De wereldreis van Jackie Turbo
Yangshuo, China

AankomstDinsdag, 26 Maart 2002
VertrekMaandag, 1 April 2002
Laatste updateZaterdag, 30 Maart 2002

Resume

Gelegerd in de laybackplek van China, biedt het Paasweekend mij een goede gelegenheid om het afgelopen half jaar eens samen te vatten. Terwijl ik de gedachte wegdruk dat jullie het ene paasei na het andere zitten weg te knagen (Chocolade? Nee, mis ik am-per! Dat is te zeggen... soms... en soms wat vaker), zal ik eens met een verhaal over mijzelf beginnen (hoe dapper). Het feit dat ik in ietwat grotere aantallen dan de gemiddelde reizende mijn indrukken met behulp van fototechnische kunstgrepen probeer vast te leggen, neemt niet weg dat de meeste reacties nog altijd komen op de picturas waar Me, Myself and I op figureren. Blijkbaar is dat toch hetgeen wat de website klanten vandaag de dag willen. Daar gaat 'ie dan.

Het geheel is meer dan de som der delen, leerden wij (Dees, Tinus, Marieke, Sjaan, Anne en ik) tijdens een van de eerste colleges orgiekunde [zoals al snel de meestgebruikte afkorting van organisatiekunde werd. Naar analogie zo ook orgeren en origieprobleem{uitdaging?}] nog voordat we elkaar hadden leren kennen. In Hanoi mij (het totaal) maar eens laten meten . Een apparaat dat nog het meeste leek op een soort van uitvergrootte letter C, bood de mogelijkheid om gewicht en lengte uitgeprint op een briefje mee te krijgen. Het onderste horizontale deel was de wegschaal terwijl het bovenste horizontale deel via het verticale deel naar beneden schoof en de lengte mat. Op de staander eveneens een lichtbalk die nog het meest deed denken aan de gril van de auto van Kid, Kid, I-need-you-Nightrider-David- Hasselhoff-in-zijn-pre-Baywatchperiode. Het lichtje liep over een schaal met onder- optimaal en overgewicht (die ieder weer onderverdeeld waren in vijf blokjes) heen en weer en wat bleek? Met mijn 66 kg (helaas al zonder schoenen en zoveel weegt een moneybelt [althans de mijne] nu ook weer niet) en 1,735 meter was ik su-per-optimaal (precies in het midden dus). En nou niemand meer zorgen maken over mijn gezondheid he? Wat wel op zijn minst opvallend te noemen is, is dat ik de laatste keer dat mijn lengte opgenomen werd, deze 1,725 meter was (over gewicht heb ik het om privacy redenen maar niet) Dit ontlokte Therese, die het geheel enigzins meewarig op afstand stond gade te slaan, de uitspraak: 'Jackie, je groeit niet alleen geestelijk, maar ook fysiek!' En bedankt.

