De wereldreis van Jackie Turbo
Alice springs, Australie

AankomstMaandag, 28 Oktober 2002
VertrekDonderdag, 31 Oktober 2002
Laatste updateDonderdag, 28 November 2002

Gortepap

Wat nu volgt is het gortdroge relaas van een gortdroge driedaagse door een gortdroge desert. Voor wie er wel pap van lust.

Dag1: Gerst

De wekker om half zes 's morgens horen afgaan, is nog steeds niet iets waar ik om sta te juichen. Het hoort er echter af en toe bij. Het blijft natuurlijk kaassie dat je vervolgens om zes uur in een busje stapt dat je vervolgens naar een verzamelpunt brengt, waar iedereen in de juiste bus naar Alice Springs, dan wel Darwin stapt. Waarom ik niet ben gaan vliegen? Omdat: Ik eerst met de bus wilde, daar ik geen haast had en meer van het land wilde zien. Ik vervolgens de klimaatstress kreeg (als ik niet opschiet is het te warm om Ayers Rock te beklimmen) en wilde vliegen. Toen de goedkope vluchten pas een week later bleken te gaan; ik geen zin had om nog een week in Cairns te blijven. De bus daarmee weer keuze een werd. Met twee en twintig personen (en acht nationaliteiten) stapten we in de bus. Het was een mooie rode airco gekoelde bus met plaats voor achtenveertig personen, zodat ik mooi twee stoelen voor mezelf had.

Uitzichtpunt nummer een meteen maar overgeslagen. Luister, we waren net onderweg en met ruim tweeduizend kilometer voor de boeg, ga je niet na twintig minuten al stoppen. Me dunkt. De waterval die we vervolgens bezochten had ook betere tijden gekend. Het is het droogste jaar in de afgelopen vijfentachtig jaar, zo wordt door de locals beweerd, waardoor ook dit fenomeen weer tot iets unieks wordt omgebogen. En... in plaats van de geasfalteerde high way, rijden wij over de Old Kennedy Development Road; een oude route die voor het vervoer van vee gebruikt werd (en waarschijnlijk sinds de dood van Kennedy noch verder onderhouden, noch verder ontwikkeld is. Zodoende vindt het woord 'veevervoer' tot op de dag van vandaag opgang.)

De lunch is in een dorp waar eveneens de kleinste pub van heel Australië gevestigd is. Een hokje van koud twee vierkante meter met een bar van een meter breed. Maar wel bier te verkrijgen. Na de lunch dacht ik heerlijk al soezende te gaan uitbuiken, maar mijn rust werd wreed verstoord door het enthousiasme van onze gids en chauffeur Brad, die aankondigde dat we een spelletje gingen doen. Een spelletje? Help, waar was ik in terechtgekomen? Ik ben niet op kinderkamp toch? Het was galgje en het viel mee.

Na nog een tussenstop bij een farm waar ze een en dertigduizend koeien en tweehonderd paarden op iets van negenhonderd vierkante mijl hadden rondlopen (herzie uw definitie van grootgrond bezit) en bij nog een mooie kloof (Porcupine Gorge; klikkerdeklik op de foto en weer verder) arriveerden we om een uur of zes in Hughenden. Onze overnachtingsplaats was het Grand Hotel aldaar. Vergane glorie met hoofdletters. Op de hoek van het enige kruispunt in het dorp, lag daar, als in een comboyfilm figurerend, ons onderkomen. De vloerbedekking versleten, de traploper vastgespijkerd, de foto's vergeeld en de badkamer in bijna originele staat met bad op pootjes. Inclusief veranda en pub waar we 's avonds dapper integrerend met de bierende locale bevolking (in versleten spijkerbroeken en jeansbloezen zonder mouwen met verweerde koppen en handen als kolenschoppen, met als summum: allemaal op blote voeten in slippers) een spelletje killerpool op het eveneens versleten biljart, speelden. Heerlijk, het leek wel een film. Brad won en na een afzakkertje was het mooi geweest. De koets in.

Dag 2: Karnemelk

Alhoewel allang geen Engelse kolonie meer, zegevieren de Engelse gewoonten hier met een ongekende vasthoudendheid. Neem nu het ontbijt: rijen wachtenden bij de broodrooster (het moet en zal getoast zijn) en cornflakes in meer soorten en smaken dan in er in Nederland kaas is. Geen probleem; ik eet ongeveer alles (nee, niet in hoeveelheden) en een boterham in plaats van toast met jam is wel zo Hollands. Huphup de bus weer in, op weg naar Wilton, de bakermat van Australië's onofficiële volkslied: Waltzing

Mathilda: Hier is een museumpje annex uitdragerij gevestigd, waar behalve het verhaal van dit lied ook schoenen, treinstellen, landbewerkingsgereedschap, flessen, potten, pannen, was- en naaimachines en verzin het maar tentoongesteld staan. Zelfs een houten klompje met daarin een flesje van Lucas Bols. Dat niveau dus. Geweldig wat een troep... eh cultureel erfgoed.

De ondertussen verzengende hitte; we zitten ondertussen al lang boven de dertig graden en gaan hard richting veertig (zoals wel meer dingen in het leven), wordt tijdelijk teniet gedaan door een duik in het locale zwembad. Effe baantjes trekken, want je krijgt er wel een busbips van. Lunch is in Middleton en de naam van het dorp kost meer tijd om uit te spreken dan voor ons om er doorheen te rijden. Het heeft namelijk drie inwoners.

