste 'places to be' uit de stad te horen en in de Lonely Planet bij te
krabbelen. Vooral hun hotelkamer met balkon die ik vervolgens 'voor weinig'
kan overnemen is errug prettig.
Qua consulaat connecties heb ik goede herinneringen aan Carin, Eveline en
Arjan. We hebben ons prima vermaakt die avond, maar dat was volgens mij al
duidelijk geworden.
In Mui Ne deel ik de kamer met Maike uit Duitsland die helemaal verslingerd
in aan Bali. Als ik vertel dat ik China-plannen heb, gaat ze helemaal om.
Inmiddels heeft zij haar China visum al geregeld.
In Dalat heb ik Arjan opgezocht en in een dag tijd laat hij mij heel Dalat
zien. Dat is nog eens 'off the beaten track'!
In Nha Trang herenigen Lucy en Abby en ik zich weer. Ze hebben inmiddels
Therese (jaja, een Amsterdamse deze keer) leren kennen, die op stap is met
een Japanner (Atchi als je het zo schrijft zo als je het zegt) en als de
gelegenheid zich voordoet, kletsen we lekker in het Nederlands even bij. Op
de dag dat het regent dat het giet, raak ik in een restaurantje aan de
praat met Mats en Bianca en wordt niet alleen de reisinfo uitgewisseld,
maar hebben we het ook over de serieuze kanten van het leven (wat ga je
doen als je naar Nederland gaat en nog serieuzer...). Een kleine zes uur
later nemen we afscheid; ik moet een ander hotelletje regelen. Hoop ze nog
eens te ontmoeten.
Vanaf Hoi An deel ik een kamer met Outi uit Finland. Een tante die van
aanpakken weet. Heel handig en gezellig. Vijf en twintg jaar en als vijf
jaar afwisselend aan het werk en op reis. Ze vertelt mij dat het ook voor
het thuisfront echt wel een keer went als je wat langer wegblijft... En
daar hebben we Therese en Lucy en Abby ook weer eens!!!
Judith en Evalyn zijn twee zussen uit Wezep en als ik zo uit het blote
bolletje vertel dat dat vlak bij Zwolle ligt, raken we aan de praat en niet
meer uitgepraat. Het voordeel van Vietnam is dat je elkaar steeds tegenkomt
omdat iedereen dezelfde toeristenbussen neemt. Is erg handig als je de
eerste keer het emailadres bent vergeten te vragen. Zo zie ik ze in Hue
weer en zal het in Hanoi niet anders zijn. Erg geslaagd! Op excursie naar
My Son leer ik Renee-Suzanne en Stein kennen. Zij maken eerst een reis,
gaan dan trouwen en twijfelen of ze dan nog op huwelijksreis gaan. Over
blijven reizen gesproken.
In de bus van Danang naar Hue zit ik naast Ellen en we blijken meer overeenkomsten
te hebben dan je in eerste instantie zo denken. De reis is om voordat je het
weet. Ze reist een tijdje samen met Femke en Martine. 's Avonds gezellig met
zijn allen eten; wel raar: twee buitenlanders en zes Nederlanders en maar proberen
in het Engels te blijven kletsen. De volgende dagen zwermt iedereen verder uit
richting Hanoi. Daar zullen we elkaar vast wel weer zien...
Hier ligt Poot, hy is dood
Met zo'n simpele graftekst maakten de keizers van de Nguyen Dynastie zich
er hier niet van af. Nee, zij zouden tot in lengte van dagen herinnerd en
vereerd worden. Het gevolg is dat je in Hue en haar omgeving struikelt over
de tombes waarin de keizers begraven zijn of hadden moeten worden [sommigen
(zoals Tu Duc) waren echter zo bang voor grafschennis dat ze uiteindelijk
op een andere plaats zijn begraven. Om het geheel geheim te houden, werden
alle tweehonderd slaven die Tu Duc begraven hadden, onthoofd.]. Tombe is
vervolgens ook nog een woord dat met iets teveel gevoel voor understatement
in deze context gebezigd wordt; het gaat hier namelijk om complete paleizen
en/of tempels. Je begrijpt het al; ik was weer klaar voor een portie
cultuur-historisch genieten.
Onbegrijpelijk maar waar: een boottocht over de Parfum Rivier met een bezoek
aan een pagoda, drie tombes en een tempel met lunch voor maar twee dollar. To
good to be true, maar we zullen wel zien. Om half negen stap ik in de boot die
zich langzamerhand vult met nog meer toeristen (op zo'n moment voel ik mij namelijk
echt een toerist, met alle voor- en nadelen van dien). De eerste pagoda ligt
schitterend aan het water gelegen. Dat is boffen; gratis entrée; zo gaat
ie goed. De volgende stop is minder duidelijk. Een modderige weg die langzaam
naar bovenslingert en geen tombe te zien. Nee dat klopt, die ligt even verderop;
net iets te ver om te lopen. Maar niet getreurd; hier staan de brommerboys al
voor u klaar die je voor iets meer dan een dollar naar de tombe brengen. Een
glimlach krult zich om mijn lippen. Dit is dus het geheim van de lage prijs!
Het zij zo en ik stap achterop een brommer. Entrée voor de tombe is vier
dollar en dat doet de meeste van mijn medebootreizigers een hartaanval in hun
portemonnee krijgen. Tsja, in Vietnam zijn ze heel realistisch; er is al teveel
vernield de afgelopen decennia, dus laat de toeristen maar mooi aan het behoud
van de resterende monumenten mee betalen. De tombe is het bezoek waard. Tu Duc
heeft gekozen voor de landelijke omgeving tussen de bomen en met een meer erbij.
Verder zijn kosten nog moeite gespaard om zijn heerlijkheid te vergroten; letterlijk
alles moest kleiner zijn dan hij zelf hetgeen onder andere in stenen wachters
van 1.40 meter klein resulteert. Na terugkeer laat ik mij net zo gemakkelijk
naar de volgende halte brengen. De tempel. Deze sla ik even over; mijn quotum
voor tempels heb ik voorlopig wel even bereikt. Wie schetst mijn verbazing toen
bij de aanlegplaats voor tombe nummer twee, ik de enige bleek te zijn die deze
wilde gaan bezoeken. De rest vond het allemaal te duur. Ik had echter uit betrouwbare
bron vernomen dat deze tombe heel mooi was, dus ik er op af. Even dacht ik aan
die psychologieproef waarmee je groepsinvloeden en -gedrag meet en toen wist
ik het helemaal zeker. En wat denk je? Echt een hele mooie tombe. Schitterend
keramiekwerk met zowel Oosterse (draken en bamboe) als Westerse (huiskamer en
keuken) teferelen. Ik helemaal blij. Bij terugkeer bleek iedereen aan de koffie
en het bier te zitten; wat denk je dat dat kost? Over prioriteiten gesproken.
Afijn, ik durfde aan niemand mijn foto's te laten zien, bang dat ze spijt kregen
en ik zei dat ik het een mooie tombe vond en dat was het. Tombe drie lag, hiep
hiep hoera, weer vlakbij het water en ja hoor; iedereen liep er als vanzelfsprekend
naar toe {terwijl ook hier de entrée weer vier dollar is}. Wat zijn mensen
toch interessante wezens. Ook deze keizer wist hoe hij het hebben wilde en heeft
zijn architect laten zweten, maar er staat dan ook een keurig complex. Weer
helemaal bijgetankt op het gebied van het Huese tombegebeuren, stap ik weer
in de boot en laat mij lekker terugvaren. Morgen maar weer gewoon backpacker
zijn.
|