Qua kapsel had ik ooit het idee opgevat om het te laten groeien. Is leuk, dacht ik, kan je zien hoe hard je haar groeit. Toen ik vanuit Nepal in Thailand uit het vliegtuig stapte was het plan meten van de baan. Veuls te warrem. De volgende dag zat ik bij de kapper. Jammer dat in Thailand het hoofdhaar een teken van rijkdom is (des te meer reden om het af te knippen) zodat er maar weinig afging en het model verbasterd werd tot een ordinaire bloempot. Gelukkig is er gel; ook in Bangkok. In Hanoi was daarentegen een zeer moderne kapster. Die knipte niet, maar sneed. Nadat wederom alle aanwezigen in de kapsalon door mijn lokken gewoeld hadden (effe voelen dat Europese haar!), mocht dan eindelijk het mes er in. Kleurtechnisch gesproken is al het rood er nu wel uit en twijfel ik nog steeds op het blond of grijs is. In Azie blijft men het nog steeds 'bjoetiefoel' vinden en ik ga ervan uit dat ook zij daarmee bedoelen dat ze het mooi vinden. Vinden en zijn stel ik voor het gemak meteen gelijk aan elkaar. De frisse oogopslag die ik sinds Nha Trang heb, is te danken aan de wimperverfbeurt die ik mijzelf kado had gedaan. Iedere keer als ik een maand erbij onderweg ben, trakteer ik mijzelf op een kadootje. Na vier maanden was dat de boot in plaats van de bus in Cambodja, na vijf maanden dit verfbad en na zes maanden een paar cd's. The face is the image of the soul, volgens Cicero en meestal is mijn zielevreugd groot. In termen van bruin, heb ik alwisselend een gezond tot zeer gezonde kleur. Hier in China valt het laatse strandkleurtje uit Vietnam er af, maar het ziet er allemaal best nog gekleurd uit. Het ergste wit is er af, zegt mijn moeder in zo'n geval altijd. En zo is 't maar net. Darmflora floreert nog beter dan de Keukenhof en is verworden tot een van mijn vermoeidheidsgraadmeters. Steigert en/of weigert de spijsvertering, dan weet ik genoeg. Rust en cola is het recept dat ik mijzelf dan voorschrijf. Conditietechnisch kan er wel wat meer actie in de tent komen. Gisteren zat ik op een crossfiets en voelde ik mijn buikribbels. Alhoewel deze volgens Lennette van Dongen bedoeld zijn om te buigen, vraag ik mij serieus af of de rest van mijn lichaam al deze flexibiliteit wel nodig heeft. Na tien buikspieroefenening viel ik vanmorgen vervolgens gevloerd terug op mijn bed en zodoende kwam ik tot de bovenstaande conclusie. Al de squad (hurk-)toiletten zorgen nog enigzins dat bovenbenen en billen oefening krijgen, maar dan moet je wel kijken war je hurkt. Ik heb mijn linkerbil al aan een ijzeren haak opengehaald. En daarna lekker zes uur de bus in. Knie heb ik weer aardig onder de knie en ik functioneer, zo kan ik wel concluderen, fysiek gezien, nog naar behoren.

Psychisch is van een ander orde. Zo'n reisje hakt er wel in ja, kun je wel zeggen. Dat reizen iets met je zou kunnen doen, had ik wel eens gehoord en gelezen, maar dit slaat wel alles. 'Oei, ik groei' is de titel [alhoewel of juist daarom] van een kinderboek, die boven deze paragraaf ook niet zou misstaan. Langzamerhand vallen puzzelstukjes op hun plaats en wordt het totaalbeeld van mijn leven steeds duidelijker. Het is een rijk gevoel dat te mogen ervaren. Pijn doet het soms wel; groeipijn. Had ik ook toen ik in een korte periode van 1,36 naar 1,725 meter doorschoot. Kon ik niet meer lopen van de pijn. Nu kan ik soms mijn gevoelens en gedachten niet in toom houden. Kan ik aan niets anders meer denken. Vreugde echter bovenal. Dankbaarheid eveneens; This is my life. En alle cliches zijn waar: dit neemt niemand mij meer af.

Mijn kleedgedrag is erg eenvoudig geworden. Twee broeken, twee hempjes, twee t-shirts, een blouse en een shirt bieden niet erg veel mogelijkheden en het is zeker weer de hoogste tijd voor een paar nieuwe t-shirts. Hier verkopen ze alleen maar t-shirts met Chinese tekens, die dan I love you en I need money enzo zouden moeten betekenen. Verder houd ik ook niet van Pokemon of Kuifje op mijn voorkant, dus zoek ik nog wel even verder.

De fijne motoriek is nu ook tot op professioneel niveau ontwikkeld. Ik eet bijna net zo snel met stokkies als met mes en vork. Het leert ook erg snel als het het enige bestek is en je trekt hebt. Het land India mag dan smerig zijn, het eten beviel mij wel. Curry, kofta en dahl; soms eet ik het nog weleens in andere landen en alle goede herinneringen komen dan meteen weer boven. In Nepal ook geen klagen hoor; nooit geweten dat knoflookbrood zo lekker was, en snickers... Thailand spreekt voor zich. Volgens mij heb ik in dit land voor het eerst weer eens alcohol gedronken. Thee is het water van Azie en ik consumeer het in liters. Cambodja bood eveneenes het complete Aziatische menu (fried rice en noodles met groenten en/of kip/rund/varkensvlees_ met ook Westerse variaties (hamburger, frites [met mayo] en pannenkoeken). Typisch Cambodjaans eten heb ik niet op (bestaat dat wel?). Vietnam is van alle markten thuis met noodle soup op nummer 1. Dat trek ik na twee maanden nog steeds niet als ontbijt en ik bleef favoriet bagette-happer. Heineken hebben ze echt overal. Hier in China schijnt een ding duidelijk te zijn: het echte Chinese eten is niet te vr..... Het aantal tot nu toe waargenomen McDo's en KFC's geeft mij nog hoop.