Na weer een spelletje (een lepel aan veertig meter touw die je door je linkerbroekspijp om hoog moet wurmen, via je nek en je rechterbroekspijp dan weer naar beneden om hem vervolgens aan je buurman of buurvrouw door te geven die hetzelfde mag doen. Heel leuk ja, vooral als het op tijd gaat en alles weer ook weer terug moet.) konden we videokijken. Onwijs leuke film: Priscilla, Queen of the Desert. Als je hem ooit tegenkomt: kijken! Als je hem al gezien hebt: nog een keer kijken! Helemaal geweldig.

's Avonds op een heus cattle station aangekomen, daar gegeten en overnacht. Het zijn enorme veehoudersbedrijven, want hier kijken ze niet op een paar vierkante meter. Dat kun je geen boerderijen of landgoederen meer noemen hier, het zijn complete provincies! Rondom het kampvuur lepelen we ons bordje met stoofvlees, aardappelen en broccoli leeg. Dan is het tijd om bijtijds naar bed te gaan. Nog achthonderd kilometer voor de boeg.

Dag 3: Kandijsuiker

Het was nog donker toen we met onze slaapdronken hoofden ons ontbijt naar binnen werkten. Vijf uur 's morgens is ook geen tijd als ik het zeggen mag. Stipt half zes karden we verder en maakten we een eerste stop om de zonsopgang te bewonderen. Gravelwegen in een droog, rood landschap; uren achtereen. Kilometer na kilometer. Kangaroes, emu's arenden, road trains (vrachtwagens met drie aanhangers) en af en toe een whirlie-whirlie (mini-windhoos) en wij; dit was de desert. En ik was blij dat ik er niet hoefde te blijven. Termietenheuvels bewonderd en een kwis gedaan, Gelunchd op een uitgestorven plaats waar je achter een boom naar het toilet kon. Niemand hoefde prompt meer. Bang voor slangen of iemand anders die je eventueel op je hurken ziet zitten. Maar toen was ik al geweest, mij toen pas realiserend dat je zoiets in Australië niet doet. Jammer dan. Het culturele uitje van vandaag bestond uit een bezoek aan een Aboriginal Community (dorp waar alleen maar Aboriginals wonen). Dat had niet gehoeven van mij. Je mag geen foto's nemen, de kinderen bedelen om geld en de ouderen vervelen zich over het algemeen te pletter want ze hoeven niet te werken, krijgen een uitkering van de overheid en zoeken vaak heil in het snuiven van benzine of andere geestverdovende middelen. Een onomkeerbare en in mijn ogen zielige situatie.

Aan het einde van de middag stoppen we weer. Wat? Zijn we er al? Nee, het is de Steenbokskeerkring die we gaan passeren. Heb ik weer. In India en China minimaal vijf keer de Kreeftskeerkring (mijn eigen sterrenbeeld notabene) gepasseerd en nog nooit een officieel gebeuren gezien. Sta ik hier in de the middle of nowhere, met de eindstreep in zicht, als ik de stal al ruik, moet ik stoppen op het teken dat compleet het tegenovergestelde is aan het mijne! Waar heb ik het aan verdiend? Toch maar een foto genomen. Het was tenslotte de derde keer dat ik deze keerkring passeer en driemaal is scheepsrecht.

Dan: de fata morgana van een oasis die lang maar zeker werkelijkheid wordt: Alice Springs. Een heus dorp met winkels, hostels, huizen en geasfalteerde wegen. Na een verkwikkende douche en een maagvullende pizza, gaat bij mij definitief het licht uit. Het was een fantastische trip en ik ben blij dat ik het gedaan heb, Ik ben echter nog blijer dat ik in Alice Springs ben aangekomen en het allerblijst dat ik er niet hoef te wonen. Stof is toch wat anders dan zand.

Foto's

Australie, Alice springs: foto0001.jpg Australie, Alice springs: foto0002.jpg Australie, Alice springs: foto0003.jpg Australie, Alice springs: foto0004.jpg Australie, Alice springs: foto0005.jpg
Australie, Alice springs: foto0006.jpg Australie, Alice springs: foto0007.jpg Australie, Alice springs: foto0008.jpg Australie, Alice springs: foto0009.jpg Australie, Alice springs: foto0010.jpg
Australie, Alice springs: foto0011.jpg Australie, Alice springs: foto0012.jpg Australie, Alice springs: foto0013.jpg Australie, Alice springs: foto0014.jpg Australie, Alice springs: foto0015.jpg
Australie, Alice springs: foto0016.jpg Australie, Alice springs: foto0017.jpg Australie, Alice springs: foto0018.jpg Australie, Alice springs: foto0019.jpg Australie, Alice springs: foto0020.jpg
Australie, Alice springs: foto0021.jpg Australie, Alice springs: foto0022.jpg Australie, Alice springs: foto0023.jpg Australie, Alice springs: foto0024.jpg Australie, Alice springs: foto0025.jpg
Australie, Alice springs: foto0026.jpg Australie, Alice springs: foto0027.jpg Australie, Alice springs: foto0028.jpg Australie, Alice springs: foto0029.jpg Australie, Alice springs: foto0030.jpg
Australie, Alice springs: foto0031.jpg Australie, Alice springs: foto0032.jpg Australie, Alice springs: foto0033.jpg Australie, Alice springs: foto0034.jpg Australie, Alice springs: foto0035.jpg