| Aankomst | Woensdag, 13 November 2002 |
| Vertrek | Vrijdag, 15 November 2002 |
| Laatste update | Donderdag, 26 December 2002 |
Beestenbende
Soms heb je van die dagen dat je bij het opstaan al denkt:"Dit gaat hem
niet worden vandaag.". Vandaag was zo'n dag. Wat was het plan? Een
tweedaagse tour naar Kangaroo Island vlak voor de kust van Adelaide.
Beroemd om haar ongerepte natuur in de vorm van schitterende stranden en
rondhuppend 'wildlife' (zoals ze hier alle dieren noemen die op de meest
onverwachte momenten voor je bumper kunnen springen).
En wat was de praktijk? Precies, altijd nét iets anders dan het plan. Om
half zeven stond ik bij de bushalte. Dankzij de monopoliepositie van
Sealink (bus- en bootvervoer) werd iedereen in dezelfde bus gestopt. Ik
zat nog niet net of daar kwam een volslanke Indiase familie de bus
binnenzetten, bestaande uit vader, moeder en zoon. Een mens lijdt het
meest door het lijden dat hij vreest, zegt men, maar als moeders probeert
zich op de plaats tussen jou en het raampje te persen dan is de
werkelijkheid erger dan wat ik al vreesde. Alsof ik weer in India zelf
was. Nog wennende aan mij zojuist bruut in omvang beperkte comfortzone,
werd ik door zoonlief op de schouder getikt. Of hij naast zijn moeder
mocht zitten. 'Da's lef hebben', dacht ik nog, maar je weet hoe belangrijk
familie in India is dus laat je deze 40-jarige jouw plaats innemen. Ik
mocht plaatsnemen naar de touristenvariant uit de kloon die absoluut niet
weet waar hij zich op de aardbol bevindt; hij heeft er voor betaald en
gaat alles eruit halen wat er in zit. Snel ogen sluiten voordat ik uit
deze deze nachtmerrie ontwaak.
Twee uur laten zijn we bij de ferryboot. De buschauffeur hoeft niet eens
'wakey, wakey' te zeggen; een haarspeldbocht gevolgd door abrupt remmen
doet wonderen.
Slaapdronken strompel ik in ganzenpas via de wiebelende loppplank de boot
op. Slechts acht wachtenden voor mij in de koffierij, zodat ik vervolgens
als ik dan toch nog voor de aankomst op Kangaroo Island aan de beurt ben,
zwelgend in zelfmedelijden niet alleen een cappuchino maar ook zo'n
baggervette chocolade bagel bestel. Zo, eens proberen of de dag nu beter
wil beginnen. Buiten schijnt de zon en alhoewel het flink waait, weet ik
een lekker plaatsje uit de wind te vinden. Het grote genieten kan
beginnen. Rustig nip en hap ik van koffie en bagel. Effe ongestoord
bijkomen. Het lijkt zowaar een goede doorstart te worden. Echter schijnt
bedriegt als een tweejarig kind op nog geen meter afstand van mij vandaan
volledig over haar nek gaat en wel in de meest letterlijke betekenis.
Gatverd... En het ergste is nog dat haar moeder maar blijft roepen:'Goed
zo, goed zo kind; geeft niets. Goed zo!'
Geef niets? Dank je de koekkoek! Dat zeg je ook niet meer als ze over
veertien jaar uit de kroeg gekropen haar maaginhoud over je Louis de
Portere tapijtje uitwerpt. Ik zal wel weer eens te praktisch zijn. En hoe
is het in der vrede mogelijk dat pa net op dat moment zich benedendeks
bevindt? Als of zo'n kind het erom doet. Maar goed, na dit koffie debacle
ben ik wel wakker.
Eenmaal aan de overzijde staat de bus alweer klaar en worden we door onze
chauffeur/gids 'ingecheckt'. Een blik gevolgd door actie van mijn
razendsnel klassificeringssysteem, geeft een eensluidende conclusie: de
lijst met eikels die niet per definitie in een boom hoeven te hangen,
heeft een nieuwe nummer een! En die gaat nu de bus besturen.
Arme ik. We gaan volgens hem alles bezoeken en bezien 'of course', want
dat zegt hij aan het einde van iedere zin en we beginnen met de Wallaby.
Wallabies zijn de dinkietoys-versie van de kangaroe, leven iets meer
overdag dan hun grote broers en zien ons mensen als een zwarte vlek dus
zijn ze niet zo schuw. Jaja, mooi verhaal. Ze zijn inderdaad gemakkelijk
om op te schieten, dus dat doen we dan ook allemaal. Kodak en Fuji kunnen
weer in hun handjes wrijven.
