| Aankomst | Dinsdag, 23 April 2002 |
| Vertrek | Vrijdag, 26 April 2002 |
| Laatste update | Zaterdag, 25 Mei 2002 |
Legerheld
Hoe lang het geleden is weet ik niet precies meer. Iets meer dan tweeduizend
jaar? Ik denk het. Hou het daar maar op. Toen zijn we gecreeerd en hier
neergezet. Waarom? Omdat onze keizer Qin Shihuang onsterfelijk wilde zijn.
(Leuk idee trouwens, maar heb je wel eens nagedacht over de consequenties?
Wat gebeurt er met je familie en vrienden na verloop van tijd? En hoeveel
jaren indrukken en ervaringen kun je (over-)leven zonder een 'hard-disk-
overload' te krijgen?) Wij, ik en mijn maten, staan hier om een tombe te
bewaken en dat lukt aardig. Dat is te zeggen. Eerst stonden we in de open
lucht. Heerlijk in het zonnetje en af en toe een bui. Dat ging prima. Na
verloop van tijd raakten we in de vergetelheid en zakten we weg. Zowel
letterlijk als figuurlijk. Soldaten, officiers, wachters, wagens en
paarden, we werden verzwolgen door de aarde. Onder de grond was het echter
ook niet slecht vertoeven. Geen daglicht had weliswaar zijn nadelen (we
verbleekten en een enkeling werd claustrofobisch); maar de voordelen waren
groter. We konden ongestoord onze functie uitoefenen en we bleken, in
tegenstelling tot onze keizer, onsterfelijk te zijn. We hadden hier nog
eeuwen kunnen blijven staan als niet een of andere lompe boer in 1974 perse
hier zijn waterput had willen slaan. Ja, lomp was 'ie. Ik mag nog van geluk
spreken. Mijn buurman heeft het niet overleefd. Hij kreeg de spade zo op
zijn aardewerken kop. Einde zijn verhaal.
Ik stond wel even met mijn ogen te knipperen. Zo lang geen daglicht gezien
en dan nu in eens de volle laag. Ja, hij stond raar te kijken, onze Chinese
waterputslaande boer. Dit had 'ie echt niet verwacht! Nadat ook hij zijn
ogen uitgewreven had, was het slechts een kwestie van tijd. Alles en
iedereen werd uitgegraven en afgestoft. De oh's en ah's waren niet van de
lucht. Dat klopt, want we zijn best indrukwekkend zo met zijn allen.
Sommigen van ons konden de schok niet aan en vielen bij het aanschouwen van
het zonlicht uitelkaar. Eeuwig zonde. Het merendeel was daarentegen zo blij
weer eens frisse lucht in te kunnen ademen, dat we al met al nog een
behoorlijk leger vormen. We kregen een dak boven ons hoofd en we kregen
bewaking (is dat niet paradoxaal te noemen?). De deuren gingen in 1976 open
en sindsdien worden we iedere dag begluurd, bekeken en aangegaapt. Ach, het
is niet zo slecht, maar ik zou wel eens wat anders willen...
Wat is dat nu? Zie ik dat goed? Wie is dat? Zo'n tiepje heb ik hiernog
nooit gezien, zolang als ik hier sta. Die moet uit Holland komen, dat zie
je zo aan die bolle toet ('kaaskop' noemen wij dat hier ook wel eens
stiekem.) En die gasten die erbij lopen? Zijn dat haar schildknapen? Die
moeten uit Engeland komen. Ja, mij maak je niets meer wijs; ik heb ze zien
komen en gaan en dan weet je wel wat een Engelsman maakt en wat niet
(netjes opgevoed [soms], welbespraakt en een Monty Python achtig gevoel
voor humor). Maar zie haar eens kijken! Dat is geen kijken meer, dat is
bewonderen! Zij bewondert mij... Ik begin er van te blozen. Ik zie ze
denken:"Wat een markante kop. Wat een prachtige wachter!" Ja, zij
denkt dat
zij altijd denkt te weten wat anderen denken, maar ik kan er ook wat van
hoor.