Op het gebied van huisvesting hebikook al menig guesthouse van binnen en buiten gezien. Van oud tot nieuw, van vies tot schoon, van Westers tot Aziatisch, van vriendelijk tot minder vriendelijk personeel. Tot nog toe steeds op een- of tweepersoonskamer en die eventueel met medereizigers gedeeld. Het dorm(slaapzaal-)gebeuren zal ook nog wel eens gaan voorkomen, bijvoorbeeld als de prijzen echt nachtrustverstorend hoog worden (Hong Kong?) . Toiletten is een verhaal apart dat ik julie zal onthouden. Neem van mij aan, het overschrijdt echt alle smerigheidsgrenzen die je je kunt voorstellen. Ik vind niets meer vies, denk ik dan, maar soms plof ik nog liever dan dat ik ga. 'T is maar dat je het weet. Het is soms niet te geloven hoe de familie die het guesthouse runt, zalf woont. Op houten planken met wat lappen, op de trap of in een stoel slapen. Koken op een vuurtje of een simpel twee-pittertje. En altijd maar voor je gasten klaarstaan. Ondanks dat ze (veel?) meer verdienen dan de boeren op het land, ben ik blij dat ik niet in hun slippers sta.

Vervoerstechnisch blijf ik een grote treinenfan. India was daarvoor zeer geschikt. In Nepal ontbreekt, om begrijpelijke redenen een serieus spoorwegennet (maar daar hebben we fijn de benenwagen mogen testen). De luxe treinen van Thailand zijn een genot en tegen de high speedboten in Cambodja kan geen pick-up truck ervaring op. Bussen zijn de grootste concurrenten van de treinen en in Vietnam heb ik gelukkig nog twe keer de verleiding kunnen weerstaan. Ik heb niets tegen bussen; de toeristenbussen zijn snel en vaak comformtabel [nee, niet in India] en goedkoop, maar missen de romantiek van de trein. Die ritmische kadans. En in een trein kan ik lezen, in een bus niet. Vertel mij niets over fietsen, riksja's, cyclo's, brommers, meter-taxi's [met en zonder meters] skylines en pontjes. Allemaal al gehad. Nu nog wat metro's en treinen in China en ik ben compleet.