Het is een echte hop-on-hop-off tour. Ondanks de lente gaat het hier niet
om het voortplantingsgedrag der kangaroes, maar om het
rij-stop-kijk-foto-en-weer-verder-rijden-gedrag dat wij als makke meutre
op deze trip tentoonspreiden. Over easygoing gesproken.
Maar, echter, dus, want, omdat; het valt niet te ontkennen en is glashard
waar: Kangaroo Island is erg mooi. Neem nou die zeeleeuwen in Seal Bay.
Liggen daar lekker op het strand in de zon te ronken. We mogen ze niet
storen. Ze hebben namelijk net drie dagen op zee gefeest en liggen nu bij
te komen. Hoe zou jij het vinden als je na drie dagen van party en
afterparty, je roes uit ligt te slapen en in eens de halve goegemeente
naast je bed staat te springen? Van die dingen.
We hebben tegen die tijd dan al Prospect Hill beklommen van waar af je het
halve eiland kunt overzien. Little Sahara is precies wat het zegt en je
schoenen zitten daarna ook geheid vol zand. Geweldig lachen zijn de
koala's die als lome aardappelzakken tussen de takken van de
eucalyptusbomen geklemd lijken; zo aandoenlijk!
We overnachten in een behoorlijk luxe gelegenheid. Vier meiden in twee
stapelbedden op een kamer, want het blijft wel backpackers. Jan komt uit
Engeland en Helen uit Schotland. Ute uit Duitsland en met mijn persoontje
maakt vier. Echt lachen. Waarom? Gewoon om alle verhalen, belevenissen en
meidendingen die we elkaar vertellen. Zoals Helen, een gezellige en
wellicht ietsiepietsie naïve meid, vertelt over die keer dat ze boven in
een stapelbed lag en echt bang was om er uit te vallen omdat de jongen die
beneden haar lag zo lag te woelen (zo dacht ze). Pas de volgende ochtend
begreep ze (toen een ander kamergenootje vroeg of ze ook zo gebaald had
van die gast) dat haar onderbuurman van het post-Victoriaanse tijdperk was
en zich niet geheel gehouden had aan de regel van het slapen met je
handjes boven de dekens, in plaats van eronder. En meer van dat soort
verhalen dus. Jawel, we maken wel wat mee zo tijdens het reizen.
De volgende ochtend reden we rapido nar de remarkable rocks. En jawel,
daar waren Adam & Amy (die ik al vanaf Cains ken) weliswaar met een andere
tour mee, ook. Gezelligheid. En wat extra leven in de brouwerij, want het
merendeel van onze groep is toch enigzins wel van de belegene. In en
rondom Admirals Arch spelen de zeehonden met de golven die woest op de
rotsen slaan. Cape du Couedic laat zo mogelijk nog rauwere rotspartijen en
wittere schuimkragen zien. Werkelijk schitterend. Het zijn geen Gilette
scheermessen die de schaapscheerders gebruiken, gezien het aantal rode
strepen in het vel van de zojuist gestripte wolproducenten. Arme beesten.
Of iemand het ook eens wil proberen? Nee dank je; ik houd het wel bij mijn
eigen bikinilijn. Kangaroetje kroelen hoort er ook bij en daarvoor rijden
we het Parndana Wildlife Park binnen. Het is nog een jonkie, maar ook die
hebben al onwijs grote poten (Grootmoeder, wat heeft u.) Ik blij dat het
spring- annex veersysteem nog niet ingeschakeld was! (of was de batterij
op?) Als laatste soort ontmoeten wij de schepnetten onder de vogels: de
pelikanen . Mooie beesten. Zie je wel; soms kan een grote bek wel mooi
zijn! En dan is het alweer voorbij. Helaas toch wel erg snel. Ja gids,
bedankt het was leuk (of course); de groeten.
Moe maar voldaan aanvaarden we de terugreis. In de bus laat ik de dieren
parade nog eens de revue passeren. Daar heb ik mooi even de tijd (en
ruimte: twee stoelen; ja kom, het blijft geen feest) voor. Terug in het
hostel zie ik ineens opvallend veel overeenkomsten tussen hetgeen ik op de
Kangaroo Island aanschouwd heb en wat hier op mijn netvlies verschijnt: in
bed vastgeroeste feestgangers, slecht geschoren huidjes, spelende kids die
bij elkaar op schoot gaan zitten en vervolgens met zijn allen van de bank
afvallen, de beeldbuisbevolking die apatisch naar de Simpsons kijkt en
door het hele pand de 'homo mobilo' die de ganse dag met hun grote bek tegen
hun draagbare l..ijzer brullen. Zie je het ook?
Foto's
|