De wereldreis van Jackie Turbo
Hanoi, Vietnam

AankomstZondag, 10 Maart 2002
VertrekDonderdag, 14 Maart 2002
Laatste updateDonderdag, 28 Maart 2002

Lege batterij

Je kent dat wel, net terug uit Sapa, te weinig geslapen, nog even internetten,ontbijten met Outi die morgenochtend naar Bangkok vertrekt, nog wat boodschapjes doen en 's avonds weer uit eten. De volgende ochtend weer bijtijds op en hop naar de chinese ambassade om paspoort op te halen. Gelukt; ik mag twee keer dertig dagen (Hong Kong is nog steeds even China uit) in China verblijven. Vervolgens als een speer langs postkantoor en fotozaken. 's Middags nog snel even twee excursies regelen: de een naar de Perfumed Pagoda voor de volgende dag, de andere naar Halong Bay voor de dag daarna. Zo, 's avonds nog even eten met Lucy en Abby en uitzwaaien maar.Ik ging naar bed en was heel moe...

De volgende dag was zeven uur in de bus erg vroeg en ik sliep nog meer dan dat ik wakker was. Ach, een excursie naar een heilige grot, dat zou toch wel meevallen en eerst twee en een half uur in de bus, dus tijd genoeg om bij te slapen. Deze keer bestond het reisgezelsachap uit een mannetje of twintig waarvan het merendeel Frans en vrouw. Na de busreis die omgevlogen was omdat ik het merendeel van de tijd had liggen tukken, konden we een kilometer naar het haventje lopen, vanwaar we anderhalf uur in een roeiboot van het landschap konden gaan genieten op weg naar de pagoda. Tijdens het lopen begon een van de Frnase dames van een jaar of vijftig in het Engels tegen mij te praten. Toen bleek dat ik ook ietwat Frans sprak, was vanaf dat moment Frans de voertaal. Gezellig babbelden we er op los. Met zijn allen in de roeiboot die erg diep in het water lag, toen iedereen er uiteindelijk in zat. Desondanks toch met droge voeten aangekomen en welkom bij de toeristenattractie die Perfumed Pagoda heet! Wat een kermis! Wat enigzins minder te noemen was, was het feit dat we vervolgens anderhalf uur konden gaan klimmen en klauteren naar wat uiteindelijk een grot bleek. Ik was toch wel moe en het kostte mij ook meer dan gewone inspanning om in de drukkende vochtige lucht naar boven te klauteren. Je maandelijkse beslommeringen zijn ook eerder energievreters dan gevers, dus erg happy voelde ik mij niet. Een bonkende hoofdpijn deed langzaam zijn intrede. De Perfumes Pagoda is een heilige plaats, een grot dus waar de mensen komen om de godin van het Boedhisme te vereren en dat gaat gepaard met veel geoffer en geld- (al dan niet echt) geverij. Het is er een drukte van belang en ik was al niet echt lekker. Toen ik ook nog hoorde dat mensen hier komen als ze een tot nu toe onvervulde kinderwens hebben, vroeg ik mij echt af waarom ik, waarom hier, waarom nu? Na vijf minuten keerden we weer om en konden we het hele einde weer terug. Als stemmingverhoger begon het ook nog zachtjes te regenen.

De lunch leek goed en ik had ondertussen best trek. De tempel die we erna gingen bezoeken, kon niet echt mijn interesse wekken en ik wilde eigenlijk zo snel mogelijk weer terug. Hoe lang het is en hoe ver en hoe misselijk je kunt worden van een roeiboot die anderhalf uur lang heen en weer gaat.Welke kleur ik precies had toen ik uitstapte, weet ik niet, maar ik vermoed voornamelijk geen meer. Ik liep naar het toilet van het restaurantje waar we van te voren ook geweest waren en daar aangekomen, barste ik tegen de eerste de beste pilaar, in tranen uit. De Franse dames van mijn groepje kwamen meteen op mij aflopen en vroegen wat er aan de hand was. Ik wist niet meer hoe of wat het in het Frans was, dus ik zei: I'm sick (buhuhu..). Alle moedergevoelens van de zes van van middelbare leeftijd zijnde dames in een klap oproepend (Elle est malade!), werd ik snel op een stoel gezet en werd een zoekactie naar asperines, water en coca cola ingezet. En hoe het nu toch kwam dat ik ziek was? Ik zei dat ik fatigue was, de lunch niet tres bien was en le bateau mij ook geen goed had gedaan en dat ma (mon?) periode ook niet altijd bijdraagt aan een optimale conditie. Dat laatse was het codewoord. Je periode, daar wisten de dames alles van en dat verklaarde alles. En dan ook nog alleen reizen; het was me toch wat. In Frankrijk zijn ze niet vies van medicijnen, hetgeen resulteerde in maar liefst twee asperines.Met het blikje cola in de hand liepen we gezamelijk de kilometer weer terug naar de bus. Halverwege vroeg een van de dames of ik niet moest zitten. Nee, dat was niet nodig dacht ik. Wel dus, ik viel bijna flauw.Oplossing was nu een cyclo. Het jochie trapte cyclo met gezwinde spoed naar de plaats waar de bus zou arriveren en ik vroeg hoeveel het kostte. One dollar, zei hij zonder blikken of blozen. One dollar!! Wat dacht die snotaap wel niet? Ik kon amper op mijn benen staan, maar ik verrekte het om 15.000 dongen te lappen voor dat kippenstukkie! Ik was nog liever gaan lopen! (Als ik had gekund...) Ik gaf hem 5.000 dong en dat was nog rijkelijk betaald. Neem je grootje in het ootje!