Op school leerde je vroeger dat Chinezen geel, Indianen rood, Negers zwart en wij wit waren. De regenboog heeft meer kleuren en ik ben gefascineerd door de mens. Ongelofelijk hoeveel verschillende gezichten ik al gezien heb. Arm & rijk, vrolijk & bedroefd, eerlijk & oneerlijk, jong & oud, gaaf & beschadigd. Hoe dan ook; elk mens is mooi. Markante koppen heb ik mogen klikken en ik zou zo vaak zoveel meer, maar privacy is het vaak het laatste dat je van ze af kunt nemen en ik leg ze in dat geval in mijn gedachten vast. "De bevolking" wordt vaak gecategoriseerd in aardig of onaardig. Ik wil dat nuanceren. De eerste mensen die je in een land tegenkomt zijn altijd degenen die van het toerisme leven. Logisch dat die zich opdringen. Ik stel mij voor hoe het is om als buitenlandse toerist/reizende in Amsterdam of Rotterdam de trein uit de stad in te lopen. Denk je dat die mensen altijd even vriendelijk gevraagd wordt wat ze willen? Zal toch wel niet? Een kleine impressie van mijn ervaringen dan. India kenmerkt zich wel door zwaar gekwalificeerde opdringerige personen. Eenmaal door dit cordon heengebroken, heb ik India als een zeer prettig land ervaren. De Nepalezen zijn volgens mij ook in de loop der jaren commercieler geworden, maar blijven in mijn ogen aardige en vriendelijke mensen. Thailand heeft zich, voor wat ik ervan gezien heb, in optima forma aangepast aan de Westerse wensen; soms denk ik: teveel gehoereerd. Ik ga nog op zoek naar wat meer Thaise authenticiteit. Cambodjanen vond ik heel verschillend van Vietnamezen. De eersten zijn veel rustiger en wat minder koopmansbelust. Dit is netjes voor de permanente pogingen tot matennaaierij die de Vietnamezen mijns inziens tcoh wel tot topsport nummer 1 hebben gebombardeerd (of zou het aan dit werkwoord liggen?). Chinezen beschikken ook over handelsgeest. Ik kocht van de week tien fotorolletjes die 250 Y zouden moeten kosten, maar ik wilde niet meer dan 200 Y betalen. Ik dacht dat ze dat op een gegeven moment ook opgeschreven had en ik betaalde. Bleek het 240 Y te zijn. Da's geen korting, en ik wisselde geld en rolletjes weer om. Na wat gezeur over no money en verdwenen winstmarges te hebben aangehoord, liep ik de zaak uit. Dat was niet de bedoeling. Ik weer terug en het geheel voor 200 Y gekocht. Voordat ik echter de zaak uit kon lopen, werd ik uitgebreid gecomplimenteerd. Ze waren helemaal blij met het onderhandelingspel; dat was pas zaken doen! Nu de rest van China nog.

En wat ik de hele dag doe? Nou, dezelfde huis, tuin en keukendingen als in Nderland. Opstaan, douchen en ontbijten (weliswaar in een iets lager tempo). Dan iets gaan bezoeken of bekijken. Of internetten of lezen. Vergeet s.v.p. mijn huishouden niet: de was doen. Tot nu toe zelf gedaan (op Hanoi na) en ik heb een ding voorgenomen: er blijft aan het einde van deze reis hoe dan ook fl 4000,- (doe die Euro's effe zelf) over voor een wasmachine en een wasdroger! In Hanoi was het van dat weer dat je in Nederland je wasdroger extra waardeert en als je dan ook nog niet in het guesthouse mag wassen, is laundry service wel erg prettig. Als de was weer droog is, kun je weer inpakken en verder. Travel light is ook nog steeds een uitdaging. Het gaat wel steeds beter, maar iedere keer weer stapelen, boeken, dagboeken en alle souvernirs en aandenkens aardig op. Het is dan weer de hoogste tijd voor een postpakket naar het 's Gravenzandse. Het meeste komt trouwens mijn rugzak amper uit. Alleen wat ik nodig heb, trek ik eruit; dat maakt het inpakken ook steeds eenvoudiger. Ook het plannen, regelen en organiseren van waar en hoe er naar toe, kost aardig wat tijd. Ik vind echter niets heerlijker dan met mijn Lonely Planet in de hand onder het genot van een kop koffie of thee bestemmingen uit te zoeken en de snelste, mooiste of goedkopste vorm van vervoer, verblijf en verpozing (eten!) uit te zoeken. Ook het doen van boodschappen kost tijd. Niet dat ik nu zoveel koop. De tijd gaat meer zitten in het uitzoeken van wat nu een 'normale' prijs is en waar je die ook kunt betalen. Dat je vaak moet onderhandelen is duidelijk. In het begin schaamde ik mij er nog voor; zo typisch Hollands die cententellerij. Mensen uit het land der sjekkels zijn echter nog tien keer gehaaider, zodat mijn gene al snel verdwenen was. En er is een verschil tussen onderhandelen en uitknijpen. Het merendeel van de boodschappen is eten en drinken (liters water). Ik drink overal flessen water. Tandenpoetsen en spoelen doe ik van begin af aan met kraanwater en salades eet ik ook wel. Je moet ook niet proberen steriel te blijven; een beetje weerstand opbouwen kan echt geen kwaad. En je gaat echt niet dood van een keertje niet je handen wassen (of handen- wassen-zonder-water-en-zeep; heerlijk Hollandse uitvinding). Het schuurt de maag en maakt sterk. En er is altijd nog cola om het geheel door- en schoon te spoelen.