En ja hoor, daar komt de camera al. Zooo, dat moeten wel hele mooie plaatjes
worden. Wat? Nog een camera? Waar is dat dan voor? Heeft vast iets met dat nieuwe
net te maken; schijnt heel snel te zijn. Nou, nou, ze is wel echt onder de indruk
van ons. Heeft ons natuurlijk jaren geleden in National Geographic zien staan
en is nu compleet sprakeloos van het geen zij hier nu in werkelijkheid mag aanschouwen!
Kan ik mij voorstellen. Die twee knapen zijn natuurlijk reisgenoten. Hoe kon
ik mij zo vergissen (Tsja, de tijd van schildknapen lijkt nog maar zo kort geleden...)
Ze hebben wel veel lol zo te zien. Foto hier, foto daar, rolletje wisselen,
ons bijna proberen aan te raken en toch... die blik in haar ogen is wel heel
bijzonder. Ze heeft vast nog nooit zoiets moois gezien (als ik). Helaas, het
is van korte duur, daar gaan ze weer. Nee, toch niet. Wat? Ze maken nog een
rondje! het is niet te geloven. Nog een paar stappen en we staan weer oog in
oog. 'Flits', het moment is voor eeuwig vastgelegd. Ik kan hier met een gerust
hart blijven staan. Zij weet wie ik ben en ik weet wie zij is. Daar gaat ze,
op naar de andere legereenheden. Maar ik weet het nu al zeker. Ze vond mij de
mooiste, de markantste van allemaal. Ik zag het in haar ogen.
Knippen en scheren, graag!
Kapster zijn is een veelzijdig beroep. Mensen komen als zombies binnen en
gaan als herboren weg. En het is al een oud beroep (als de weg naar
Kralingen, mevrouw!). Dat het eveneens het oudste beroep kon zijn, daarvoor
moest ik eerst naar Xi'an afreizen. De stad Xi'an an sich heeft het niet.
Helaas, maar waar. De belangrijkste voorzieningen zijn er: trein en bus,
winkels en restaurants, stadsmuren en musea, maar de sfeer ontbreekt er.
Gelukkig zijn er dan nog de kapsters die voor wat warmte en gezelligheid
zorgen. In eerste instantie valt het niet zo op. Je loopt een straat in en
ziet een kapperzaak. En dan nog een. En dan nog een. Je denkt aan het
concurrerend voordeel (volgens Porter, een van de gouwe ouwe
managementgoeroes) van meerdere van eenzelfde soort zaken in een straat,
stad of land, maar dit slaat wel alles! Deur na deur, zij aan zij: de
kapsalons. Tussen de schuifdeuren hangen de 'kapsters' in hun meeest
verleidelijke poses (waaraan de meeest vooraanstaande shampoo-reclame nog
een voorbeeld kan nemen) De haren netjes in model, make-up op de snoet,
nagels rondgevijld en strak gelakt en de ook de kleding spreekt boekdelen.
De zaak zelf bestaat uit zeg een kleine tien vierkante meter waarop een of
twee heuse kappersstoelen voor een piepklein aan de wand bevestigd
tafeltje, geplaatst staan. Te klein om ook maar een kam op te leggen, laat
staan een schaar. Aan de muur veel grote spiegels en posters van elkaar
innig omarmende of aankijkende mensen (vaak van elk geslacht een) veelal
genomen met een camera met minimaal een softfocusfilter (maar twee of meer
zou mij ook niets verbazen). In die kappersstoelen? Nee, dat zal toch niet?
Chinese kamasutra? Oh nee, eerst goed kijken. Die linkerwand is niet van
spaanplaat, maar een gordijn. Juist, dat verklaart een heleboel. En of de
mannen hier in Xi'an er goed gekapt bijlopen? Ja zeker! Wat denk jij dan?
Dat je thuis kunt zeggen dat je naar de kapper gaat en vervolgens met
dezelfde uitgelopen coupe kunt thuiskomen? Het enige probleem is misschien
het bonnetje. Maar handelaren als de Chinezen zijn, zullen ze ook hier wel
een oplossing voor verzonnen hebben, vermoed ik zo. Iets met Bruto
Toegevoegde Waarde? Dan lieg je volgens mij niet eens zo heel hard.
Foto's
|