In de bus ging mijn behandeling speciaal verder: ik mocht voorin zitten en van de chauffeur kreeg in tigerbalm olie die iedereen hier gebruikt en ik smeerde dat op mijn hoofd en buik. Samen met de asperines viel ik als een blok in slaap. Twee en een half uur later waren we weer in Hanoi.Ik was aardig opgeknapt, maar nog wel heel erg moe. Ik liep langs het reisbureautje en verzette mijn tripje naar Halong Bay; even twee dagen uitrusten. Nog een bagette opgegeten en toen gaan slapen. Body talks, maar je moet er wel naar luisteren.

Oom Ho

Ho Chi Minh wordt in Vietnam vaak Oom Ho genoemd.Dit om aan te geven dat de mensen hem als familie beschouwen en dat is een grote eer. Oom Ho was voorwaar geen domme jongen. Niet alleen omdat hij de hele halve wereld rondgereisd heeft, maar hij las, sprak en verstond acht talen en heeft zijn hersens niet ongebruikt gelaten. Deze heeft hij vooral aangewend om de leefsituatie van vele Vietnamezen aanzienlijk te verbeteren. In Hanoi vind je dan niet alleen zijn mausoleum, maar ook twee van de zeer eenvoudige huizen waarin hij gewoond heeft en een aan hem gewijd museum. Het mausoleum is een ongelofelijke publiekstrekker. Iedere dag tussen acht en elf 's morgens mag je hem gaan bekijken. Dat hij uitdrukkelijk had aangegeven na zijn dood gecremeerd te willen worden, doet er blijkbaar niet toe.Iedere dag staan er honderden mensen voor hem in de rij, niet te geloven! Voordat je hem kunt zien, gaat er een heel protocol aan vooraf. Allereerst je tas inleveren bij het bagagedepot.Vervolgens op commando, inclusief gefluit, gewijs en gezwaai van in smetteloos wit ge-unifomeerde pipo's, invoegen in de rij. Ja, geloof het of niet, buitenlanders mogen halverwege de rij invoegen! Dan schuifelend de grijze kubus betreden. Je mag niets, zelfs niet je handen, in je zakken houden en je word geacht respect te tonen.Ik werd prompt uit de rij gehaald. Wat bleek? Ik had mijn portomonne in mijn broekzak gedaan. (Ja, je kunt iedereen wel vertrouwen!) Gelukkig mocht dat wel. Of hij nu dacht dat ik dongen aan Oom Ho ging schenken weet ik niet, maar ik mocht dorlopen. Wat zal ik ervan zeggen? Indrukwekkend stil (en koud; te conservering) lag hij erbij. Netjes in pak; het leek wel een pop uit het wassenbeeldenmuseum. Met vijf minuten sta je dan weer buiten. Toch mooi om gezien te hebben.

De huisjes waarin hij woonde waren ook geweldig. Oom Ho hield, geheel in overeenstemming met zijn zienswijze niet van rijkdom en leefde eenvoudig. Het presidentieel paleis liet hij voor wat het was (De huidige president woont en werkt er wel) en liet er zijn gasten vertoeven. De twee auto's die in de garage staan zijn beide geschenken. De ene is een Russische bak en is een geschenk van de Russen. De tweede is een Peugeot (404?) en is een geschenk van de Fransen. Goh, wat toevallig allemaal weer. Hoe geweldig iederen hem vindt, blijkt wel uit de verhalen die de gidsen vertellen: hij onderhield zelf zijn tuin (ja, natuurlijk!) en bij een stapeltje boeken (nog geen twintig) staat netjes op het kaartje geschreven: Ho Chi Minh hield erg van boeken. Geweldig toch!

Het museum kun je een uitdragerij of een propaganda toko noemen, maar het is echt wel interessant om daar eens binnen te koekeloeren. Uit zijn vele teksten zijn de meest pakkende (Vietnamezen: werk, vecht, leef en studeer!) uitvergroot en in het Engels vertaald. Ach, alles in perspectief zien, nietwaar?

Toch vraag ik mij af wat de Vietnamezen nu echt denken. Het is nog steeds een op de linkerleest geschoeide politiek, maar de kapitalisme bonkt onder het vernislaagje dat volgens mij al aardig barsten begint te vertonen. Oom Ho en Uncle Sam; een mooi duo.

Foto's

Vietnam, Hanoi: foto0001.jpg Vietnam, Hanoi: foto0002.jpg Vietnam, Hanoi: foto0003.jpg Vietnam, Hanoi: foto0004.jpg Vietnam, Hanoi: foto0005.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0006.jpg Vietnam, Hanoi: foto0007.jpg Vietnam, Hanoi: foto0008.jpg Vietnam, Hanoi: foto0009.jpg Vietnam, Hanoi: foto0010.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0011.jpg Vietnam, Hanoi: foto0012.jpg Vietnam, Hanoi: foto0013.jpg Vietnam, Hanoi: foto0014.jpg Vietnam, Hanoi: foto0015.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0016.jpg Vietnam, Hanoi: foto0017.jpg Vietnam, Hanoi: foto0018.jpg Vietnam, Hanoi: foto0019.jpg Vietnam, Hanoi: foto0020.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0021.jpg Vietnam, Hanoi: foto0022.jpg Vietnam, Hanoi: foto0023.jpg Vietnam, Hanoi: foto0024.jpg Vietnam, Hanoi: foto0025.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0026.jpg Vietnam, Hanoi: foto0027.jpg Vietnam, Hanoi: foto0028.jpg Vietnam, Hanoi: foto0029.jpg Vietnam, Hanoi: foto0030.jpg
Vietnam, Hanoi: foto0031.jpg