Nou dan vliegt de dag wel hoor. Het lijkt simpel, maar reizen kost ook wel energie. Je bent altijd onderweg, een busreis van zes uur is normaal geworden,net als een trienreis van 9, 12 of 15 uur. Zolang ik de tijd heb, neem ik die. Het kost even tijd om van een sprinter een marathonloper te maken, maar ik leer het wel.

Over de karavaan van globetrotters en alle mensen die ik daaruit heb leren kenneen, heb ik al het een en ander verteld. Ik kom er genoeg tegen en eerlijk gezegd laat ik ook genoeg kansen lopen om nog meer mensen te leren kennen. Tijd voor mijzelf vind ik erg belangrijk en soms ga ik liever een boek lezen dan weer vertellen waarom, hoe lang en waarheen op reis. Ook het alleenreizen heeft ook op de lange termijn mijn voorkeur. Ik ben absoluut een gezlligheidsdier en hou van lekker beppen en o.h.-en, maar de rode draad hou ik zelf in handen.

Vergeet ik bijna het meest Hollandse onderwerp van al: het weer. India was bloody hot, nog net iets te vroeg in het seizoen daar, maar alles went. Nepal heeft alle seizoenen op een dag en het ene moment had ik het ijkoud het ander moment stikheet. Wel afwisselend. Thailand en Cambodja noopten beiden tot een strak siesta-ritme; zo niet dan werd je genadeloos door de warmte/hitte afgestrafd. Vietnam heeft dankzij haar lengte en bergpartijen verschillende klimaten. In het zuiden was het warm tot heet en halverwege werd het steeds koeler. Tot koud in Sapa aan toe. China nu is behoorlijk Hollands: regen en zon en tussen de vijftien en twintig graden. Lekker hoor!

En zo komen we via de U-bochttheorie toch weer terecht bij jackie turbo en haar dot-com. Dankzij worldwidewebmaster Marc, die uren , dagen, weken, maanden van zijn tijd in dit project steekt, blijven jullie op een schitterende manier op de hoogte van mijn reilen en zeilen. [Kijk ook eens op zijn website {www.vdgeijn.com} ook als je niet op zoek bent naar een appartement in Utrecht] Eeuwig dank klinkt overdreven, maar is het niet (let op mijn woorden); ik ben het hem in ieder geval wel! Ja, en dan mogen jullie NU applaudiseren (en laat het hem bijvoorbeeld ook eens even 'horen'...)

Internet de beste uitvinding van al die eeuwen beschaving? Aangenomen dat er maar een uitvinding op de eerste plaats kan staan geef ik met nipte voorsprong de pil de eerste plaats. Lijkt mij vrij logisch. De kans dat ik anders deze reis had kunnen maken, zou met aan zekerheidgrenzende waarschijnlijkheid precies nul geweest zijn. Ik zou met een sliert vaderloze kids proberen de eindjes aan elkaar te knopen en reizen zou de equivalent van dromen zijn (alhoewel dromen volgens Marco bedrog zijn, maar weet hij veel). Tot zover mijn top 2 van beste uitvindingen ooit.

Om de cirkel copleet te maken, stap ik nu met zevenmijlslaarzen terug naar het begin en wens ik iedereen hele fijne Paasdagen!

En dan ga ik NU op zoek naar eeen reep chocola!

Foto's

China, Yangshuo: foto0001.jpg China, Yangshuo: foto0002.jpg China, Yangshuo: foto0003.jpg China, Yangshuo: foto0004.jpg China, Yangshuo: foto0005.jpg
China, Yangshuo: foto0006.jpg China, Yangshuo: foto0007.jpg China, Yangshuo: foto0008.jpg China, Yangshuo: foto0009.jpg China, Yangshuo: foto0010.jpg
China, Yangshuo: foto0011.jpg China, Yangshuo: foto0012.jpg China, Yangshuo: foto0013.jpg China, Yangshuo: foto0014.jpg China, Yangshuo: foto0015.jpg